Politierechtbank Oost-Vlaanderen

Openingsuren

Het secretariaat van het arrondissement is geopend elke werkdag van 8 u 30 tot 12 u 30 en van 13 u 30 tot 16 u. Buiten deze openingsuren wordt in stilte gewerkt.
01

De politierechtbank Oost-Vlaanderen wordt in vijf afdelingen verdeeld. Klik hieronder voor de verschillende afdelingen.

Alle contactgegevens

Locatie

Politierechtbank Oost-Vlaanderen
Gerechtsgebouw Gent

Afdelingen

Politierechtbank Oost-Vlaanderen - afdeling Aalst

Politierechtbank Oost-Vlaanderen

  • Noordlaan 31/3 - 9200 Dendermonde
  • 052 25 96 20
  • 052 22 47 05
  • BE09 6792 0084 4257
Politierechtbank Oost-Vlaanderen - afdeling Gent

Politierechtbank Oost-Vlaanderen

  • Opgeëistenlaan 401/m - 9000 Gent
  • 09 234 53 50
  • 09 234 53 51
  • BE45 6792 0084 7489
  • Tacambaroplein 5 - 9700 Oudenaarde
  • 055 33 50 77
  • 055 30 34 97
  • BE79 6792 0092 9133
  • Kazernestraat 10 - 9100 Sint-Niklaas
  • 03 760 94 25
  • 03 766 20 47
  • BE95 6792 0084 4358

Politierechtbank Oost-Vlaanderen

Voorstelling

Welkom

Beste bezoeker,

Welkom op de website van de politierechtbank Oost-Vlaanderen.

De politierechtbank Oost-Vlaanderen is onderverdeeld in vijf afdelingen. De rechters in de politierechtbank zijn werkzaam in één of meerdere van deze afdelingen. Onder de rubriek bevoegdheid vindt u meer informatie over de specifieke afdelingen en over de bevoegdheid van de politierechtbank.

Het doel van deze website is om elke rechtzoekende enigszins wegwijs te maken in de algemene werking van de politierechtbank, en in de mate van het mogelijke een antwoord te bieden op de vragen die men heeft wanneer men verwikkeld is in een procedure vóór de politierechtbank. Tevens kan u onder de rubriek "formulieren" enkele belangrijke documenten terugvinden die dienstig kunnen zijn.

Voor alle duidelijkheid dient erop gewezen te worden dat het de leden van de griffie enkel toegelaten is om algemene inlichtingen te verstrekken en, conform het advies van de Hoge Raad voor de Justitie, de rechtzoekende te helpen om de procedures beter te begrijpen. Het is aan magistraten en griffiepersoneel verboden om juridisch advies te geven (artikel 297 Ger.W.). Daarvoor moet men zich richten tot een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of een andere instantie. Een eerste oriënterend advies kan u gratis bekomen bij uw plaatselijke Commissie voor Juridische Bijstand. Meer info hieromtrent kan u vinden op de website van de Orde van Vlaamse Balies (zie rubriek "links" - advocaat). Zaken die tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren, kunnen eveneens onder een rechtsbijstandsverzekering vallen. Indien u een dergelijke verzekering hebt afgesloten, kan u zich tot uw makelaar of rechtsbijstandsverzekeraar wenden voor meer info.

De informatie op deze website is verder noch bindend, noch volledig. Ze heeft enkel tot doel om u op een concrete en vlugge wijze kennis te geven van de meest elementaire informatie. Als bezoeker aanvaardt u dan ook dat het raadplegen van deze website en het gebruik van de interne en externe informatie enkel onder uw eigen verantwoordelijkheid gebeurt.

Deze website zal zoveel als mogelijk geactualiseerd worden zodat het zeker de moeite loont om hem af en toe opnieuw te raadplegen.

 

De Voorzitter en het directiecomité.

Organisatie

Organigram

Personen en hun functie

Custom 1

Gebiedsomschrijving

De politierechtbank Oost-Vlaanderen wordt in vijf afdelingen verdeeld.

De eerste houdt zitting te Gent  en oefent rechtsmacht uit over het grondgebied van de kantons Deinze, Eeklo, van de vijf kantons Gent en van de kantons Merelbeke, Zelzate en Zomergem.

De tweede houdt zitting te Dendermonde en oefent rechtsmacht uit over het grondgebied van de kantons Dendermonde-Hamme, Lokeren en Wetteren-Zele.

De derde houdt zitting te Sint-Niklaas en oefent rechtsmacht uit over het grondgebied van het kanton Beveren en van de twee kantons Sint-Niklaas.

De vierde houdt zitting te Aalst en oefent rechtsmacht uit over het grondgebied van de twee kantons Aalst en van het kanton Ninove.

De vijfde houdt zitting te Oudenaarde en oefent rechtsmacht uit over het grondgebied van de kantons Geraardsbergen-Brakel, Oudenaarde-Kruishoutem, Ronse en Zottegem-Herzele.

Materiële bevoegdheid

In ons rechtssysteem kan een rechter niet zomaar overal en over alles oordelen. Er bestaat een taakverdeling. Een rechter is slechts bevoegd om binnen de grenzen van een bepaald grondgebied (territoriale bevoegdheid) over een bepaald soort zaken (materiële bevoegdheid) te oordelen. Dit geldt dus ook voor de politierechtbank.

In de eerste plaats dient nagegaan te worden of de politierechtbank kan oordelen over de zaak, met andere woorden: of een bepaald soort zaak wel tot de bevoegdheid van een politierechtbank behoort.

Hierna worden een aantal zaken opgesomd die tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren. Let wel, deze opsomming is niet volledig. In ieder geval doet u er goed aan om u bij de minste twijfel verder te informeren. Daarvoor kan u zich richten tot een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of een andere daartoe bevoegde instantie. Een eerste oriënterend advies kan u gratis bekomen bij uw plaatselijke Commissie voor Juridische Bijstand. Meer info hieromtrent kan u vinden op de website van de Orde van Vlaamse Balies (zie rubriek "links" - advocaat). Zaken die tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren, kunnen eveneens onder een rechtsbijstandsverzekering vallen. Indien u een dergelijke verzekering hebt afgesloten, kan u zich tot uw makelaar of rechtsbijstandsverzekeraar wenden voor meer info.

De politierechtbank behandelt zowel burgerlijke zaken als strafzaken.

De politierechtbank Oost-Vlaanderen is onderverdeeld in meerdere afdelingen. Om de vlotte werking binnen iedere afdeling te verzekeren, bestaat elke afdeling van de politierechtbank Oost-Vlaanderen op haar beurt uit meerdere kamers. Er zijn per afdeling kamers die uitsluitend burgerlijke zaken behandelen en kamers die uitsluitend strafzaken behandelen. Over de indeling in kamers per afdeling en de aard van de zaken (burgerlijke zaken of strafzaken) die zij behandelen, vindt u meer info bij de informatie over de verschillende afdelingen onder de rubriek "info".

burgerlijke zaken

De politierechtbank oordeelt over alle vorderingen tot vergoeding van schade als gevolg van een verkeersongeval of een treinongeval, zelfs indien dit ongeval zich heeft voorgedaan op een plaats die niet toegankelijk is voor het publiek (artikel 601bis Gerechtelijk Wetboek).

Daarenboven kan men bij de politierechtbank in beroep gaan tegen een aantal administratieve beslissingen (artikel 601ter Gerechtelijk Wetboek). Zo kan men bij de politierechtbank in beroep gaan tegen:

  • de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete in het kader van de GAS-wet (wet van 23 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties), voor zover die beslissing genomen is ten aanzien van een meerderjarige persoon
  • de beslissing tot het opleggen van een administratieve sanctie in het kader van de Voetbalwet (wet van 21 december 1998 betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden), voor zover die beslissing genomen is ten aanzien van een persoon ouder dan veertien jaar
  • de beslissing tot het opleggen van een bestuurlijke geldboete in het kader van de wetgeving met betrekking tot het terugkommoment voor de houder van een rijbewijs categorie B (decreet van 9 maart 2018 houdende het terugkommoment in het kader van de rijopleiding categorie B)
  • de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete in het kader van de wetgeving met betrekking tot de lage-emissiezones (decreet van 27 november 2015 betreffende lage-emissiezones)
  • de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete in het kader van de verplichtingen van het publiek en van de reizigers met betrekking tot de spoorwegen (wet van 27 april 2018 op de politie van de spoorwegen), voor zover die beslissing genomen is ten aanzien van een meerderjarige persoon
  • de beslissing tot het opleggen van een administratieve geldboete in het kader van de wetgeving met betrekking tot het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid (decreet van 7 juni 2013 betreffende het Vlaamse integratie- en inburgeringsbeleid)

strafzaken

Indien het misdrijf dat gepleegd is een overtreding is, dan behoort de zaak tot de bevoegdheid van de politierechtbank (artikel 137 Wetboek van Strafvordering). De term overtreding dient hier in zijn juridische betekenis begrepen te worden. Een overtreding is in die zin een misdrijf waarop volgens de wet een straf staat van 1 dag tot en met 7 dagen gevangenisstraf en/of 1 EUR tot en met 25 EUR geldboete (voorbeelden van dergelijke misdrijven: artikel 559 Strafwetboek, artikel 561 Strafwetboek). De politierechtbank oordeelt dus over deze misdrijven. Een uitzondering hierop zijn de overtredingen bedoeld in de Drugswet. Daarover zal de correctionele rechtbank dienen te oordelen.

Tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren echter ook een zeer uitgebreid aantal misdrijven waarbij de daarop door de wet gestelde straf er niet toe doet (artikel 138 Wetboek van Strafvordering). Deze zaken worden steeds door de politierechtbank behandeld, ongeacht de daarop door de wet gestelde straf. Enkele voorbeelden:

  • de misdrijven omschreven in het koninklijk besluit van 16 maart 1968 tot coördinatie van de wetten betreffende de politie over het wegverkeer (Wegverkeerswet), en de uitvoeringsbesluiten van deze wet (onder meer het koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg, het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs, en het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen)
  • de verkeersongevallen met lichamelijke letsels (artikelen 418 en 420 Strafwetboek)
  • de dodelijke verkeersongevallen (artikelen 418 en 419 Strafwetboek)
  • de misdrijven omschreven in de artikelen 22, 23 en 26 van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (WAM)
  • de misdrijven omschreven in de wet van 21 juni 1985 betreffende de technische eisen waaraan elk voertuig voor vervoer te land, de onderdelen ervan, evenals de veiligheidstoebehoren moeten voldoen, en de uitvoeringsbesluiten van deze wet (onder meer het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen en het koninklijk besluit van 10 oktober 1974 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de bromfietsen, de motorfietsen en hun aanhangwagens moeten voldoen)
  • de misdrijven omschreven in de wetten en de verordeningen op de barelen, op de openbare en geregelde diensten van gemeenschappelijk vervoer te land en te water, en op de waterwegen (onder meer de spoorwegwetgeving, de wetgeving met betrekking tot het vervoer van goederen of personen, de scheepvaartreglementen)
  • de misdrijven omschreven in de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap (openbare dronkenschap), met uitzondering van de in artikel 8 en artikel 11, eerste en tweede lid van deze wet bedoelde misdrijven
  • de misdrijven omschreven in het Veldwetboek
  • de misdrijven omschreven in het Boswetboek
  • de misdrijven omschreven in de wetten op de riviervisserij
  • de misdrijven omschreven in de provincieverordeningen, behalve voor de verordeningen die werden genomen in toepassing van de artikelen 128 en 139 Provinciewet
  • de misdrijven omschreven in de gemeenteverordeningen

De politierechtbank verleent bovendien in een aantal specifieke gevallen een zogenaamde "machtiging tot visitatie" (soort huiszoekingsbevel) op verzoek van de bevoegde overheid. Dit is onder meer het geval bij het onderzoek naar inbreuken op de fiscale wetgeving (artikel 319 WIB92, artikel 63 Btw-wetboek), inbreuken op de wetgeving met betrekking tot het dierenwelzijn (artikel 34 Dierenwelzijnswet), inbreuken met betrekking tot de wetgeving op het milieu (artikel 16.3.12 DABM), inbreuken op de wetgeving met betrekking tot de kansspelen (artikel 15 Kansspelwet) en inbreuken op de Vlaamse regelgeving (artikelen 10 en 30 kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving).

Eens is vastgesteld dat een zaak tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoort, dient verder nagegaan te worden of de politierechtbank Oost-Vlaanderen (en niet een andere politierechtbank) bevoegd is om er over te oordelen, en welke afdeling van de politierechtbank Oost-Vlaanderen dan wel bevoegd is (zie rubriek "bevoegdheden" - "territoriale bevoegdheid")."

Territoriale bevoegdheid

In ons rechtssysteem kan een rechter niet zomaar overal en over alles oordelen. Er bestaat een taakverdeling. Een rechter is slechts bevoegd om binnen de grenzen van een bepaald grondgebied (territoriale bevoegdheid) over een bepaald soort zaken (materiële bevoegdheid) te oordelen. Dit geldt dus ook voor de politierechtbank.

Eens is vastgesteld dat een zaak tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoort (zie rubriek "bevoegdheden" - "materiële bevoegdheid"), dient verder nagegaan te worden of de politierechtbank Oost-Vlaanderen (en niet een andere politierechtbank) bevoegd is om er over te oordelen, en welke afdeling van de politierechtbank Oost-Vlaanderen dan wel bevoegd is. 

De politierechtbank Oost-Vlaanderen is onderverdeeld in vijf afdelingen. Samen vormen zij de politierechtbank Oost-Vlaanderen.

Het grondgebied van de politierechtbank Oost-Vlaanderen is het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen. De grenzen van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen vallen samen met de grenzen van de provincie Oost-Vlaanderen.

Elke afdeling is echter slechts bevoegd binnen de grenzen van een welbepaald stuk van het gerechtelijk arrondissement Oost-Vlaanderen.

Het grondgebied van de afdeling Aalst omvat de volgende steden en gemeenten: Aalst, Denderleeuw, Erpe-Mere, Haaltert, Lede en Ninove.

Het grondgebied van de afdeling Dendermonde omvat de volgende steden en gemeenten: Berlare, Buggenhout, Dendermonde, Hamme, Laarne, Lebbeke, Lokeren, Moerbeke, Stekene, Temse, Waasmunster, Wetteren, Wichelen en Zele.

Het grondgebied van de afdeling Gent omvat de volgende steden en gemeenten: Aalter, Assenede, Deinze, De Pinte, Destelbergen, Eeklo, Evergem, Gavere, Gent, Kaprijke, Lochristi, Lievegem, Maldegem, Melle, Merelbeke, Nazareth, Oosterzele, Sint-Laureins, Sint-Martens-Latem, Wachtebeke, Zelzate, en Zulte.

Het grondgebied van de afdeling Oudenaarde omvat de volgende steden en gemeenten: Brakel, Geraardsbergen, Herzele, Horebeke, Kluisbergen, Kruisem, Lierde, Maarkedal, Oudenaarde, Ronse, Sint-Lievens-Houtem, Wortegem-Petegem, Zottegem en Zwalm.

Het grondgebied van de afdeling Sint-Niklaas omvat de volgende steden en gemeenten: Beveren, Kruibeke, Sint-Gillis-Waas en Sint-Niklaas. 

In burgerlijke zaken is de algemene regel (artikel 624 Gerechtelijk Wetboek) dat de bevoegde afdeling is:

  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de woonplaats van de verweerder of één van de verweerders is gelegen;
  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de plaats is gelegen waar de verbintenissen waarover het geschil loopt, of één ervan, zijn ontstaan of waar zij worden, zijn of moeten worden uitgevoerd;
  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de woonplaats is gelegen die is gekozen voor de uitvoering van de akte;
  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de plaats is gelegen waar de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken tot de verweerder in persoon, indien noch de verweerder, noch één van de verweerders een woonplaats heeft in België of in het buitenland.

Op deze regel bestaan echter ook tal van uitzonderingen. Zo bijvoorbeeld zal voor een vordering van een benadeelde tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar van een motorrijtuig op grond van de wet van 21 november 1989 betreffende de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen (WAM) de bevoegde afdeling ofwel de afdeling zijn op wiens grondgebied de plaats van het feit waaruit de schade is ontstaan is gelegen, ofwel de afdeling zijn op wiens grondgebied de woonplaats van de benadeelde is gelegen, ofwel de afdeling zijn op wiens grondgebied de zetel van de verzekeraar is gelegen (artikel 15 WAM). Voor vorderingen tussen verzekeraar en verzekeringnemer (bijvoorbeeld in het kader van een regres, een verzekering eigen schade …) is de bevoegde afdeling dan weer de afdeling op wiens grondgebied de woonplaats van de verzekeringnemer is gelegen (artikel 628, 10° Gerechtelijk Wetboek).

Een zaakverdelingsreglement kan eveneens één of meerdere afdelingen van de politierechtbank Oost-Vlaanderen exclusief bevoegd maken voor een welbepaald soort zaken welke tot de bevoegdheid van de politierechtbank Oost-Vlaanderen behoren. Dit is momenteel echter niet het geval.

In strafzaken is de algemene regel (artikel 139 Wetboek van Strafvordering) dat de bevoegde afdeling is:

  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de plaats van het misdrijf is gelegen;
  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de verblijfplaats van de verdachte is gelegen;
  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de maatschappelijke zetel of de bedrijfszetel van de rechtspersoon is gelegen;
  • ofwel, de afdeling op wiens grondgebied de plaats is gelegen waar de verdachte is gevonden.

Indien een zaak tot de bevoegdheid van een politierechtbank behoort maar geen enkele afdeling van de politierechtbank Oost-Vlaanderen op grond van de regels van de territoriale bevoegdheid bevoegd is, dan dient u zich tot (een andere afdeling van) een andere politierechtbank te wenden. 

In ieder geval doet u er goed aan om u bij de minste twijfel verder te informeren. Daarvoor kan u zich richten tot een advocaat, een gerechtsdeurwaarder of een andere daartoe bevoegde instantie. Een eerste oriënterend advies (juridische eerstelijnsbijstand) kan u gratis bekomen bij uw plaatselijke Commissie voor Juridische Bijstand. Meer info hieromtrent kan u vinden op de website van de Orde van Vlaamse Balies (zie rubriek "links" - advocaat). Zaken die tot de bevoegdheid van de politierechtbank behoren, kunnen eveneens onder een rechtsbijstandsverzekering vallen. Indien u een dergelijke verzekering hebt afgesloten, kan u zich tot uw makelaar of rechtsbijstandsverzekeraar wenden voor meer info.

Om de vlotte werking binnen iedere afdeling te verzekeren, bestaat elke afdeling van de politierechtbank Oost-Vlaanderen op haar beurt uit meerdere kamers. Er zijn per afdeling kamers die uitsluitend burgerlijke zaken behandelen en kamers die uitsluitend strafzaken behandelen. Over de indeling in kamers per afdeling en de aard van de zaken (burgerlijke zaken of strafzaken) die zij behandelen, vindt u meer info bij de informatie over de verschillende afdelingen onder de rubriek "Praktisch" en doorklikken naar "Zittingskalender". 

Custom 5

Secretariaat voorzitter

Het secretariaat van de voorzitter van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank

In elk gerechtelijk arrondissement is er een voorzitter en een ondervoorzitter van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank.

De voorzitter is onder meer belast met de algemene leiding en organisatie van de vredegerechten en de politierechtbanken.

De voorzitter of zijn secretariaat beheert evenwel niet de dossiers van de verschillende vredegerechten die onder zijn bevoegdheid vallen.

U kan dus geen informatie inwinnen op het secretariaat van de voorzitter over een dossier van een vredegerecht. U moet rechtstreeks contact opnemen met de griffie van het bevoegde vredegerecht.

De gegevens van de verschillende vredegerechten vindt u hier.

Indien u niet weet welk vredegerecht bevoegd is, kan u gebruik maken van deze tool:

Geef de naam van de gemeente en de straat in en u zal de contactgegevens vinden van het vredegerecht dat mogelijks bevoegd is. Indien u zekerheid wenst, dan kan u contact opnemen met dat vredegerecht.


Onderstaande contactgegevens mag u dus niet gebruiken voor informatie over een bepaald kanton.

Contactgegevens van het secretariaat van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank West-Vlaanderen  :

Opgeëistenlaan, 401/M - lokaal 524

9000 Gent

Telefoon: 09 234 53 82

Formulieren

Document PDF Word Excel Info
Folder stage
Stage - aanvraagformulier
Document PDF Word Excel Info
Hoger beroep GAS - afdeling Aalst
Hoger beroep GAS - afdeling Dendermonde
Hoger beroep GAS - afdeling Gent
Hoger beroep GAS - afdeling Oudenaarde
Hoger beroep GAS - afdeling Sint-Niklaas
Document PDF Word Excel Info
Hoger beroep voetbalwet - afdeling Aalst
Hoger beroep voetbalwet - afdeling Dendermonde
Hoger beroep voetbalwet - afdeling Gent
Hoger beroep voetbalwet - afdeling Oudenaarde
Hoger beroep voetbalwet - afdeling Sint-Niklaas
Document PDF Word Excel Info
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (overschrijding termijn) - afdeling Aalst
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (weigering inzage) - afdeling Aalst
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (overschrijding termijn) - afdeling Dendermonde
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (weigering inzage) - afdeling Dendermonde
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (overschrijding termijn) - afdeling Gent
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (weigering inzage) - afdeling Gent
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (overschrijding termijn) - afdeling Oudenaarde
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (weigering inzage) - afdeling Oudenaarde
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (overschrijding termijn) - afdeling Sint-Niklaas
Verzoekschrift beroep kaderdecreet Bestuurlijke Handhaving (weigering inzage) - afdeling Sint-Niklaas
Document PDF Word Excel Info
Verzoekschrift conclusietermijnen - afdeling Aalst
Verzoekschrift conclusietermijnen - afdeling Dendermonde
Verzoekschrift conclusietermijnen - afdeling Gent
Verzoekschrift conclusietermijnen - afdeling Oudenaarde
Verzoekschrift conclusietermijnen - afdeling Sint-Niklaas
Document PDF Word Excel Info
Politierechtbank Oost-Vlaanderen - Conclusietermijnen - Penaal
Document PDF Word Excel Info
Grievenformulier hoger beroep
Document PDF Word Excel Info
Kopie afhalen - afdeling Aalst
Kopie afhalen - afdeling Dendermonde
Kopie afhalen - afdeling Gent
Kopie afhalen - afdeling Oudenaarde
Kopie afhalen - afdeling Sint-Niklaas
Document PDF Word Excel Info
Kopie opsturen - afdeling Aalst
Kopie opsturen - afdeling Dendermonde
Kopie opsturen - afdeling Gent
Kopie opsturen - afdeling Oudenaarde
Kopie opsturen - afdeling Sint-Niklaas

Nieuws

Het nieuwe boek "De vrederechter, tot uw dienst" werd voorgesteld aan de pers.

MEDEDELING

In het boek is er sprake (zie pagina 85)  van een algemene bevoegdheid van de vrederechter voor geschillen tot 5000 €.

Dit werd in het Parlement goedgekeurd en deze bevoegdheidsbepaling gaat in voege op 1 september 2018.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

18 OKTOBER 2017. - Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Strafwetboek
Art. 2. In artikel 439 van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de woorden "in de aanhorigheden ervan binnendringt, hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels." vervangen door de woorden "in de aanhorigheden ervan hetzij binnendringt met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels, hetzij dit goed bezet, hetzij erin verblijft zonder toestemming van de bewoners.".
Art. 3. In boek II, titel VIII, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 442/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 442/1. § 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.
§ 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of aan de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 4. In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt de bepaling onder 22°, opgeheven bij de wet van 30 juli 2013, hersteld in de volgende lezing :
"22° over de verzoeken die bij hem worden ingediend krachtens de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed.".
Art. 5. Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, dat gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, wordt aangevuld met de bepaling onder 19°, luidende :
"19° de vrederechter van het kanton waar het goed waarvoor het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed geldt, gelegen is.".
Art. 6. In het vierde deel, boek IV, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk XVter ingevoegd, luidende "Rechtspleging inzake uithuiszetting uit plaatsen betrokken zonder recht of titel".
Art. 7. In hoofdstuk XVter, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 1344octies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344octies. Iedere houder van een recht of titel op het betrokken goed kan bij verzoekschrift op tegenspraak of, in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het vredegerecht, een vordering inleiden tot uithuiszetting uit plaatsen die zonder recht of titel worden betrokken.
Het verzoekschrift vermeldt, op straffe van nietigheid :
1. de dag, de maand en het jaar;
2. de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker;
3. behalve ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, de naam, de voornaam en de woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de persoon tegen wie de vordering is ingesteld;
4. het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5. de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat, of, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, de handtekening van de advocaat.
Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak wordt een getuigschrift van de woonplaats van de persoon bedoeld in het tweede lid, onder de bepaling onder 3 bij het verzoekschrift gevoegd. Het getuigschrift wordt afgegeven door het gemeentebestuur.
Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak worden de partijen of, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, wordt de eisende partij door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen om binnen acht, respectievelijk twee dagen na de inschrijving van het verzoekschrift op de algemene rol te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt, onverminderd zijn mogelijkheid om deze termijnen op verzoek van een advocaat of gerechtsdeurwaarder in te korten. Bij de oproeping wordt, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak, een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.
Wanneer de partijen verschijnen, probeert de rechter hen te verzoenen.
De vrederechter kan op de inleidingszitting de zaak aanhouden of ze verwijzen opdat er op een nabije datum zou worden over gepleit, waarbij hij de duur van de debatten bepaalt. Het vonnis vermeldt dat de partijen niet tot verzoening kwamen.
In afwijking van artikel 747 worden op de inleidingszitting, ingeval het verzoek bij verzoekschrift op tegenspraak wordt ingeleid inzake een vordering tot uithuiszetting, conclusietermijnen ambtshalve en op nabije datum vastgesteld door de vrederechter. De partijen doen hun opmerkingen uiterlijk op de inleidingszitting gelden.".
Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344novies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344novies. § 1. Dit artikel is van toepassing op elke vordering ingeleid bij verzoekschrift, bij dagvaarding of bij gezamenlijk verzoekschrift waarbij de uithuiszetting wordt gevorderd van een natuurlijke persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 2. Wanneer de vordering bij verzoekschrift of bij gezamenlijk verzoekschrift wordt ingeleid, zendt de griffier, behoudens verzet van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald in paragraaf 4, na een termijn van vier dagen na de inschrijving op de algemene rol van de vordering tot uithuiszetting, via enige vorm van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een afschrift van het verzoekschrift naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, van de verblijfplaats van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 3. Wanneer de vordering aanhangig wordt gemaakt bij dagvaarding, zendt de gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald in paragraaf 4, na een termijn van vier dagen na de betekening van het exploot, via enige vorm van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een afschrift van de dagvaarding naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, van de verblijfplaats van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 4. De persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt kan in het proces-verbaal van vrijwillige verschijning of bij de griffie binnen een termijn van twee dagen na de oproeping bij gerechtsbrief, of bij de gerechtsdeurwaarder binnen een termijn van twee dagen na de betekening, zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van het afschrift van de inleidende akte.
Het verzoekschrift op tegenspraak of de dagvaarding vermeldt de tekst van het eerste lid.
§ 5. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp te bieden.".
Art. 9. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344decies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344decies. In geval van uithuiszetting bedoeld in artikel 1344novies, § 1, bepaalt de rechter dat de tenuitvoerlegging van de uithuiszetting plaatsgrijpt vanaf de achtste dag volgend op de betekening van het vonnis, tenzij de rechter bij een met redenen omklede beslissing bepaalt dat, wegens uitzonderlijke, ernstige omstandigheden, onder meer de mogelijkheden van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt om opnieuw gehuisvest te worden in dusdanige omstandigheden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de eenheid, de financiële middelen en de behoeften van het gezin en dit in het bijzonder gedurende de winterperiode, een langere termijn verantwoord blijkt. In dit geval stelt de rechter, rekening houdend met de belangen van de partijen en onder de voorwaarden die hij bepaalt, de termijn vast gedurende welke de uithuiszetting niet kan worden uitgevoerd. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan zes maanden bedragen. Ingeval de vordering is ingesteld bij eenzijdig verzoekschrift kan er betekend worden bij middel van aanplakking aan de gevel van het pand dat zonder recht of titel werd bezet.
De gerechtsdeurwaarder brengt de persoon die zonder recht of titel de plaats betrekt in ieder geval ten minste vijf werkdagen van tevoren op de hoogte van de werkelijke datum van de uithuiszetting.".
Art. 10. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344undecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344undecies. Bij de betekening van een vonnis tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, deelt de gerechtsdeurwaarder aan de persoon mee dat de goederen die werden binnengebracht door de persoon die de plaats betrekt zonder recht of titel, die zich na verloop van de wettelijke of van de door de rechter bepaalde termijn nog in de woning zouden bevinden, op zijn kosten op de openbare weg zullen worden gezet en, wanneer zij de openbare weg belemmeren en de eigenaar van de goederen of zijn rechtverkrijgenden die daar achterlaat, door het gemeentebestuur eveneens op zijn kosten zullen worden weggehaald en gedurende een termijn van zes maanden zullen worden bewaard tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid. De gerechtsdeurwaarder bevestigt deze mededeling in het exploot van betekening.".
Art. 11. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344duodecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344duodecies. § 1. Bij de betekening van elk vonnis tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, zendt de gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet overeenkomstig paragraaf 2, na een termijn van vier dagen na de betekening van het vonnis, bij gewone brief, een afschrift van het vonnis naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de plaats waar het goed gelegen is.
§ 2. De persoon wiens uithuiszetting is bevolen kan, binnen een termijn van twee dagen vanaf de betekening van het vonnis, bij de gerechtsdeurwaarder zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling van het vonnis aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
§ 3. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp te bieden.".
HOOFDSTUK 4. - Autonome bepalingen
Art. 12. § 1. In de gevallen bedoeld in artikel 442/1, § 1, van het Strafwetboek kan de procureur des Konings, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt en met eerbiediging van het vermoeden van onschuld, op verzoek van de houder van een recht of titel op het betrokken goed de ontruiming bevelen binnen een termijn van acht dagen vanaf het ogenblik van de kennisgeving van het bevel tot ontruiming bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, aan de in het goed aangetroffen personen. De procureur des Konings geeft zijn bevel na hen te hebben gehoord tenzij het verhoor niet kan worden afgenomen wegens de concrete omstandigheden van de zaak.
De procureur des Konings kan het bevel uitsluitend geven wanneer, gelet op de beschikbare gegevens, het in het eerste lid bedoelde verzoek op het eerste zicht kennelijk gegrond lijkt.
Hij vermeldt in zijn bevel de omstandigheden, eigen aan het verzoek, die de maatregel tot ontruiming rechtvaardigen.
Een proces-verbaal van kennisgeving, bestaand uit een afschrift van het bevel en de datum en het uur van de kennisgeving, wordt opgesteld en in het dossier gevoegd.
§ 2. Het bevel van de procureur des Konings wordt op schrift gesteld en bevat inzonderheid :
1° een omschrijving van de plaats waarop de maatregel betrekking heeft en de vermelding van het adres van het goed dat het voorwerp van het bevel uitmaakt;
2° de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot het bevel;
3° de naam, voornamen en woonplaats van de verzoeker met aanduiding van het recht of de titel op het betrokken goed waarop hij zich beroept;
4° de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
5° de sancties die de niet-naleving van dit bevel tot ontruiming tot gevolg kunnen hebben, inzonderheid deze bedoeld in artikel 442/1, § 2, van het Strafwetboek;
6° de beroepsmogelijkheid en de termijn waarin die uitgeoefend moeten worden.
Dit bevel wordt op een zichtbare plaats aangeplakt aan het betrokken goed. Een afschrift van het bevel wordt via het meest geschikte communicatiemiddel meegedeeld aan de korpschef van de lokale politie van de politiezone waarbinnen het goed waarop het bevel betrekking heeft, gelegen is en aan de houder van het recht of de titel op het betrokken goed, alsook aan het bevoegde Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
De procureur des Konings staat in voor de tenuitvoerlegging van het bevel tot ontruiming.
§ 3. Elke persoon die van oordeel is dat zijn rechten geschaad worden door het bevel van de procureur des Konings kan beroep instellen tegen het bevel bij een met redenen omkleed verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van het vredegerecht van het kanton waarin het betrokken goed gelegen is binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van het bevel door zichtbare aanplakking aan het te ontruimen goed, zulks op straffe van verval. Het beroep heeft schorsende werking. Het bevel van de procureur des Konings kan niet ten uitvoer worden gelegd zolang de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld loopt.
Dit beroep wordt niet geschorst gedurende een strafvordering die geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond.
§ 4. Binnen vierentwintig uur na de neerlegging van het verzoekschrift bepaalt de vrederechter de dag en het uur van de zitting waarop de zaak kan worden behandeld. De zitting vindt plaats binnen de tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. In afwijking van artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek is geen getuigschrift van woonplaats vereist voor de neerlegging van het verzoekschrift.
Bij gerechtsbrief geeft de griffier onverwijld kennis aan de persoon die beroep instelt tegen het bevel alsook aan de houder van het recht of de titel op het goed van de plaats, de dag en het uur van de zitting. Hij deelt eveneens de dag en het uur van de zitting mee aan de procureur des Konings die het bevel tot ontruiming heeft gegeven. Bij de gerechtsbrief wordt een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.
De vrederechter doet uitspraak na de aanwezige partijen te hebben opgeroepen, ten einde hen te horen, alsook te hebben geprobeerd hen te verzoenen. Behoudens andersluidende bepalingen verloopt de procedure zoals bepaald in artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek.
De vrederechter doet uitspraak over de gegrondheid van de ontruiming en het recht of de titel waarop men zich beroept. In de uitzonderlijke, ernstige omstandigheden onder meer bedoeld in artikel 1344decies, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de vrederechter bij een met redenen omklede beslissing een langere termijn bepalen dan die waarin het bevel van de procureur des Konings voorziet. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan zes maanden bedragen.
De vrederechter spreekt zich binnen een termijn van tien dagen volgend op de zitting uit.
Tegen de beslissing van de vrederechter kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Art. 13. Deze wet wordt geëvalueerd en deze evaluatie wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voorgelegd vóór het einde van het tweede jaar dat volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
De Koning bepaalt de nadere evaluatieregels.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 oktober 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Hervorming vredegerechten goedgekeurd

Het kernkabinet keurde recent op voorstel van de Minister van Justitie Koen Geens de hertekening goed van de gerechtelijke kantons, zoals het in het regeerakkoord werd opgenomen. Een betere geografische verdeling van de kantons zorgt tegelijkertijd voor een betere verdeling van de werklast. 

In het justitieplan van Minister Geens werd een hoofdstuk gewijd aan de vredegerechten. Justitie kent immers een zeer hoog aantal gerechtsgebouwen, 187 vredegerechten met 229 zetels, en niet elke site wordt even frequent of efficiënt gebruikt. 

De hertekening van de gerechtelijke kantons werd in eerste fase goedgekeurd op 23 december 2015. De eerste fase die de centralisering naar één zetel voor de kantons met twee of meer zetels betreft, is reeds in uitvoering: een twintigtal gebouwen zijn gesloten en een verdere centralisering volgt doorheen 2017. 

De tweede fase gaat over het organiseren van gemeenschappelijke griffies in, voornamelijk, de stedelijke kantons. Deze interne organisatorische maatregel is in voorbereiding en zal vanaf zeer binnenkort gefaseerd in werking treden. Dit zal als voornaamste verandering voor de burger inhouden dat er één duidelijk loket komt per gebouw, in plaats van aparte loketten per vredegerecht. Dit maakt de dienstverlening voor de mensen duidelijker en toegankelijker aangezien ze niet meer op zoek moeten naar het loket van hun kanton.

Deze derde fase gaat over de hertekening van de kantons op basis van betere geografische verdeling en werklast. Deze omvangrijke oefening hield rekening met alle relevante factoren en werd nu finaal afgerond. (Zie het overzicht onderaan van sluitingen per arrondissement)

Een concrete timing van de sluitingen en herschikkingen wordt zo snel mogelijk opgemaakt.

De sluiting van 34 gebouwen zorgt enerzijds voor een betere inzet van middelen en personeel, en anderzijds een besparing op vlak van huur, onderhoud en facturen van nutsaansluitingen. 

Op de plaatsen waar gebouwen zullen sluiten, bestaat de mogelijkheid om zittingen ‘sous l’arbre’ te houden (bijvoorbeeld in gebouwen van de gemeente). In deze gevallen zal worden onderhandeld met de gemeente of één van hun gebouwen gebruikt kan worden voor periodieke zittingen.

Het globale plan vredegerechten, de eerste en deze derde fase samen, zorgt voor het afstoten van meer dan 60 gebouwen. 

Quote Koen Geens: “De hertekening van de gerechtelijke kantons is een goede zaak om efficiënter om te gaan met de middelen. Door te besparen op de huur van een gebouw kunnen middelen elders worden ingezet. Voor de burger die alsnog een zitting wil laten plaatsvinden in een gemeente waar een gebouw werd gesloten, is er nog steeds te mogelijkheid om – na overleg met de gemeente – de zitting ‘sous l’arbre’ te laten doorgaan.”

Arrondissement

Sluiting

Antwerpen

Hoogstraten

Arendonk

Herentals

Geel (geen sluiting, wel centralisatie te Mol)

Borgerhout

Berchem

Ekeren

Schilde

Leuven

Haacht

Oost-Vlaanderen

Zomergem

Sint-Niklaas (van 2 naar 1 stadskanton)

Ronse

West-Vlaanderen

Diksmuide

Harelbeke

Wervik

Limburg

Maaseik

Borgloon

Brussel

Oudergem

+ centralisatie griffies naar 6 gebouwen

Halle-Vilvoorde

Grimbergen

Sint-Pieters-Leeuw

Kraainem (was nog dubbelkanton)

Waals-Brabant

Tubize

Namur

Florennes-Walcourt

Luik

Hannut (was nog dubbelkanton)

Saint-Nicolas

Hamoir

Sankt-Vith (geen sluiting, wel centralisatie te Eupen)

Henegouwen

Charleroi (van 5 naar 4 stadskantons bij verhuis naar nieuwe annex justitiepaleis)

Enghien / Lens

Fontaine-L'Evêque

Colfontaine (geen sluiting, wel centralisatie te Boussu)

Luxemburg

La Roche / Vielsalm

Saint-Hubert

Petra De Rouck

Wie zal uw vermogen beheren mocht u op een dag daar niet meer toe in staat zijn? Het antwoord op die vraag kunt u zelf bepalen. Met een eenvoudige volmacht vermijdt u dat een rechter iemand aanduidt.

Dementie of alzheimer zijn ouderdomsziektes. Maar ook op jongere leeftijd kan het noodlot toeslaan, met bijvoorbeeld een coma na een ongeval. In een dergelijke situatie bent u niet langer in staat uw vermogen te beheren. Maar dat betekent niet dat u alle touwtjes uit handen moet geven. 'Dankzij een nieuwe wet kunt u vooraf bepalen wie uw belangen op dat moment zal behartigen', zegt Bart Verdickt, advocaat bij Cazimir. De kersverse mogelijkheid wordt al goed benut: 1.653 lastgevingsovereenkomsten werden al geregistreerd in het centraal register. 'Daarnaast zijn er nog lastgevingsovereenkomsten die al werden opgemaakt maar die nog niet werden geregistreerd', zegt Isabelle Van Lint van de federatie van het notariaat.

De nieuwe regeling voor de bescherming van meerderjarige onbekwamen is sinds 1 september 2014 van kracht. De bescherming wordt op twee manieren geregeld: een buitengerechtelijke en een rechterlijke bescherming. 'De buitengerechtelijke bescherming biedt nieuwe mogelijkheden. Met een eenvoudige volmacht kiest u vrij de persoon die in uw naam een aantal door u gekozen handelingen kan doen op het moment dat u zelf niet meer bekwaam bent', zegt Nathalie Labeeuw, advocate bij Cazimir. De tussenkomst van een rechter is dan niet nodig: de volmacht kan worden gebruikt zonder dat de goedkeuring van de rechtbank nodig is.

Vrije keuze

De volmacht kunt u volledig volgens uw eigen wensen en situatie vormgeven. Zowel de persoon aan wie u de volmacht geeft als de handelingen die hij kan stellen, kunt u vrij bepalen. In de praktijk wordt de volmacht doorgaans gegeven aan de partner, een welbepaald kind of alle kinderen samen, of een ander familielid. Wat betreft de handelingen kunt u een uitgebreide waaier toelaten (verkopen van onroerend goed, beheren van effectenportefeuilles,...), maar u kunt uw volmacht ook beperken tot één specifieke rechtshandeling (bijvoorbeeld het schenken van roerende goederen). 'Een volmacht kan enkel betrekking hebben op het vermogen en niet op de persoon', merkt Bart Verdickt op. Voor persoonsgebonden beslissingen is altijd de tussenkomst van een rechter nodig.

Praktisch

De volmacht moet u geven als u nog wilsbekwaam bent. Hoe verloopt dat in de praktijk? In principe kunt u met de lasthebber een document opstellen, maar toch is het raadzaam langs de notaris te passeren. 'Voor bepaalde handelingen is een notariële volmacht vereist. Denk maar aan de verkoop van vastgoed en bepaalde schenkingen', zegt Nathalie Labeeuw. 'Een notariële volmacht wordt bovendien automatisch ingeschreven in het Centraal Register, dat beheerd wordt door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.' Die registratie gebeurt niet automatisch bij een onderhandse volmacht, maar is wel noodzakelijk voor het gebruik ervan. Zelf registreren kan via de griffie van het vredegerecht.

Een volmacht is niet definitief: u kunt op elk moment uw voorkeur van bewindvoerder wijzigen.

Uitwerking

Wanneer heeft de volmacht uitwerking? In de praktijk wordt er meestal voor gekozen de volmacht uitwerking te geven vanaf de onbekwaamheid van de lastgever. Een arts moet de onbekwaamheid om uw vermogen te beheren vaststellen. Het is ook mogelijk de volmacht onmiddellijk in werking te laten treden, maar dat is eerder uitzonderlijk.

Als de buitengerechtelijke bescherming via de volmacht niet volstaat, kan men onder een rechterlijk beschermingsstatuut worden geplaatst. Dat gebeurt via de toevoeging van een bewindvoerder die in naam en voor rekening van de te beschermen persoon zal optreden, maar altijd onder toezicht van de vrederechter. 'Die zal bij de aanwijzing van de bewindvoerder zo veel mogelijk rekening houden met de eventuele aanduiding die al is gebeurd in de volmacht. Bij het uittekenen van het kader van het rechterlijk beschermingsstatuut, zal de vrederechter ook rekening houden met de richtlijnen in de volmacht', zegt Bart Verdickt.

Voor welke rechtshandelingen kunt u een volmacht geven?

WEL

  • innen van pensioenuitkeringen
  • innen van huurgelden of dividenden uit vennootschappen
  • betalen van belastingen
  • sluiten/hernieuwen/opzeggen van huurcontracten, uitvoeren of laten uitvoeren van reparaties en herstellingen aan verhuurde panden
  • bepalen van het beleggingsprofiel van een effectenportefeuille, verkopen van individuele aandelen van een portefeuille,...
  • doen van overschrijvingen of ondertekenen van cheques
  • betalen van schulden
  • erfenissen of schenkingen aanvaarden
  • aangifte van nalatenschap indienen
  • juridische procedures opstarten of voortzetten
  • verkopen van vastgoed
  • optreden in het kader van een vereffening-verdeling bij nalatenschap of echtscheiding
  • schenkingen doen

NIET

  • medische beslissingen nemen, zoals medische experimenten en wegnemen van organen
  • kiezen van de verblijfplaats
  • geven van een toestemming voor een huwelijk
  • afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning
  • indienen van een verzoek tot echtscheiding
  • afleggen van verklaringen tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit

Copyright © De Tijd

Hoe bescherm je iemand die het zelf niet (meer) kan?

Datum:01 september 2014

Een mensenleven hangt aan elkaar van beslissingen. Sommige volwassenen kunnen die niet (meer) alleen nemen en moeten daarbij worden geholpen. De wetgever voorziet hiervoor vanaf 1 september een nieuwe en enige beschermingsregeling. De klemtoon ligt daarbij op het actief betrekken van de persoon in kwestie.

Vooral het uitgangspunt is veranderd: mensen, ook met een beperking, van welke aard ook, moeten hun leven kunnen blijven leiden. De nieuwe wet vertrekt daarom van hun mogelijkheden: wat kunnen ze nog zelf beslissen, bij welke beslissingen hebben ze hulp nodig, welke beslissingen worden beter in hun plaats genomen?

Op basis van deze vragen kan door middel van een lastgeving of met behulp van een bewindvoerder een beschermingsregeling op maat worden ontworpen, die zo weinig mogelijk ingrijpt in hun leven en hen zoveel mogelijk autonomie geeft. De voorkeur gaat daarbij, meer dan vroeger het geval was, uit naar een regeling zonder tussenkomst van de rechter, ook buitengerechtelijke bescherming genoemd.

De beschermde persoon en zijn familie kunnen dus zelf mee bepalen hoe de beschermingsregeling er zou moeten uitzien. De bewindvoerders en de vrederechters zullen nog meer rekening houden met en vragen naar de mening van de beschermde persoon of zijn vertrouwenspersoon.

Het nieuw beschermingsstatuut is gebaseerd op het oude statuut van het voorlopig bewind. De vier bestaande beschermingsstatuten worden afgeschaft en in het nieuwe statuut opgenomen. Ook de buitengerechtelijke bescherming krijgt een wettelijk kader.

Volledig artikel kan u hier vinden!

Gedaan met zoeken naar juiste rechtbank bij familiale geschillen

29 augustus 2014 18:02

PETRA DE ROUCK

Een familiaal geschil zoals een echtscheiding, verblijfsregeling voor de kinderen, alimentatie of ruzie tussen erfgenamen? Vanaf 1 september moet u niet langer uw weg zien te vinden tussen verschillende rechtbanken. De nieuwe familierechtbank behandelt vrijwel alle familiale kwesties.

Na een huwelijk van 16 jaar loopt het huwelijk van Joris en Stefanie op de klippen. De verstandhouding is volledig zoek, waardoor ze niet samen tot een akkoord kunnen komen. Ook al is het voor hen één probleem, toch moesten ze tot nu toe terecht bij verschillende rechtbanken. De kortgedingrechter beslist over de voorlopige maatregelen zoals de verblijfsregeling van de kinderen, de rechtbank van eerste aanleg regelt de echtscheiding en houdt toezicht op de vereffening en verdeling. Raken ze het na de echtscheiding niet eens over de verblijfsregeling van de kinderen, dan moet de jeugdrechter tussenbeide komen. Voor een geschil louter over alimentatie is dan weer de vrederechter bevoegd.

Vanaf 1 september moet er een einde komen aan die versnippering. De familierechtbanken zullen voortaan bijna alle familiale geschillen behandelen. Dat maakt dat één dossier gekoppeld wordt aan één rechtbank. De jeugdrechtbank zal enkel nog kennis nemen van jeugdbeschermingsdossiers. ‘Die centralisatie moet leiden tot een geharmoniseerde procedure, lagere kosten en coherentere beslissingen’, zegt Febian Aps, advocaat gespecialiseerd in familierecht bij maxius. Slechts een beperkt aantal familiaalrechtelijke aangelegenheden - voornamelijk de bescherming van geesteszieken en meerderjarige onbekwame personen - blijven behoren tot de bevoegdheid van de vrederechter.

Elk gerechtelijk arrondissement krijgt een familierechtbank. Er zijn er dus twaalf verspreid over het hele land. De familierechtbank maakt deel uit van de rechtbank van eerste aanleg. Wat gebeurt er met dossiers die al in behandeling zijn? Voor zaken die op 1 september al hangende zijn bij een bepaalde rechtbank wijzigt er niets. Uw dossier wordt verder behandeld door de bevoegde rechtbank.

Wat moet u weten over de nieuwe familierechtbanken?

  1. Ruime waaier familiale kwesties De familierechtbank wordt bevoegd voor een hele waaier aan familiale geschillen. Een greep uit de familiekwesties waarover de familierechtbanken zullen buigen:
    • Echtscheiding.
    • Afstammingsgeschillen en adoptie.
    • Ouderlijk gezag over en verblijfsregeling van minderjarige kinderen.
    • Onderhoudsverplichtingen, met uitzondering onderhoudsvorderingen die verband houden met een leefloon.
    • Erfopvolging, schenkingen en testamenten.
    • Huwelijksvermogensrecht.
    • Vereffening en verdeling.
    • Internationale kindontvoeringen.
    • Voorlopige maatregelen na een relatiebreuk.
  2. Snelle procedure mogelijk Om tegemoet te komen aan te lange wachttijden, wordt een aantal geschillen als hoogdringend beschouwd. Ze zullen in principe op korte termijn behandeld worden via een kortgedingprocedure. Er is een vermoeden van hoogdringendheid voor vorderingen met betrekking tot een afzonderlijke verblijfsplaats; regeling van ouderlijk gezag, verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact; onderhoudsverplichtingen; internationale kinderontvoeringen en voorlopige maatregelen. Overige vorderingen kunnen ook via het familiaal kort geding worden behandeld als de hoogdringendheid wordt bewezen.
  3. Eén familiedossier Nieuw is dat de familierechtbank werkt met een familiedossier. Elke familie krijgt één dossier met daarin de ‘gerechtelijke geschiedenis’. Daardoor heeft de rechter een globaal beeld van de familiale situatie en van de evolutie daarvan. In het familiedossier komen alle geschillen die ontstaan tussen alle partners met gemeenschappelijke minderjarige kinderen, tussen (ex-)gehuwden en (ex-)wettelijke samenwonenden, inzake kinderen van wie de afstamming tegenover één ouder is vastgesteld en inzake grootoudercontact. Voor de feitelijke samenwoners zonder gemeenschappelijke kinderen wordt geen familiedossier opgesteld. ‘Het lot van feitelijke samenwoners is in het algemeen minder duidelijk in de wet geregeld’, zegt Febian Aps.
  4. Minnelijke schikking aangemoedigd Bij de nieuwe familierechtbank gaat veel aandacht naar een minnelijke schikking. Er wordt getracht de partijen tot een onderling akkoord te brengen. Daartoe moeten in elke familierechtbank een of meerdere kamers voor minnelijke schikking worden opgericht. ‘Alles wat gezegd wordt in de kamer voor minnelijke schikking is vertrouwelijk’, zegt Aps. Voor het starten van de procedure zullen de partijen expliciet ingelicht worden over de mogelijkheid van bemiddeling of een minnelijke schikking door de griffier en tijdens de procedure door de rechter. Maar er bestaat geen verplichting daar een beroep op te doen.
  5. Kinderen krijgen inspraak Ook de procedure voor het horen van de minderjarige in geschillen die hem aanbelangen werd gewijzigd. ‘Als algemene regel kan worden gesteld dat iedere minderjarige het recht heeft te worden gehoord, maar ook om dat te weigeren’, zegt Febian Aps. Zo krijgt elke minderjarige die twaalf jaar is of ouder en belang heeft in de zaak een brief. Daarin legt de familierechter uit hoe het kind zich kan uitspreken over de kwestie en hoe de rechter rekening houdt met zijn of haar mening. Ook jongere kinderen hebben het recht gehoord te worden.

Brond: Tijd

Advocaten mogen niet meer als rechter bijklussen

Lars Bove

De Hoge Raad voor de Justitie wil dat advocaten niet langer als 'plaatsvervangend rechter' optreden. De tijd is rijp om het systeem te herzien, luidt het in een memorandum aan de regering.

Volgens de jongste cijfers zijn in ons land zo'n driehonderd advocaten ook als 'plaatsvervangend rechter' aan de slag. Ze mogen zowel pleiten als 'rechter spelen', zowel in de rechtbanken van eerste aanleg, de vredegerechten, de politie-, handels- en arbeidsrechtbanken als bij de hoven van beroep. Al sinds de jaren 70 kunnen rechtbankvoorzitters in noodgevallen een advocaat opvorderen om even als rechter op te treden en een zitting te laten doorgaan. Maar intussen zijn er al enkele honderden advocaten die systematisch plaats mogen nemen op de stoel van de rechter.

In zijn memorandum aan de volgende federale regering vraagt de Hoge Raad voor de Justitie, die onder andere de rechters selecteert en klachten van burgers behandelt, om het systeem van de plaatsvervangende rechters te herzien. Zeker nu de grote hervorming van justitie, die op 1 april is doorgevoerd, bepaalt dat rechters veel flexibeler kunnen worden ingezet om tekorten in andere arrondissementen op te vullen.

'Het systeem doet fundamentele vragen rijzen', schrijft de Hoge Raad onomwonden. 'Onder andere over de motivatie van de plaatsvervangende rechters, ze moeten niet eens slagen voor een examen, en het gevoel van verwarring van de rollen, ja zelfs de schijn van partijdigheid, die het bij de rechtszoekende teweegbrengt.'

De Orde van Vlaamse Balies, die de advocaten in Vlaanderen vertegenwoordigt, schaart zich achter de oproep van de Hoge Raad voor de Justitie. Advocaat Edward Janssens van de Orde van Vlaamse Balies: 'Natuurlijk is dit systeem interessant voor de staatskas: de vergoedingen zijn lager dan voor een beroepsrechter. Maar in Nederland is men veel kritischer voor zo'n dubbele rol voor advocaten. Zo zien we dat advocaten die gespecialiseerd zijn in een materie via hun vonnissen als rechter hun juridische visie proberen door te drukken. En er is ook belangenvermenging. 'Not only must justice be done; it must also be seen to be done.' Als Orde van Vlaamse Balies zijn we niet tegen het incidenteel inschakelen van advocaten als een rechter plots ziek valt of een ongeval heeft. Maar de manier waarop het vandaag gebeurt, met advocaten die structureel optreden als rechter, is geen goede zaak. Als Orde hebben we even overwogen advocaten te verbieden nog langer op te treden als rechter, maar het is aan de wetgever om het systeem aan te passen.'

Een advocaat die al jaren plaatsvervangend rechter is, wil anoniem ingaan tegen het standpunt van zijn eigen Orde. 'Het is verrijkend. Als advocaat verdedigen we onze cliënt, maar als rechter leren we objectief een standpunt in te nemen op basis van de wet. In de Angelsaksische wereld eindigen de beste advocaten hun carrière als magistraat. Ik zou het systeem zelfs nog uitbreiden. Gebruik ons niet als 'vijfde wiel' in de rechtbanken, maar gebruik de advocaten echt als een frisse wind in onze rechtbanken.'

De Hoge Raad voor de Justitie wil - als het systeem toch blijft bestaan - een verplichte (permanente) opleiding voor de plaatsvervangende rechters, een evaluatiesysteem en een korter mandaat. 

De Tijd, 05/08/2014

Laat ook op het einde van uw huurcontract een plaatsbeschrijving maken

Vastgoedvraag

Stéphane Renard

De plaatsbeschrijving bij vertrek laat de verhuurder toe eventuele huurschade vast te stellen en te becijferen. Wij geven u alvast enkele tips voor mocht er iets mislopen.

De plaatsbeschrijving die tussen een eigenaar en een nieuwe huurder wordt opgesteld, moet aan bepaalde regels voldoen. Indien ondanks de wettelijke verplichting geen plaatsbeschrijving werd opgemaakt, is dat nefast voor de verhuurder. Want bij gebrek aan een plaatsbeschrijving 'wordt vermoed dat de huurder het gehuurde goed ontvangen heeft in dezelfde staat als waarin het zich bevindt op het einde van de huurovereenkomst'. De verhuurder moet dan via andere (rechts)middelen kunnen aantonen dat hij huurschade geleden heeft. En dat is geen sinecure.

Bestaat er wel een gedetailleerde plaatsbeschrijving bij aankomst en vertrek, dan is het mogelijk een 'voor en na'- vergelijking te maken. De huurder wordt verondersteld 'het goed terug te geven zoals hij het ontvangen heeft'. Maar normale huurslijtage en schade door ouderdom - bijvoorbeeld geel worden van schilderwerk - worden nooit als huurschade beschouwd. Hetzelfde geldt bij overmacht. Die kan nooit ten laste van de huurder worden gelegd.

Hoe gaat u tewerk?

De plaatsbeschrijving bij vertrek gebeurt meestal voor het pand wordt teruggegeven en voor de sleutels worden overhandigd. Bénédicte Delcourt, directeur bij het Nationaal Syndicaat voor Eigenaars en Mede-eigenaars (NEMS) preciseert: 'De huurder heeft het recht het pand tot op de laatste dag te bewonen. Maar een plaatsbeschrijving bij vertrek kan uiteraard alleen maar gebeuren wanneer de huurder al zijn spullen heeft weggehaald. Het is ook aan te bevelen een meteropname te doen op de laatste dag van de huur, alsook het aantal sleutels te noteren dat door de huurder wordt teruggegeven.' De huurder en de verhuurder kunnen zich elk door hun eigen expert of door een gemeenschappelijke expert laten vertegenwoordigen.

Meestal komen beide partijen tot een akkoord over het eventuele schadebedrag. 'Het bedrag van de overeengekomen geschatte huurschade kan ofwel van de huurwaarborg worden afgetrokken (die wordt vrijgegeven, deels ten gunste van de verhuurder, deels ten gunste van de huurder), ofwel door de huurder aan de verhuurder betaald worden, waarna de verhuurder de totale huurwaarborg vrijgeeft, voor zover alle andere kosten vereffend zijn', zegt Bénédicte Delcourt.

Komen beide partijen niet tot een akkoord over het schadebedrag, dan doen ze er goed aan schriftelijk hun akkoord te bevestigen over de schadelijst. 'Ze vermelden daarop ook best de punten en schadebedragen waar onenigheid over bestaat', vervolgt de directeur van het NEMS. Zo kan de eigenaar tenminste zijn goed recupereren, zodat hij het kan renoveren of verhuren aan een andere huurder. 'En hij kan later nog altijd een juridische procedure starten om het definitieve schadebedrag te laten bepalen.'

Geen plaatsbeschrijving

Bij gebrek aan een akkoord over de plaatsbeschrijving bij vertrek moet u zich tot de vrederechter richten. Die stelt dan een gerechtelijk expert aan. Het NEMS geeft een overzicht van de drie meest voorkomende situaties en geeft daarbij volgende tips.

In een eerste situatie is de huurder aanwezig tijdens de plaatsbeschrijving bij vertrek, maar gaat hij niet akkoord. In dat geval kan de verhuurder de sleutels in ontvangst nemen, maar moet hij onmiddellijk een aangetekende brief naar de huurder sturen. Daarin bevestigt hij enerzijds dat hij de sleutels onder alle voorbehoud in ontvangst neemt, en formuleert hij anderzijds zijn bezwaren met betrekking tot de schade. Hij daagt de huurder voor de vrederechter, die op zijn beurt een expert aanstelt.

In een tweede situatie verkiest de huurder niet aanwezig te zijn en laat hij de sleutels achter in het pand of stuurt ze naar de verhuurder. In dat geval behoudt de verhuurder de sleutels, maar stuurt hij onmiddellijk een brief naar de huurder waarin hij voorbehoud maakt rond de vastgestelde schade. Hij stelt ook een nieuwe datum voor. Gaat de huurder daar weer niet op in, dan moet de verhuurder zich zo snel mogelijk tot de vrederechter richten.

In een derde situatie verdwijnt de huurder zonder de sleutels terug te geven. In dat geval kan de verhuurder bij de politie klacht neerleggen tegen zijn huurder wegens misbruik van vertrouwen. Het pv wordt naar het gerecht gestuurd om de zoektocht naar de huurder op te starten. 'Een procedure met een wel zeer onzeker gevolg', waarschuwt het NEMS. De verhuurder heeft er wel alle belang bij zich tot de vrederechter te richten. Die kan het einde van de huur inroepen (of de huurovereenkomst verbreken ten nadele van de huurder), een expert aanwijzen om de schade te schatten en de huurder veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens onbeschikbaarheid van het pand. Die procedure lijkt misschien overbodig, maar is wel onontbeerlijk. Want wanneer een nieuwe huurder het pand betrekt zonder dat een tegensprekelijk verslag (of een verslag door een gerechtelijk expert) werd opgemaakt, kan de verhuurder achteraf geen schadevergoeding meer eisen van de huurder die in gebreke blijft, mocht die uiteindelijk toch gevonden worden. Het is dan niet onmogelijk om bij hem de schade te claimen omdat er al een nieuwe bewoner is.

Brond: De Tijd

DE REGIONALISERING VAN DE HUURWETGEVING INGEVOLGE DE ZESDE STAATSHERVORMING

Het was gisteren een historische dag voor justitie. Voor het eerst  mochten rechter en aanklagers mee beslissen over zaken als investeringen, ICT, personeel en gebouwen.

DECEMBER 2013. — Wet tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde