Publicatiedatum

02-06-2021

Correctionele rechtbank Mechelen veroordeelt beklaagde wegens goedkeuren van de genocide en aanzetten tot haat en geweld

De beklaagde werd door het Openbaar Ministerie vervolgd wegens het goedkeuren van de genocide gepleegd tijdens de tweede wereldoorlog door het Duitse nationaal-socialistische regime en wegens het aanzetten tot haat en geweld jegens een groep, een gemeenschap of leden ervan.

Tijdens een bezoek aan de kazerne van Breendonk, samen met een aantal leden van een extreem rechtse groepering, bracht de beklaagde in dit gezelschap een zogenaamde Hitlergroet uit. Dit vond plaats in de voormalige SS kantine van het Fort, waarbij de beklaagde onder de adelaar met gespreide vleugels bovenop het hakenkruis stond, die op de muur van de kantine staat afgebeeld. Door verschillende leden van de groepering werd hiervan een foto genomen die op sociale media werd verspreid.

Op basis van het concrete dossier en rekening houdend met het feit dat de betrokkene de feiten niet heeft betwist, heeft de correctionele rechtbank de feiten bewezen verklaard.

De beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van 6 maanden met uitstel en een geldboete van 800 euro. Daarnaast werd een schadevergoeding toegekend aan het Interfederaal centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme (UNIA) en de Liga voor Mensenrechten.

De correctionele rechtbank hield in het bijzonder rekening met het gebrek aan respect voor de talloze slachtoffers van de genocide en hun nabestaanden, de expliciete manier waarop een onaanvaardbaar beeld werd opgeroepen en de concrete hoger omschreven context. Ook had de rechtbank oog voor enerzijds het relatief beperkt openbare karakter van de feiten, doch anderzijds de impact van de verspreiding via sociale media.

Voor wat betreft het aanzetten tot haat of geweld jegens een groep, een gemeenschap of leden ervan, benadrukte de rechtbank dat een heel expliciet onaanvaardbaar beeld, hetwelk ruimer is dan de gestelde Hitlergroet zelf.  Op die manier worden andere mensen aangezet tot haat jegens een groep van mensen. De rechtbank aanziet dit  als een poging tot het ondermijnen van de samenleving, in het bijzonder van het vreedzaam samenleven van alle burgers die van deze samenleving deel uitmaken.

 

 

 

Bijlagen

- anonniem.willebroek.pdf (164.77 KB)