Hof van beroep Gent bevestigt veroordeling ex-schooldirecteur wegens valsheid in geschrifte en misbruik van vertrouwen

01/04/2026

Het hof van beroep Gent heeft de veroordeling van een ex-schooldirecteur wegens valsheid in geschrifte en misbruik van vertrouwen bevestigd. Het hof oordeelde wel dat er slechts een bedrag van 40.000 euro werd verduisterd in plaats van 96.000 euro. Volgens het hof heeft de beklaagde zijn functie schromelijk misbruikt om zichzelf te verrijken.

Feiten en tenlasteleggingen

De beklaagde was sinds november 2008 in dienst bij een school in Brugge (die sinds 2023 een onderdeel vormt van de Scholengroep Katholiek Onderwijs Brugge en Ommeland). Vanaf 1 januari 2012 was hij daar benoemd als directeur, en dit tot zijn ontslag op 13 juli 2020.

Als schooldirecteur was hij de financieel verantwoordelijke en had hij volmachten op alle rekeningen. Hij keurde de facturen goed en bezat alle bankkaarten. Hij had eveneens een parallelle zichtrekening bij ING, waarbij de rekeninguittreksels op zijn adres toekwamen.

De opvang op school en andere kosten werden door de ouders cash betaald. Deze gelden werden in enveloppes aan de schooldirecteur overgemaakt. Hij gebruikte dit cash geld onder andere om vrijwilligers te betalen of om schoolfeestjes te bekostigen. In plaats van deze cash gelden correct te noteren in de kasboeken, bleken de inkomsten voor de jaren 2015, 2016, 2018 en 2019 nergens terug te vinden. Als het kasboek toch werd gebruikt, noteerde de directeur daar vaak hogere bedragen in dan diegene die hij effectief had uitbetaald of uitgegeven. 

De directeur opende ook een extra bankrekening met het oog om zich gelden toe te eigenen. Hij vervalste ook rekeninguittreksels waarop hij bedragen noteerde die echter niet in het officiële rekeningoverzicht van de bank voorkwamen.  

Op basis van een gerechtelijk onderzoek moest de directeur zich verantwoorden voor valsheid in geschrifte en misbruik van vertrouwen. Uit het bankonderzoek bleek dat hij via overschrijvingen naar diverse privérekeningen en rechtstreekse betalingen van privé-uitgaven een bedrag van 85.309,54 euro had bekomen. Daarnaast zou hij 96.000 euro aan cash ontvangsten uit de schoolopvang niet hebben doorgestort. 

Oordeel correctionele rechtbank van eerste aanleg

De correctionele rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge, veroordeelde op 14 mei 2025 de beklaagde tot een gevangenisstraf van zes maanden met uitstel voor een periode van drie jaar, en een geldboete van 1.600 euro. 

Aan de burgerlijke partij (Scholengroep VZW) moest de beklaagde een bedrag van 85.309,54 euro en een bedrag van 96.000 euro betalen.

Zowel de beklaagde als het openbaar ministerie gingen tegen dit vonnis in beroep. Naast de opgelegde strafmaat ging de beklaagde niet akkoord met de schuldverklaring rond het verduisteren van 96.000 euro. Hij verzocht daarom het hof van beroep om zich onbevoegd te verklaren omtrent de vordering van 96.000 euro van de burgerlijke partij.

Oordeel hof van beroep

Op basis van de onderzoeksgegevens en diverse verklaringen stelde het hof van beroep boven elke redelijke twijfel vast dat de beklaagde schuldig is aan het niet doorstorten van cash gelden die hij ontving voor de schoolopvang. Het hof beperkte deze feiten wel tot de periode vanaf 1 september 2010, en voor een totaalbedrag van 40.000 euro.

Strafmaat

Het hof bevestigde het eerste vonnis, met uitzondering van de verduistering van 96.000 euro. Daar oordeelde het hof dat het om een bedrag van 40.000 euro ging. Dit bedrag moet aan de burgerlijke partij worden betaald ( met inbegrip van een rechtsplegingsvergoeding van 4.709,30 euro).

Motivering hof

Bij het bepalen van de schuldvraag, de strafmaat en de afmeting van de burgerlijke belangen hield het hof onder andere rekening met volgende elementen:

  • De feiten getuigen van een verregaande normvervaging. De beklaagde had als directeur van de school een verantwoordelijke en maatschappelijke rol. De scholengemeenschap, zijn collega’s en de ouders moesten kunnen vertrouwen op zijn integriteit. De beklaagde heeft schromelijk zijn functie misbruikt om zichzelf te verrijken.

  • Het hof achtte de stellingen van de beklaagde niet relevant voor de beoordeling van de schuld (met name dat hij enkel maar het systeem van zijn voorganger verderzette, dat hij vanuit het bestuur geen richtlijnen kreeg, of dat alle collega’s cashgelden hadden en gebruikten zonder registratie). De beklaagde beschikte immers over een kasboek, en kende de werking en functie daarvan. Hij werd bovendien door zijn collega’s aangesproken op het gebruik ervan (en paste pas na lang aandringen zijn gedrag aan).

  • De beklaagde erkende zelf dat hij cashgelden gebruikte om mensen - bovenop de via rekening betaalde vergoeding - ‘in het zwart’ te betalen voor de schoolopvang. Zo wist hij maar al te goed dat het systeem misbruikt werd (zowel voor de uitbetaling als voor de verduistering door hemzelf).

  • De schending van de redelijke termijn. Het dossier kende in het bijzonder een periode van stilstand van meer dan een jaar tussen het einde van het (aanvullend) onderzoek en de oproeping voor de raadkamer. Deze stilstand was niet te wijten aan de beklaagde of de complexiteit van het dossier. Omwille van deze overschrijding van de redelijke termijn, heeft het hof uitstel van tenuitvoerlegging van straf verleend voor de opgelegde hoofdgevangenisstraf.

    Met uitzondering van het betwistte bedrag van 96.000 euro heeft de beklaagde ondertussen alle andere bedragen (voor in totaal 85.309,54 euro) en intresten terugbetaald aan de burgerlijke partij.

  • Het blanco strafrechtelijke verleden van de beklaagde.