persbericht REA Antwerpen: veroordelingen in afsplitsing drugszaak
De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Antwerpen, heeft vandaag uitspraak gedaan in een omvangrijke drugszaak rond de haven van Antwerpen. Duizenden kilo's cocaïne werden via versleutelde SKY ECC-communicatie uit containers gehaald, met medewerking van havenarbeiders die hun functie als containerliftbestuurder, grondwerker of chauffeur misbruikten. Deze uitspraak splitst zich daarmee af van het grotere dossier. Op deze manier wordt een goede rechtsbedeling nagestreefd en worden de rechten van verdediging, waaronder het recht op een uitspraak binnen de redelijke termijn, gegarandeerd.
De zaak draait om de zogenaamde ‘switch’-methode: cocaïne die verstopt zit in een (voornamelijk uit Zuid-Amerika afkomstige) container met legale lading, wordt op de kaai overgeladen naar een andere, niet-gecontroleerde (vaak Europese) container, vooraleer de douane de oorspronkelijke container inspecteert. Voor deze methode is een nauw samenspel nodig tussen verschillende personen op de kaai.
D.V. werkte als containerliftbestuurder en plaatste de betrokken containers in de juiste positie zodat de overlading ongezien kon gebeuren. S.M. voerde als havenarbeider de feitelijke overlading uit. F.G. vervoerde S.M. met een busje naar en van de locatie. De drie communiceerden via versleutelde SKY ECC-toestellen en gingen op die manier minstens drie keer succesvol tot actie over, telkens tijdens een nachtshift op de kaai.
De rechtbank stelde vast dat de feiten met de vereiste zekerheid bewezen zijn op basis van de inhoud van de gedecrypteerde communicatie, de vaststellingen van douane en politie, de shiftenlijsten van de havenbedrijven en, voor D.V., zijn eigen bekentenis ter terechtzitting. Voor F.G., die verstek liet, hield de rechtbank ook rekening met zijn verklaring bij de politie, die overeenstemde met de inhoud van de gedecrypteerde gesprekken.
D.V. werd veroordeeld tot een bijkomende gevangenisstraf van 3 jaar en een geldboete van 3.000 euro, boven op een eerdere veroordeling waarmee de huidige feiten één voortgezet misdrijf vormen. S.M. kreeg een gevangenisstraf van 65 maanden en een geldboete van 6.000 euro. F.G., die zich in staat van wettelijke herhaling bevindt, werd veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf en een geldboete van 6.000 euro.
De rechtbank benadrukte dat het herhaald misbruik van een havenfunctie om criminele feiten te faciliteren bijzonder zwaar doorweegt bij de strafmaat, net als het internationaal en georganiseerd karakter van de feiten.
Een tweede groep beklaagden stond terecht voor een nog groter aantal uithalingen, verspreid over meer dan een jaar en goed voor ladingen tot 3.500 kilogram cocaïne per zending. J.G. trad op als uithaler bij minstens vijf operaties en werd hiervoor veroordeeld tot 9 jaar gevangenisstraf, een geldboete van 9.000 euro en de verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel van 4.855.000 euro, met inbegrip van onder meer een Rolex-horloge, een voertuig en een woning te Geel.
H.V., containerliftbestuurder en reeds in staat van wettelijke herhaling, werd voor vier ladingen met een totaalgewicht van 2.730 kilogram cocaïne veroordeeld tot 6 jaar gevangenisstraf, een geldboete van 6.000 euro en de verbeurdverklaring van een vermogensvoordeel van 2.318.000 euro, met inbegrip van drie onroerende eigendommen in Antwerpen.
De rechtbank oordeelde dat voor beide beklaagden enkel een gevangenisstraf van meer dan vijf jaar een gepaste bestraffing vormt, gelet op hun aangehouden criminele ingesteldheid en, voor H.V., het gegeven dat eerdere gunstmaatregelen niet tot een mentaliteitswijziging hadden geleid.
Verschillende andere beklaagden in deze samenhangende dossiers werden voor hun aandeel in de feiten veroordeeld tot gevangenisstraffen, geldboetes en verbeurdverklaringen van wederrechtelijke vermogensvoordelen, telkens afgestemd op hun individuele rol en strafrechtelijk verleden. In totaal is er voor meer dan 10 miljoen euro vermogensvoordeel uit de criminele activiteiten verbeurd verklaard.
De rechtbank verwierp uitdrukkelijk het verweer dat de bewijsvoering via SKY ECC onregelmatig zou zijn verkregen. Zij oordeelde dat de interceptie en decryptie van de communicatie op rechtmatige wijze gebeurden en dat de beklaagden over voldoende gegevens beschikten om de rechtmatigheid van de bewijsgaring te controleren en hierover tegenspraak te voeren.
Luc De Cleir
woordvoerder REA Antwerpen
0472/90.13.56
Luc.DeCleir@just.fgov.be
Opmerking: het voormeld bedrag van de geldboete werd reeds vermenigvuldigd met opdeciemen.