In het Gerechtelijk Wetboek wordt verschillende keren het begrip "bevoegdheid" gebruikt.

Hierna worden een aantal bevoegdheden kort uitgelegd.

Materiële bevoegdheid.

Onder materiële bevoegdheid verstaat men een gedeelte van de rechtsmacht van de rechterlijke macht die aan een bepaald rechtscollege wordt toegekend, bijvoorbeeld het vredegerecht, de rechtbank van eerste aanleg, de ondernemingsrechtbank enz.

Territoriale bevoegdheid.

De territoriale bevoegdheid is de rechtsmacht die aan een bepaalde rechter in een bepaald gebied toebehoort.

De wet bepaalt welk rechtscollege bevoegd is voor een bepaald gebied.

De vrederechter is bijvoorbeeld bevoegd voor een bepaald kanton (aantal gemeenten). De rechtbank van eerste aanleg is bevoegd voor een bepaald arrondissement (aantal kantons) enz.

Algemene bevoegdheid.

Wanneer men spreekt van algemene bevoegdheid, dan wordt bedoeld het geheel van gewone, normale materiële bevoegdheden van een bepaald rechtscollege, gelet op de waarde van het geschil. De algemene bevoegdheden van een bepaald rechtscollege vindt u vermeld op deze website

Bijzondere bevoegdheid.

Bijzondere bevoegdheidis de bevoegdheid die door de wetgever aan een bepaald rechtscollege wordt toegekend omwille van de inhoud ervan. De verschillende bijzondere bevoegdheden van een bepaald rechtscollege vindt u vermeld op deze website.

Uitsluitende bevoegdheid.

Een uitsluitende bevoegdheid is een bevoegdheid die door de wetgever wordt toegekend aan één bepaald rechtscollege, bij uitsluiting van andere rechtscolleges. De uitsluitende bevoegdheden van een bepaald rechtscollege vindt u vermeld op deze website.

Bestuurlijke bevoegdheid.

De bestuurlijke bevoegdheid van een rechtscollege wordt ook nog niet-jurisdictionele bevoegdheid genoemd. Er wordt in dit geval geen geschil tussen partijen opgelost door de rechter. De rechter verleent in deze gevallen enkel zijn ambt krachtens de wet om de rechtsgeldigheid van een bepaalde handeling te