persbericht REA Antwerpen: ernstige onregelmatigheden bij de kweek en verkoop van honden en katten
Op 26 juni 2026 veroordeelde de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, meerdere beklaagden voor hun betrokkenheid bij ernstige onregelmatigheden bij de kweek en verkoop van honden en katten.
De commerciële activiteiten van een onderneming die honden en katten kweekte en verkocht gingen in een periode tot oktober 2022 gepaard met diverse ernstige onregelmatigheden.
Zo was de verzorging, de hygiëne en de medische opvolging van de dieren die werden gehouden structureel gebrekkig. De minimumnormen voor het houden van honden en katten werden niet nageleefd, dieren die niet met elkaar overweg kunnen werden samen geplaatst en zieke dieren onvoldoende behandeld en zelfs te koop aangeboden en verkocht. Zieke honden werden ook verkocht aan zogenaamde rescuers. Eerder dan de zorg te dragen voor zieke dieren, werden deze dieren via specifieke handelscontacten verkocht, zodat de onderneming de kosten voor de medische behandeling en begeleiding niet diende te dragen.
Daarnaast werd voor de verkoop van oudere pups een specifieke website opgericht. Hierbij werd bedrieglijk de indruk gewekt dat honden uit een precaire situatie konden worden gered, terwijl het in realiteit een verkoopkanaal betrof van een hondenkweker en -handelaar.
Klanten werden gelokt met foto’s van dieren die in werkelijkheid niet beschikbaar waren om aangekocht te worden. Men liet klanten zelfs betalen om honden te reserveren die niet in de onderneming aanwezig waren. Bij de verkoop van honden werd bovendien geen gebruik gemaakt van het wettelijk garantiecertificaat.
Eén van de locaties werd uitgebreid met een verplaatsbare container waarin dieren werden gehuisvest, zonder omgevingsvergunning. Het gelijkvloers van de woning werd bovendien, eveneens zonder vergunning, in gebruik genomen als verkoopruimte voor dieren.
Eveneens werd vastgesteld dat de onderneming niet-geregistreerde bonussen uitbetaalde aan haar werknemers. Per verkochte hond werd een bonus van 10 euro contant betaald aan de werknemers; in de periode van begin 2020 tot oktober 2022 voor een totaal bedrag van 27.600 euro. De rechtbank oordeelde dat deze betalingen witwashandelingen betreffen.
De rechtbank achtte de praktijken van beklaagden om de kosten te drukken en om de omzet van de onderneming omhoog te duwen, laakbaar. Ze lieten winstbejag primeren op dierenwelzijn, gezondheid en consumentenbescherming. De rechtbank oordeelde dat de bestuurder van de onderneming een sturende rol had bij de aangehaalde misdrijven. De rechtbank tilde er ook zwaar aan dat hij hardleers is aangezien hij in 2007 en 2024 al voor gelijkaardige feiten werd veroordeeld. De rechtbank achtte het opleggen van een gevangenisstraf als hoofdstraf niet strikt noodzakelijk, maar vond een streng signaal in de vorm van een straf onder elektronisch toezicht van zes maanden en een bijkomende geldboete van 80.000 euro wel nodig. De onderneming zelf werd eveneens tot een geldboete van 80.000 euro veroordeeld.
De echtgenote van de bestuurder, die ook aandeelhouder is van de onderneming, kreeg een werkstraf van 50 uren opgelegd, gelet op haar uitvoerende rol binnen de algemene werking van de onderneming, maar haar leidende rol bij de online-communicatie ervan. Als bijkomende straf werd haar een geldboete opgelegd van 6.400 euro, met uitstel voor een termijn van drie jaar.
Inzake de inbreuken op de wetgeving inzake ruimtelijke ordening, wijst de rechtbank erop dat de onderneming en haar bestuurders eigengereid te werk gingen en de noodzakelijke vergunningsprocedure niet doorliepen, maar hield er rekening mee dat de gevolgen van deze misdrijven inmiddels ongedaan gemaakt werden.
De (stief)dochter van het koppel werd over de ganse lijn vrijgesproken. Hoewel zij als werkneemster rechtstreeks betrokken was bij strafbare feiten en van een deel van de feiten duidelijk kennis kon nemen, stond volgende de rechtbank niet vast dat ze zicht had op de feiten binnen de omvattende context, noch dat ze enige relevante beslissingsmacht had.
De contractdierenarts van de onderneming en haar praktijk werden veroordeeld voor inbreuken op de identificatie- en registratieverplichting van pups, het verschaffen van medicatie waar een voorschrift voor vereist is buiten een aangevatte concrete behandelingen en met betrekking tot niet-geëtiketteerde geneesmiddelen. Zowel de dierenarts als haar praktijk hadden een blanco strafregister. Ook hield de rechtbank er rekening mee dat de vaststellingen en de schuldigverklaring mogelijk nog verdere gevolgen zal hebben op tuchtrechtelijk vlak. De uitspraak van de veroordeling wordt wat hen betreft dan ook opgeschort gedurende een proefperiode van vijf jaar. Voor de andere aan hen ten laste gelegde feiten werden zij vrijgesproken.
De rechtbank kende bovendien schadevergoedingen toe aan vier burgerlijke partijen.
De geldsom van 26.700 euro werd door de rechtbank, als voorwerp van het witwasmisdrijf, verbeurdverklaard. Ook het wederrechtelijk vermogensvoordeel van de onderneming, door de rechtbank geraamd op 200.000 euro, werd verbeurdverklaard.
Opmerking: voormelde bedragen van de geldboetes werden reeds vermenigvuldigd met opdeciemen.
Luc De Cleir
woordvoerder REA Antwerpen
0472/90.13.56