Historiek

Informele overlegvergaderingen binnen de rechterlijke organisatie zijn van alle tijden. Op nationaal niveau waren de korpschefs van het Openbaar Ministerie en de zetel gedurende vele jaren verenigd in de Vaste vergadering van de korpschefs.

2008:     Op 4 juni 2008 werd een protocolakkoord afgesloten tussen de toenmalige minister van Justitie en vertegenwoordigers van de zetel. Dit protocol werd de start voor de oprichting van een specifieke vereniging, die de korpschefs van de zetel vertegenwoordigde, de Vaste vergadering van de korpschefs van de zetel.

In datzelfde protocolakkoord werd het Vast Bureau voor Statistiek en Werklastmeting (VBSW) opgericht. Dit Vast Bureau had onder meer de opdracht om in te staan voor het aanmaken van statistieken over de werking van de hoven en rechtbanken en een instrument te ontwikkelen voor het meten van de werklast van de hoven en rechtbanken. Dit VBSW werd later geïntegreerd in de steundienst van het College van de hoven en rechtbanken.

2011:     De samenstelling van de Vaste vergadering van de korpschefs van de zetel werd  aangepast om de  rechtbanken op het niveau van eerste aanleg een meer evenredige vertegenwoordiging te geven. Vanaf 2011 bestond de vergadering uit één vertegenwoordiger van de korpschefs per type hof of rechtbank per taalrol (NL/FR). Het Hof van Cassatie heeft op een later tijdstip gekozen voor een ‘stand alone’-positie voor het beheer van het eigen hof. De vergadering bestond sindsdien uit 12 leden. Na deze gedaantewissel werd ook de benaming gewijzigd in het ‘voorlopig College van de hoven en rechtbanken’.

2014:     Sinds 1 april 2014 heeft het College van de hoven en rechtbanken een wettelijke basis (artikel 181 van het Gerechtelijk Wetboek). Het College is samengesteld uit 10 leden die verkozen worden door hun collega’s, korpschefs, voor een mandaat van vijf jaar. Een steundienst staat het College bij.

Op 17 november 2014 was de oprichting van het College van de hoven en rechtbanken een feit.