Nieuws

  • 23.05.2019 - 14:15

    “De rechter in kort geding heeft de vordering van KV Mechelen en tussenkomende partijen (de heren O.S., O.SW., J.T., S.V., D.V. en Waasland Beveren) tegen de Belgische Voetbalbond afgewezen.

    Bepaalde gevraagde maatregelen zijn volgens de rechter geen voorlopige maatregelen en kunnen bijgevolg niet in kort geding toegekend worden. De rechter oordeelt voorts dat er geen urgentie voorhanden is die het bevelen van dringende en voorlopige maatregelen in kort geding noodzakelijk maakt. De rechter stelt vast dat KV Mechelen voor de Geschillencommissie Hoger Beroep dezelfde vordering heeft ingesteld als diegene die ze in kort geding instelt en dat de Geschillencommissie Hoger Beroep zich hierover nog niet heeft uitgesproken. Volgens de rechter zijn er op het eerste gezicht geen aanwijzingen dat de Geschillencommissie Hoger Beroep de onder meer door KV Mechelen opgeworpen argumenten inzake het recht op een eerlijk proces en de rechten van verdediging niet zal beoordelen, noch dat die rechten zullen worden geschonden. De rechter stelt bovendien vast dat er nog een beroep mogelijk is voor het Belgisch Arbitragehof voor de Sport en dat dit op het eerste gezicht een rechtsmiddel is dat voldoet aan artikel 6 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).”

    Volledige uitspraak, hier te raadplegen.

     

Pagina's