Datum van de wet

25-01-2021

Publicatiedatum

29-01-2021

Aan de ambtenaren van de taxatiebureaus, met inbegrip van wie er door de griffies is gedetacheerd, de vereffeningsbureaus, het centraal bureau voor de gerechtskosten in strafzaken, en de centrale dienst vereffeningen van het DGRO in hun hoedanigheid van respectievelijk controleurs en vereffenaars,
Ter attentie van de hoofdgriffiers en hoofdsecretarissen van het parket, de griffiers en de parketsecretarissen, hun medewerkers, de prestatieverleners die gerechtskosten in strafzaken en daarmee gelijkgestelde kosten genereren op vordering van een magistraat of een daartoe gemachtigd lid van de orde- of inspectiediensten
Deze omzendbrief strekt ertoe de geïndexeerde bedragen van de vergoedingen voor de geleverde prestaties en de uitvoering van opdrachten waarop de prestatieverleners recht hebben, bekend te maken.
Bij ministeriële omzendbrief nr. 131/7 van 31 januari 2020 werden de vergoedingen waarin is voorzien in het kader van de gerechtskosten in strafzaken voor het laatst geïndexeerd.
Het indexeren van de bedragen die worden betaald voor de diverse soorten gerechtskosten, steunt op art. 9 van de wet van 23 maart 2019, die de nieuwe basiswet over de gerechtskosten in strafzaken is, uitgewerkt in de artikelen 28 tot 30 van het KB van 15/12/19, dat de wet uitvoert.
Hier worden de bedragen van de diverse tarieven vermenigvuldigd met de afgevlakte gezondheidsindex (dit is de gemiddelde gezondheidsindex van de laatste 4 maanden van de bedoelde periode) van december 2019 tot en met december 2020 = 107,72 en gedeeld door het gemiddelde van december 2018 tot en met december 2019 = 106,76 en is de aldus verkregen coëfficiënt 1,009, dit is een verhoging met 0,9%. Op het tarief voor de verplaatsingsvergoeding en dat van de vertalers na, worden alle gegevens en resultaten van wiskundige bewerkingen afgerond op 2 decimalen volgens de gewone methode waarbij het tweede decimaal van 0 tot en met 4 naar beneden, en dat van 5 tot en met 9 naar boven wordt afgerond. Bij de berekening van de bedragen op de kostenstaat en hun betaling kan door deze bewerkingen het verschil tussen de handmatige en de automatische berekeningen oplopen tot een bedrag van enkele centen tot euro's meer of minder. Dit verschil kan boekhoudkundig niet voorkomen worden, maar er wordt gezocht naar een praktische oplossing.
Een ander probleem veroorzaakt door de afrondingen, is dat vooral de tarieven van de vertalers bij ongeveer elke indexering ongewijzigd blijven. Door het eindresultaat op 4 decimalen te laten, krijgen ze procentueel ook in de praktijk evenveel extra. Met het oog op de gelijkheid, worden ook alle andere bedragen van minder dan 5 euro op 4 decimalen afgerond
Deze indexering werkt terug tot 1 januari 2021, het is te zeggen op de kostenstaten die digitaal werden ingediend bij het taxatiebureau, voor prestaties die werden gevorderd en uitgevoerd in 2021.
De prestaties die in 2021 werden betaald op vorderingen van voor 2021 die werden uitgevoerd en afgewerkt in 2020 geven dus recht op een supplementair bedrag. Dat wordt gevraagd door middel van één enkele aanvullende kostenstaat die alle supplementen vermeldt met telkens de referentie van de al betaalde kostenstaat. Deze aanvullende kostenstaat hoeft niet te worden getaxeerd omdat door de indexering de bedragen door de wet worden bepaald. Hij mag worden ingediend bij een van de vereffeningsbureaus, die de plaats hebben ingenomen van een van diensten die een deel van de oorspronkelijke kostenstaten heeft ontvangen.
Voor meer informatie met betrekking tot de inhoud en toepassing van onderstaande omzendbrief contacteert u best het secretariaat van het centraal bureau gerechtskosten (secret.FraisJustice.Gerechtskosten@just.fgov.be), bij voorkeur per e-mail, of via het telefoonnummer 02-552 25 13. Dat zal uw verzoek aan de bevoegde personen bezorgen.
Deze omzendbrief is onmiddellijk van toepassing op de vorderingen ingediend vanaf de dag van publicatie van deze omzendbrief in het Belgisch Staatsblad.
De Minister,
V. VAN QUICKENBORNE