De wet legt een aantal voorschriften op die moeten worden nageleefd.

Indien die voorschriften niet worden nageleefd, kan de rechtshandeling eventueel ongedaan worden gemaakt en is er juridisch niets veranderd.

De wet maakt een onderscheid tussen absolute nietigheden en relatieve nietigheden.

Relatieve nietigheden kunnen enkel worden uitgesproken wanneer één van de partijen hierom verzoekt.

Absolute nietigheden kunnen door de partijen worden aangevoerd, doch ook de rechter kan deze ambtshalve (uit eigen beweging) opwerpen.

Een rechtshandeling die door een absolute nietigheid is aangetast, kan niet bevestigd worden.

Een voorbeeld van een absolute nietigheid is een contract waarin overeen gekomen wordt een misdrijf te plegen tegen betaling van een geldsom.