Publicatiedatum

05-06-2020

Op 5 juni 2020  heeft de AB14-kamer van de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen,  in de zaak gekend met rolnummer 20/2231/A (FAVV t/ S.A) uitspraak gedaan.

De rechter heeft de eis van het FAVV om S. A. te veroordelen tot afgifte van de kat Lee met oplegging van een dwangsom afgewezen omdat zij van oordeel is dat de euthanasiebeslissing van het FAVV van 29 april 2020 onwettig is wegens schending van de motiveringsplicht.

Volgens de Europese regelgeving kan slechts in laatste instantie tot de euthanasie van een mogelijk besmet dier worden besloten, wanneer het terugsturen of quarantaine onder officieel toezicht niet uitvoerbaar is.  

In de euthanasiebeslissing motiveert het FAVV volgens de rechter niet op afdoende wijze waarom een quarantaine niet uitvoerbaar zou zijn. Het FAVV beperkt zich tot de vage en algemene stelling dat dit een onverantwoord sanitair risico zou inhouden, zonder concreet aan te geven waarom dit zo is.

Bovendien meent de rechter dat het FAVV van onjuiste feitelijke gegevens is uitgegaan wanneer het FAVV stelt dat euthanasie de enige mogelijkheid is om het sanitaire risico op rabiës te beheersen. Alle door partijen geciteerde experts, met inbegrip van de NVWA (de Nederlandse tegenhanger van het FAVV), zijn het er immers over eens dat quarantaine gedurende een bepaalde periode een oplossing is om het risico dat de kat besmet zou zijn met rabiës, te beheersen.

Het is niet aan de rechtbank maar aan het FAVV om eventueel een nieuwe beslissing te nemen.