Wanneer doet de rechter uitspraak ?

Dit is afhankelijk voor het soort zaak. In een burgerlijke zaak doet de rechter meestal uitspraak binnen één maand. Bij complexe zaken kan dit langer duren.

Bij strafzaken kan de uitspraak op het einde van de zitting gebeuren of op een latere datum. De rechter deelt de datum mee waarop de uitspraak gebeurt. Ook hier kan de uitspraak langer op zich laten wachten wanneer het om een complexe zaak gaat.

Gebeurt de uitspraak mondeling of schriftelijk ?

In burgerlijk zaken gebeurt de uitspraak schriftelijk.

In strafzaken wordt meestal een gedeelte van het vonnis of het arrest voorgelezen. U kan hoe dan ook het vonnis of het arrest inkijken op de griffie of ook een kopie aanvragen van het vonnis of arrest.

Wordt de uitspraak naar u thuis verstuurd ?

In burgerlijke zaken wordt de uitspraak naar de advocaat verstuurd indien u een advocaat heeft zoniet naar uzelf.

In strafzaken wordt de uitspraak niet naar u verstuurd. U kan wel een kopie bestellen.

Wat gebeurt er indien ik niet aanwezig was op de zitting ?

In burgerlijke zaken wordt de uitspraak naar de advocaat verstuurd indien u een advocaat heeft zoniet naar uzelf. In dat geval is er dus geen probleem.

In strafzaken dient u op de griffie te informeren wanneer de uitspraak juist is geweest. Op de griffie kan u inzage krijgen van het vonnis of arrest.

Wat moet ik doen als ik het niet eens ben met de uitspraak ?

Zowel in burgerlijke zaken als in strafzaken kan u hoger beroep instellen. Er zijn nochtans een aantal beperkingen en tevens dient u de in de wet voorziene termijn te respecteren. Indien het hoger beroep bijvoorbeeld niet tijdig is ingesteld, kan uw zaak niet in hoger beroep ten gronde behandeld worden.

U neemt best contact op met een bevoegd persoon, zoals een advocaat.​

 Als slachtoffer van een misdrijf kan u zich burgerlijke partij stellen op verschillende tijdstippen en op verschillende manieren.

Deze uitgebreide brochure gaat uitsluitend over de burgerlijke partijstelling voor de onderzoeksrechter.

 

Om magistraat te worden moet u minstens een diploma in de rechten hebben en Belg zijn. De andere voorwaarden hangen af van de procedure die u als kandidaat-magistraat wilt volgen. Er zijn drie manieren om benoemd te worden tot magistraat:

Via de gerechtelijke stage: wie de voorbije drie jaar minstens één jaar een juridische functie heeft uitgeoefend, kan deelnemen aan de toelatingsproef tot de gerechtelijke stage. Wie de stage van 18 maanden doorloopt, kan daarna benoemd worden tot parketmagistraat. Wie de stage van drie jaar doorloopt, kan daarna benoemd worden tot rechter of tot parketmagistraat.

Via een examen inzake beroepsbekwaamheid: meer ervaren juristen kunnen via een examen rechtstreeks tot de magistratuur toetreden. Welke ervaring vereist is om benoemd te worden tot rechter is afhankelijk van het juridische beroep dat iemand heeft uitgeoefend. Voor een advocaat is tien jaar ervaring vereist, voor iemand met een juridische functie in de privésector twaalf jaar. Wie minstens vijf jaar ervaring heeft en slaagt in de proef, kan benoemd worden tot parketmagistraat.

Via het mondelinge evaluatie-examen: wie minstens twintig jaar als advocaat heeft gewerkt, of vijftien jaar als advocaat én ten minste vijf jaar in een ander beroep waarin een belangrijke kennis van het recht vereist is, kan deelnemen aan een mondelinge proef. Wie daarin slaagt, kan benoemd worden tot rechter.

De vermelde examens worden georganiseerd door de Hoge Raad voor de Justitie, een orgaan dat onafhankelijk is van de minister van Justitie.

De voorwaarden om magistraat te worden, kunnen veranderen. De meest recente voorwaarden kan u terugvinden in het Gerechtelijk Wetboek of op de website van de Hoge Raad voor de Justitie

Indien er zich geen problemen voordoen tijdens de procedure, kan alles na een 6 à 8-tal maanden geregeld zijn.

Het gaat hier wel degelijk over de duur van de procedure en niet over het opstellen van de overeenkomst voorafgaand aan de indiening van de echtscheiding door onderlinge toestemming. Daar hangt alles af van de partijen.

U bent officieel gescheiden nadat het vonnis is overgeschreven op de burgerlijke stand.

Indien de echtscheiding werd ingeleid nadat de echtgenoten reeds 6 maanden een afzonderlijke woonplaats hadden, dan is er slechts één verschijning op de rechtbank vereist en wordt de duur ingekort met 4 maanden.

 

Indien u student bent en u zou graag een stage willenvolgen op de griffie van een rechtbank, neemt u best contact op met de korpsoverste van de rechtbank waar u stage zou willen lopen.

U vindt de contactgegevens van de rechtbank op de website.

U kan een brief schrijven of een mail sturen met uw curriculum vitae waarin u motiveert waarom u een stage zou willen volgen. U kan ook de periode opgeven waarin u de stage zou willen lopen en hoe lang deze moet duren, doch houd er zeker rekening mee dat niet altijd aan uw eisen kan voldoen worden. Verstuur uw aanvraag ook tijdig en niet op het laatste moment.

Het lijkt beter u zo soepel mogelijk op te stellen, omdat er een plaats moet zijn, er moet ook een begeleider gevonden worden en het moet ook passen in de werkzaamheden van de griffie.

Als u klachten heeft over het optreden van een gerechtsdeurwaarder, kan u hiervoor aankloppen bij de Voorzitter (=Syndicus) of de Verslaggever van de Raad van de Arrondissementskamer waarvan de betrokken gerechtsdeurwaarder deel uitmaakt.

Hiernaast kan u misbruiken door een gerechtsdeurwaarder ook via een gewone brief signaleren aan de beslagrechter, met de vraag om op te treden in toepassing van artikel 1396 van het Gerechtelijk Wetboek. Deze bepaalt luidt als volgt:

Art. 1396. Onverminderd de bij de wet bepaalde middelen van nietigheid, draagt de beslagrechter zorg dat de bepalingen inzake bewarende beslagen en middelen tot tenuitvoerlegging worden nagekomen.

Hij kan, zelfs ambtshalve, zich een verslag over de stand van de rechtspleging door de optredende of aangestelde openbare of ministeriële ambtenaren doen overhandigen.

Stelt hij een verzuim vast, dan geeft hij daarvan kennis aan de procureur des Konings, die oordeelt welke tuchtrechtelijke gevolgen zulks medebrengen.”

 

 

Met welke klachten kunt u terecht bij de Hoge Raad voor de Justitie?

Bij de Hoge Raad kunt u terecht met alle mogelijke klachten over de werking van justitie.

Met welke klachten kunt u er niet terecht?

Er zijn evenwel een aantal klachten waarmee de Hoge Raad u volgens de wet niet kan helpen:

  • Klachten die thuishoren onder de strafrechtelijke of tuchtrechtelijke bevoegdheid van andere overheden (vb.: ik vind dat mijn advocaat mij niet goed verdedigd heeft; een politieagent heeft zich misdragen tegenover mij,…);
  • Klachten over de inhoud van een rechterlijke beslissing;
  • Klachten die door een gewoon of buitengewoon rechtsmiddel behandeld kunnen worden;
  • Klachten die reeds behandeld zijn en geen nieuwe elementen bevatten;
  • Klachten die kennelijk ongegrond zijn.

Enkele voorbeelden van klachten waarbij de HRJ u niet kan helpen:

  • Ik ben niet tevreden met de beslissing van de rechter;
  • Ik ben slachtoffer van een misdrijf geweest, en wil klacht neerleggen;
  • Er wordt beslag gelegd op mijn goederen.

Voor dergelijke klachten bestaan er wel andere oplossingen. Zo kunt u bijvoorbeeld hoger beroep aantekenen, een advocaat, notaris of schuldbemiddelaar raadplegen, gratis rechtsbijstand vragen, een klacht indienen bij de politie en dergelijke meer. 

Voor meer informatie over de klachtenbehandeling bij de Hoge Raad voor de Justitie, klik hier.

Met welke klachten kan u terecht bij de korpsoverste van de magistraat?

U kan ook altijd een klacht indienen over het optreden van een magistraat bijvoorbeeld op de zitting.

Zoals hoger reeds gezegd kan u geen klacht indienen over de inhoud van een beslissing.

U kan de klacht best schriftelijk versturen per brief (al of niet aangetekend) met alle gegevens die de klacht kunnen ondersteunen. Geef hierbij voldoende contactgegevens zodat de korpsoverste u eventueel kan contacteren voor meer gegevens.

Een mail zal wellicht enkel gelden indien hij digitaal ondertekend is, omdat dit de enige manier is waarop uw identiteit kan gecontroleerd worden.

Heeft u klachten over de wijze waarop een incassobureau een schuld invordert?

U kan hiermee terecht bij de Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie, K.M.O., Middenstand en Energie:

Collectieve schuldenregeling

Wanneer u een probleem hebt met uw schuldbemiddelaar in het kader van een collectieve schuldenregeling, kan u de rechter vragen om op te treden of om een andere schuldbemiddelaar aan te stellen.

Een rechter zal dit laatste echter niet snel doen.

U moet dan gedetailleerd aantonen wat de schuldbemiddelaar verkeerd heeft gedaan. U kan dat best aantonen aan de hand van een aantal stukken, zoals brieven, mails enz.

U kan u hiervoor laten bijstaan door een pro-Deoadvocaat, door een OCMW of CAW of iemand die u juridische raad kan geven.

Schuldbemiddeling

Als je in schuldbemiddeling bent bij een OCMW of CAW, kan je altijd vragen om een andere schuldbemiddelaar aan te stellen.

U kan ook gewoon stoppen met schuldbemiddeling.

 

 

 

Sinds 2017 is enkel de notaris nog bevoegd indien u een nalatenschap wenst te verwerpen.

Deskundigen kunnen om dezelfde redenen als worden gewraakt als de rechters.

Indien een deskundige weet dat er enige reden tot wraking tegen hem bestaat, moet hij partijen hier onmiddellijk van op de hoogte stellen en zich van de zaak onthouden.

Partijen kunnen hem wel na gemeenschappelijk overleg vrijstelling verlenen.

De deskundige die partijen hebben gekozen, kan alleen gewraakt worden om redenen die ontstaan zijn of bekend werden na deze aanwijzing.

Wanneer de installatievergadering voorbij is of indien er geen installatievergadering is, na de aanvang van de werkzaamheden kan men geen wraking meer opwerpen tenzij men pas daarna kennis kreeg van bepaalde gegevens.

Deze principe werd alleen in het leven geroepen om te vermijden dat een partij de deskundige van de zaak wil krijgen omdat ze gaandeweg het onderzoek begint te vermoeden dat hij de andere partij in het gelijk zal stellen.

Kan ik zomaar een zitting bijwonen ?

De meeste zittingen in het gerechtsgebouw zijn openbaar en voor het publiek toegankelijk. Sommige zittingen, bijvoorbeeld van de jeugdrechtbank of correctionele zittingen, waarbij de voorzitter de sluiting van de deuren heeft bevolen, mag u niet bijwonen.

Mag iedereen een zitting bijwonen ?

iedereen vanaf 18 jaar kan een zitting bijwonen. Jongeren onder de 18 jaar dienen vergezeld te zijn van een ouder.

Moet ik mij aanmelden als ik een zitting wens bij te wonen ?

In een aantal kamers is een bode aanwezig. U kan zich het best aanmelden bij deze bode. Hij zal u ook aanwijzen waar u plaats mag nemen. Er zijn immers een aantal plaatsen voorbehouden voor de advocaten en voor de burgers die voor de rechtbank dienen te verschijnen.

Al naargelang van de omstandigheden is het mogelijk dat u bij de ingang van het gerechtsgebouw een veiligheidscontrole dient te ondergaan.

Zijn er regels waaraan ik mij dien te houden bij een bezoek ?

Ja, doch deze kunnen verschillen van rechtbank tot rechtbank.

In alle geval mogen geen dieren binnen in het gerechtsgebouw, tenzij blindegeleide - of hulphonden.

U mag geen foto's maken in het gerechtsgebouw en u mag ook niet filmen.

Roken en alcohol zijn verboden in het gerechtsgebouw. U mag ook niet eten in de zittingszaal.

Uw mobiele telefoon dient uitgeschakeld te worden tijdens de zitting.

U mag ook geen commentaar geven op opmerkingen van één van de partijen of op de uitspraak.

Kan ik het gerechtsgebouw bezoeken met een groep ?

Dit is mogelijk doch u dient hiervoor vooraf contact op te nemen met de korpsoverste of diens vertegenwoordiger. De adressen vindt u terug op het internet.

Kan ik een assisenzaak bijwonen ?

Ja, dat kan. Zoals eerder gezegd zijn er wel een aantal voorbehouden plaatsen voor de advocaten, de partijen en de pers. Er kunnen geen plaatsen gereserveerd worden.

Het penitentiair verlof laat de veroordeelde toe de gevangenis driemaal zesendertig uren per trimester te verlaten.

Het penitentiair verlof heeft tot doel :  

  • de familiale, affectieve en sociale contacten van de veroordeelde in stand te houden en te bevorderen;  
  • de sociale reïntegratie van de veroordeelde voor te bereiden.  

De uitvoering van de vrijheidsstraf straf loopt voort tijdens de duur van het toegekend penitentiair verlof.

Het penitentiair verlof wordt toegekend aan elke veroordeelde die voldoet aan de volgende voorwaarden :

  • de veroordeelde bevindt zich in het jaar dat de datum voorafgaat waarop hij tot voorwaardelijke invrijheidstelling kan worden toegelaten;
  • er bestaan in hoofde van de veroordeelde geen tegenaanwijzingen waaraan men niet tegemoet kan komen door het opleggen van bijzondere voorwaarden; deze tegenaanwijzingen hebben betrekking op het gevaar dat de veroordeelde zich aan de uitvoering van zijn straf zou onttrekken, op het risico dat hij tijdens het penitentiair verlof ernstige strafbare feiten zou plegen of op het risico dat hij de slachtoffers zou lastig vallen;
  • de veroordeelde stemt in met de voorwaarden die aan het penitentiair verlof kunnen worden verbonden.
     

Moet ik mij legitimeren ?

Als partij zal naar uw identiteit gevraagd worden. Mogelijks wordt ook uw identiteitskaart gevraagd. Dit is nodig zodat de juiste gegevens kunnen genoteerd worden.

Hoe spreek ik best de rechter of het openbaar ministerie aan ?

U moet zeker geen plechtige aanspreekvormen, zoals "edelachtbare" hanteren. U kan de voorzitter gewoon aanspreken met "mevrouw" of "mijnheer" of "mevrouw of mijnheer de rechter". De procureur des Konings kan u eveneens aanspreken met "mevrouw" of "mijnheer" of "mevrouw of mijnheer de procureur".

Mag of moet ik de rechter of de procureur des Konings een hand geven ?

Dit is niet gebruikelijk en laat dit dus best achterwege. Als partij zal de voorzitter u wel aanwijzen waar u plaats kan nemen.

Aan welke regels moet ik mij houden tijdens de zitting ?

Hierboven werden reeds een aantal regels aangegeven.

Als partij dient u zich beleefd te gedragen en enkel te spreken wanneer u hierom gevraagd wordt.

Indien u zich niet aan de regels houdt, kan de rechter u de toegang tot de zittingszaal ontzeggen.

De wet moet de mogelijkheid bieden om onmiddellijk in te grijpen bij dreigend familiaal geweld en daar waar preventie te kort schiet.

Waar normaliter het slachtoffer van huiselijk geweld de verblijfplaats verlaat, is het hier de dader die de verblijfplaats moet verlaten.

De te beschermen persoon en de uit huis te plaatsen persoon moeten dezelfde verblijfplaats betrekken. In de wet wordt dus niet gesproken van woning maar van verblijfplaats.

 Meer informatie vindt u hier.

In deze brochure wordt uitgelegd wat een geldboete u in feite kost.

Op het niveau van de eerste aanleg spreekt men van eiser (diegene die iets vordert) en verweerder (diegene die zich verweert tegen de eis).

Op het niveau van hoger beroep spreekt men van appellant (diegene die in beroep is gegaan) en geïntimeerde (diegene die zich verweert in hoger beroep).

Een persoon kan eiser zijn in eerste aanleg en geïntimeerde in hoger beroep.

Een persoon kan verweerder zijn in eerste aanleg en appellant in hoger beroep.

De rechter is verplicht om voor elke veroordeling tot een geldboete een vervangende gevangenisstraf uit te spreken.

De vervangende gevangenisstraf is een soort drukkingsmiddel van de overheid om de betaling van de geldboete af te dwingen, wanneer de veroordeelde niet geneigd zou zijn te betalen, en een middel om de veroordeelde niet aan bestraffing te laten ontsnappen, als hij de boete niet kan betalen.

De FOD Justitie heeft een nieuwe brochure gemaakt naar aanleiding van de wetswijziging in verband met de VZW. U kan deze hier downloaden.

U vindt deze gegevens terug in het Gerechtelijk Wetboek.

U kan het Gerechtelijk Wetboek hier raadplegen. Let op dat u steeds de laatste versie raadpleegt, omdat de wet dikwijls verandert.

Het Hof van Cassatie zal een eigen website maken. Vooralsnog kan u hier terecht.

De bijdragen spijzen het Begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand. Met de opbrengsten van dat Fonds wordt het stelsel van juridische tweedelijnsbijstand aanvullend gefinancierd. Op die manier kan aan de advocaten die in dit stelsel prestaties leveren, een billijke vergoeding worden gegarandeerd.

De bijdrage van 20 euro is verschuldigd in burgerlijke zaken en in strafrechtelijke zaken.

Wenst u meer toelichting over deze bijdrage, raadpleeg dan deze omzendbrief van de FOD Justitie.

Dit is afhankelijk voor het soort zaak. In een burgerlijke zaak doet de rechter meestal uitspraak binnen één maand. Bij complexe zaken kan dit langer duren.  Bij strafzaken kan de uitspraak op het einde van de zitting

U kan hier een bijlage downloaden waarin meer uitleg wordt verstrekt over een aantal veel gebruikte juridische afkortingen. Deze gegevens zijn afkomstig van het Hof van Cassatie.

Verjaring van de strafvordering is niet hetzelfde als de verjaring van de straffen.

Het recht om straffen uit te voeren is aan bepaalde termijnen gebonden.

De verjaring van de straf is een verval van het recht van de overheid om de straf uit te voeren door het verstrijken van die termijnen.

De verjaring van de straf is van openbare orde; de veroordeelde kan er niet aan verzaken.

De duur van de verjaringstermijnen verschilt naargelang de aard van de uitgesproken straffen.

Criminele straffen verjaren door verloop van twintig jaren.

Correctionele straffen van meer dan drie jaar verjaren na verloop van tien jaar. Dat kunnen alleen gevangenisstraffen zijn.

De verjaringstermijn bedraagt vijf jaar voor correctionele straffen van drie jaren of minder, dus gevangenisstraffen, straffen onder elektronisch toezicht en autonome probatiestraffen.

Een zaak of een dossier seponeren betekent dat de procureur des Konings in een opsporingsonderzoek beslist om iemand niet te vervolgen. Hij klasseert het dossier zonder gevolg.

De procureur des Konings kan daartoe beslissen om verschillende redenen zoals onvoldoende bewijs, het misdrijf is verjaard, de verdachte is overleden, het belang van de zaak, het strafrechtelijk beleid enz.

De procureur des Konings kan altijd op zijn beslissing terug komen, wanneer er bijvoorbeeld nieuw bewijs voorhanden is.

In een gerechtelijk onderzoek (onderzoek dat geleid werd door een onderzoeksrechter) is seponeren niet mogelijk. Daar bepaalt de raadkamer (van de rechtbank van eerste aanleg) welk gevolg wordt gegeven aan een zaak.

Wanneer partijen in een strafzaak nog geen schadeëis kunnen voorleggen (om verschillende redenen: aanstelling deskundige is nog bezig, facturen ontbreken enz.) dan kan de eisende partij hetzij een provisie vragen (voorschot) of vragen dat de burgerlijke belangen worden aangehouden. Eens alle gegevens in het bezit zijn van de eisende partij, kan de zaak opnieuw voor de rechtbank gebracht worden.

Vanaf 1 januari 1998 kan de gefailleerde die verschoonbaar werd verklaard niet opnieuw door zijn schuldeisers worden vervolgd voor vorderingen die bij de afsluiting van het faillissement waren overgebleven.

Rechtspersonen kunnen evenwel niet verschoonbaar worden verklaard.

Om zijn verschoonbaarheid te bekomen kan de gefailleerde vanaf zes maanden na de datum van het vonnis van faillietverklaring de rechtbank verzoeken uitspraak te doen over de verschoonbaarheid.

Om verschoonbaar te worden verklaard moet de gefailleerde voldoen aan twee voorwaarden, namelijk ongelukkig en te goeder trouw te hebben gehandeld.

Zowel de schuldeisers die hun vordering tijdig of laattijdig hebben aangegeven in het faillissement, als deze die verzuimd hebben om aangifte te doen, worden door deze verschoonbaarheid getroffen.

Wanneer het faillissement wordt afgesloten worden de schuldeisers en de gefailleerde bijeengeroepen door de curators om de afrekening te bespreken en af te sluiten. 

Op deze vergadering geven de schuldeisers hun advies over de verschoonbaarheid van de gefailleerde natuurlijke persoon.

Dit advies is echter niet bindend voor de rechtbank.

Wanneer de rechtbank de gefailleerde verschoonbaar verklaart, moet het vonnis waarbij de sluiting van het faillissement wordt bevolen, worden bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

De verschoonbaar verklaarde gefailleerde wordt bovendien immuun tegen vervolgingen door zijn gewezen schuldeisers. Daarnaast wordt hij ook in zijn persoon in eer hersteld en behoudt hij zijn burgerlijke en politieke rechten.

 

Wie zijn we? (tekst afkomstig van FOD Financiën)

 
 

De Dienst voor alimentatievorderingen (DAVO) werd opgericht als onderdeel van de Federale Overheidsdienst Financiën (Wet van 21 februari 2003).

De DAVO maakt deel uit van de Algemene Administratie van de Inning en de Invordering.

De dienst heeft lokale kantoren verspreid over het hele land (This hyperlink opens a new window)

De DAVO werd opgericht om een oplossing te bieden voor volgende problemen:

  • het bestrijden van armoede door het niet betalen van het onderhoudsgeld (alimentatie) aan kinderen en/of (ex-)partner
  • het niet uitvoeren van gerechtelijke uitspraken en notariële aktes

Wanneer uw onderhoudsgeld niet wordt betaald, kunt u als onderhoudsgerechtigde (diegene die het onderhoudsgeld moet krijgen) een aanvraag indienen bij de DAVO.

De DAVO zal dan optreden om:

  • het maandelijks onderhoudsgeld (en de achterstallen) bij de onderhoudsplichtige (diegene die het onderhoudsgeld moet betalen) op te eisen,
  • eventueel voorschotten op het maandelijks onderhoudsgeld aan u te betalen.

Het is belangrijk te weten dat:

  • de DAVO niet automatisch optreedt: u moet zelf een aanvraag indienen en aan bepaalde voorwaarden voldoen,
  • de DAVO over alle uitvoeringsmaatregelen beschikt die aan u, als onderhoudsgerechtigde, zijn toegekend,
  • de DAVO alle informatie mag inwinnen over de financiële toestand van de onderhoudsplichtige,
  • naast de tussenkomst van de DAVO, de onderhoudsplichtige strafrechtelijk kan worden vervolgd voor het niet-betalen van het onderhoudsgeld.

Een uitgifte is de officiële kopie van de uitspraak met de handtekening van de rechter(s). U heeft dit document nodig wanneer u een vonnis of arrest wil laten uitvoeren, bijvoorbeeld door een gerechtsdeurwaarder.

Het College van hoven en rechtbanken neemt maatregelen die een toegankelijke, onafhankelijke, tijdige en kwaliteitsvolle rechtspraak verzekeren door het organiseren van onder meer communicatie, kennisbeheer, kwaliteit, werkprocessen, implementatie van de informatisering, het strategisch personeelsbeleid, de statistiek, de werklastmeting en werklastverdeling.

Het kan dwingende richtlijnen en aanbevelingen geven aan de directiecomités die de lokale entiteiten vertegenwoordigen en zal de beschikbare middelen verdelen over de hoven en rechtbanken op basis van de beheersplannen die de directiecomités van deze lokale entiteiten opstellen.

De voorzitter van het College wordt verkozen voor 2,5 jaar uit de leden van het College. Het College neemt beslissingen bij meerderheid.

Het College bestaat uit 3 eerste voorzitters van hoven van beroep, 1 eerste voorzitter van een arbeidshof, 2 voorzitters van rechtbanken van eerste aanleg, 1 voorzitter van een ondernemingsrechtbank, 1 voorzitter van een arbeidsrechtbank, 1 voorzitter vredegerechten en politierechtbanken.

Rechtsbijstand houdt in dat diegene die niet over de nodige inkomsten beschikt om de kosten van de procedure te betalen, geheel of ten dele kan ontslaan worden van de betaling van diverse kosten, zoals registratierechten, griffierechten, uitgifterechten enz.

Rechtsbijstand is niet hetzelfde als eerstelijns- en tweedelijnsbijstand, waardoor de vragende partij die niet over voldoende inkomsten beschikt geheel of ten dele een advocaat niet moet betalen.

U vindt hierover meer informatie op de website van de gerechtsdeurwaarders.

Ook het Hof van Cassatie heeft zijn 'openbaar ministerie': het parket-generaal bij het Hof van Cassatie. Dit heeft een volkomen andere functie dan het reeds besproken Openbaar Ministerie. Het Hof van Cassatie oordeelt immers niet over de grond van de zaak, maar kijkt de wettigheid en de regelmatigheid van de gevoerde rechtspleging na. Het parket-generaal bij het Hof van Cassatie doet niet aan strafvervolging, maar geeft advies over de toepassing van de rechtsregels.

De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie heeft de leiding over een parket-generaal en wordt bijgestaan door een eerste advocaat-generaal en advocaten-generaal.

Rolrecht is een belasting die geheven wordt op de inschrijving van iedere zaak die wordt ingeschreven op de algemene rol, in het register van de verzoekschriften of in het register van de vorderingen in kort geding op de vredegerechten en de politierechtbanken, de rechtbanken van eerste aanleg en de ondernemingsrechtbanken, de hoven van beroep en het Hof van Cassatie. 

Strafzaken, fiscale zaken, vorderingen in het kader van een insolventieprocedure (faillissementszaken) of de gerechtelijke reorganisatie en sociale zaken die gebracht worden voor de arbeidsgerechten zijn in de regel vrijgesteld. 

In familiezaken is in eerste aanleg geen nieuw rolrecht verschuldigd wanneer in een reeds bestaand familiedossier een nieuw of aanvullend verzoekschrift wordt neergelegd m.b.t. zaken die geacht worden spoedeisend te zijn1 gelet op het principe van de voortdurende aanhangigheid voor de familierechtbank.   In deze gevallen is echter wel rolrecht verschuldigd telkens wanneer hoger beroep wordt ingesteld. 

Ook ingeval van herinschrijving op de rol, nadat de zaak ambtshalve is weggelaten of van de rol werd doorgehaald op verzoek van partijen, is opnieuw rolrecht verschuldigd.

Meer informatie vindt u hier.