persbericht REA Antwerpen: tien beklaagden veroordeeld die betrokken waren bij fraude binnen een productiehuis van televisieprogramma’s
Op 13 februari 2026 veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, tien beklaagden die betrokken waren bij fraude binnen een productiehuis van televisieprogramma’s. De rechtbank legde aan alle beklaagden geldboetes op en aan twee van hen een gevangenisstraf met uitstel en een beroepsverbod. Daarnaast werden er aanzienlijke geldsommen verbeurdverklaard.
De commissaris-revisor van het productiehuis identificeerde tijdens de jaarlijkse controle in 2019 vier verdachte geldstromen. Hieruit bleek dat de eerste beklaagde, CFO van het productiehuis, rechtstreekse belangen had bij een aantal leveranciers of als tussenpersoon optrad.
Ten eerste bleek uit het auditverslag dat de eerste beklaagde via zijn vennootschappen extra diensten factureerde aan het productiehuis die door hem en zijn familie en kennissenkring zouden zijn uitgevoerd en dit voor een totaalbedrag van 6.251.148 euro. Het ging om fictieve prestaties, die de eerste beklaagde probeerde te verhullen door het gebruik van vervalste prestatiestaten en valse facturen. Hij vervalste de prestatiestaten zodat het leek alsof de gedelegeerd bestuurder van het productiehuis deze had goedgekeurd. Vervolgens voerde hij de valse facturen zelf in het informaticasysteem van het productiehuis in, in afwijking van de gebruikelijke werkwijze.
Ook beriep hij zich op een door hem vervalste overeenkomst voor ‘geheime prestaties’ waarbij hij door de CFO van het moederbedrijf van het productiehuis op een geheime missie gestuurd zou zijn om het management te controleren. Op basis daarvan factureerde hij bijkomende vergoedingen aan het productiehuis.
Ten tweede werkte de eerste beklaagde samen met een bedrijf actief in raamdecoratie, dat op zijn verzoek fictieve prestaties factureerde aan het productiehuis. Het bedrijf bezorgde hem cash geld dat zij hadden ontvangen en stelde hiervoor valse facturen op voor in totaal 2.591.521 euro. Deze valse facturen voor ‘gordijnen’ en aanverwante goederen werden door de eerste beklaagde verwerkt in de boekhouding en het betalingssysteem van het productiehuis. Vervolgens werd een zelfde bedrag als de bedragen cash ontvangen door eerste beklaagde vanuit het productiehuis overgeschreven naar het raamdecoratiebedrijf.
Ten derde nam de eerste beklaagde in totaal 3.020.249 euro in contanten op van de rekening van het productiehuis. Een deel van de cash uitgaven kon worden gestaafd met documenten waaruit kleinere productiekosten en reiskosten blijken. Echter kon minstens 1.623.168 euro aan cash uitgaven niet worden verantwoord. Voor deze feiten werden de eerste beklaagde evenwel vrijgesproken omdat niet boven elke redelijke twijfel werd aangetoond dat dit bedrag niet alsnog zou zijn gebruikt in het voordeel van het productiehuis.
Ten vierde factureerde de eerste beklaagde via zijn managementvennootschap 1.229.711 euro aan managementvergoedingen voor prestaties die hij niet of niet volledig verrichtte. Het productiehuis stelde dat slechts de helft van het bedrag betrekking had op werkelijke prestaties. Ook hier maakte hij gebruik van valse facturatie en documenten en was er sprake van datamanipulatie door het ingeven van valse facturen in het informaticasysteem van het productiehuis.
Ten slotte werd eerste beklaagde nog vervolgd voor witwassen gelet op de stortingen in contanten van in totaal 3.159.895 euro op zijn rekeningen en deze van zijn familieleden en zijn vennootschappen.
De rechtbank oordeelde dat de eerste beklaagde schuldig is aan onder meer valsheid in geschriften, valsheid in informatica, oplichting, misbruik van vertrouwen en witwassen van vermogensvoordelen. Hij werd veroordeeld tot een gevangenisstraf van veertig maanden met uitstel (behalve voor het deel in voorhechtenis) gedurende een termijn van vijf jaar en een geldboete van 8.000 euro. Verder kreeg hij een beroepsverbod van tien jaar opgelegd. Ook verklaarde de rechtbank ten aanzien van hem 4.533.096 euro verbeurd.
Ook het raamdecoratiebedrijf en haar bestuurder werden veroordeeld voor onder meer valsheid in geschriften en oplichting. Zij werden beiden gestraft met een geldboete en een verbeurdverklaring. De bestuurder kreeg bovendien een gevangenisstraf van vijftien maanden (eveneens met uitstel voor een termijn van vijf jaar behalve voor het deel in voorhechtenis) en een beroepsverbod voor vijf jaar opgelegd.
De overige beklaagden betroffen de betrokken vennootschappen waarvan de eerste beklaagde (enige) aandeelhouder en (meestal enige) zaakvoerder is. Zij werden ieder veroordeeld tot betaling van een geldboete van 80.000 tot 120.000 euro. In totaal verklaarde de rechtbank 8.126.892 euro verbeurd ten aanzien van deze vennootschappen.
Tot slot kende de rechtbank aan het productiehuis een schadevergoeding van 9.583.453 euro toe, waarvan een deel provisioneel.
De gedelegeerd bestuurder van het productiehuis en zijn managementvennootschap sloten een akkoord met het Openbaar Ministerie volgens hetwelk zij ieder 20.000 euro zullen betalen en het productiehuis voor de schade vergoeden die ze persoonlijk hadden veroorzaakt. De rechtbank bevestigde deze akkoorden.
Opmerking: voormelde bedragen van de geldboetes werden reeds vermenigvuldigd met opdeciemen.
Luc De Cleir
woordvoerder REA Antwerpen
0472/90.13.56