Twee beklaagden veroordeeld voor organisatie gangbangs in kelder van hun woning in Landen
De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag twee beklaagden veroordeeld voor het organiseren van gangbangs in de kelder van hun woning te Landen (Neerwinden). Tussen oktober 2020 en januari 2023 vonden er minstens 44 feestjes plaats, waarbij de vrouwelijke sekswerkers voor een karig loon urenlang seksuele handelingen moesten verrichtten met zoveel mogelijk mannelijke klanten. Uit het strafdossier blijkt bovendien dat de sociale regelgeving genegeerd werd. De rechtbank tilt zwaar aan het feit dat de beide beklaagden de seksuele integriteit van de vrouwelijke sekswerkers hebben uitgebuit voor persoonlijk geldgewin.
Feiten
De feiten kwamen aan het licht na controles van de politiediensten (samen met de sociale inspectie) op 17 september 2022, 3 december 2022 en 7 januari 2023 in Landen (Neerwinden):
- Op zaterdag 17 september 2022 was tijdens de controleactie een georganiseerde gangbang bezig met in totaal 101 aanwezigen. Van de 11 meerderjarige vrouwelijke sekswerkers hadden er 10 de Braziliaanse nationaliteit en verbleven zij niet legaal in België. Er werd een grote hoeveelheid cash geld aangetroffen.
- Op zaterdag 3 december 2022 troffen de politiediensten een georganiseerde gangbang aan met ongeveer 40 mannelijke klanten. Er werden 12 meerderjarige vrouwelijke sekswerkers geïdentificeerd, onder wie 3 Braziliaanse vrouwen die niet legaal in het land verbleven. Tijdens deze controle werd ook een aanzienlijke som cash geld gevonden.
- Op zaterdag 7 januari 2023 begaf de politie zich aanvankelijk opnieuw naar de woning van de beklaagden in Landen. Tijdens deze controle werd ‘beklaagde 1’ meermaals opgebeld door een derde persoon, die aan de politie aangaf dat hij ‘beklaagde 1’ die avond verwachtte op een evenement in Beringen. Daarop begaf de politie zich naar de opgegeven locatie in Beringen, waar op dat moment een seksfeestje aan de gang was met ongeveer vijftig schaars geklede aanwezigen, voornamelijk mannen. Uit het strafonderzoek is gebleken dat ‘beklaagde 1’ minstens als medeorganisator van dit evenement beschouwd moet worden.
De gangbangs vonden plaats in de speciaal ingerichte kelder van de woning van ‘beklaagde 1’ en zijn huidige partner ‘beklaagde 2’ in Landen.
De seksfeestjes begonnen in 2020 kleinschalig en trokken aanvankelijk weinig bezoekers. Gaandeweg veranderde het concept en groeiden de bijeenkomsten uit tot georganiseerde gangbangs, waarbij vrouwelijke sekswerkers achtereenvolgens of gelijktijdig seksuele handelingen verrichtten met meerdere mannen. De sekswerkers ontvingen hiervoor een vaste vergoeding van 350 tot 600 euro. Mannelijke deelnemers betaalden aan de ingang 250 of 300 euro, koppels konden binnen aan een verminderd tarief van 125 euro. Reclame werd gemaakt via erotisch getinte websites en via online applicaties zoals WhatsApp.
Bij de organisatie van de seksfeestjes waren verschillende personen betrokken. Aanvankelijk speelde ‘burgerlijke partij 1’, de voormalige partner van ‘beklaagde 1’, een centrale rol bij het verlenen van seksuele diensten. Later sloten andere sekswerkers zich aan en werden bijkomende personen ingeschakeld voor taken zoals het onthaal van klanten, het beheer van de lockers, het schenken en bedienen van dranken en hapjes, de schoonmaak en de veiligheidsbewaking.
In december 2021 eindigde de relatie tussen ‘beklaagde 1’ en ‘burgerlijke partij 1’. Begin 2022 begon ‘beklaagde 1’ een nieuwe relatie met ‘beklaagde 2’, die in het voorjaar van 2022 bij hem introk. Vanaf dan vonden de seksfeestjes frequenter plaats (van maandelijks naar tweewekelijks) en steeg het aantal betalende klanten aanzienlijk (van enkele tientallen naar ongeveer honderd personen). Met de komst van ‘beklaagde 2’ wijzigde ook het aanbod aan sekswerkers: Europese vrouwen maakten plaats voor Braziliaanse vrouwen. Uit het strafdossier blijkt dat deze vrouwen aan een lager tarief werkten, waardoor de organisatoren hun kosten konden drukken en hun winst toenam.
Globaal genomen werden sinds 17 oktober 2020 minstens 44 seksfeestjes georganiseerd. Het aantal betalende klanten varieerde van 20 tot 107 personen. De overgrote meerderheid bestond uit alleenstaande mannen, slechts een beperkt aantal koppels nam deel.
Beide beklaagden moeten zich voor de strafrechter verantwoorden voor inbreuken op de sociale regelgeving en voor misbruik van prostitutie. ‘Beklaagde 1’ moet zich daarnaast ook verantwoorden voor inbreuken op de Drugwet, feiten van witwassen en informaticabedrog.
‘Beklaagde 1’ werd al eerder al strafrechtelijk veroordeeld, maar nog niet voor soortgelijke feiten. ‘Beklaagde 2’ heeft nog een blanco strafblad.
Oordeel rechtbank
‘beklaagde 1’: schuldig aan inbreuken op de sociale regelgeving
De rechtbank oordeelt dat enkel ‘beklaagde 1’ als werkgever kan worden beschouwd en bijgevolg schuldig is aan inbreuken op de sociale regelgeving.
Uit het strafdossier blijkt dat hij bepaalde wie tijdens de seksfeestjes werkte en hoeveel uren er gepresteerd moesten worden. ‘Beklaagde 2’ moest telkens met hem overleggen over het aantal Braziliaanse sekswerkers dat voor een bepaald evenement moest worden ingezet, en de lonen werden steeds betaald met inkomsten die door ‘beklaagde 1’ werden geïnd. Daarom wordt ‘beklaagde 2’ niet als werkgever beschouwd en wordt ze vrijgesproken voor deze tenlastelegging.
‘Beklaagde 1’ wordt wel veroordeeld, onder meer voor het niet indienen van Dimona-aangiftes bij de indiensttreding van 27 werknemers én voor het tewerkstellen van 12 buitenlandse onderdanen zonder geldige verblijfsvergunning.
‘beklaagde 1’ en ‘beklaagde 2’: schuldig aan misbruik van prostitutie
Op basis van het strafonderzoek staat voor de rechtbank vast dat zowel ‘beklaagde 1’ als ‘beklaagde 2’ op regelmatige basis de prostitutie van meerderjarige sekswerkers organiseerden, met als doel zoveel mogelijk inkomsten voor zichzelf te genereren.
‘Beklaagde 1’ was daarbij de onbetwiste organisator en eindverantwoordelijke van de seksfeestjes. Het ging vaak om druk bezochte gangbangs, waarbij van de vrouwelijke sekswerkers werd verwacht dat zij urenlang seksuele handelingen verrichtten met zoveel mogelijk mannelijke klanten die “waar voor hun geld” wilden. Dat de sekswerkers meerderjarig waren en instemden met de seksuele handelingen, ontslaat de beklaagden niet van hun strafrechtelijke verantwoordelijkheid. Toestemming van de sekswerkers speelt immers geen rol bij de beoordeling van de tenlasteleggingen in deze zaak.
De rechtbank besluit dat zowel ‘beklaagde 1’ als ‘beklaagde 2’ schuldig zijn aan misbruik van prostitutie (zoals ‘pooierschap’ en ‘het maken van reclame voor ontucht en prostitutie’).
‘beklaagde 1’: schuldig aan feiten van witwassen, informaticabedrog en inbreuken op de Drugwet
Het strafonderzoek toont aan dat ‘beklaagde 1’ bankrekeningen van zichzelf (of van personen die hij controleerde) gebruikte om grote hoeveelheden cash geld in het reguliere betalingsverkeer te brengen. Daardoor werd de indruk gewekt dat het om legaal verkregen inkomsten ging, terwijl het in werkelijkheid ging om opbrengsten uit het prostitutiemilieu. In totaal werd op die manier 246.610 euro witgewassen.
Daarnaast bood ‘beklaagde 1’ klanten de mogelijkheid om drugs te gebruiken in de lokalen waar de feestjes plaatsvonden. Dit blijkt uit de gegevens op zijn gsm-toestel.
De rechtbank acht ‘beklaagde 1’ daarom schuldig aan feiten van witwassen, informaticabedrog en inbreuken op de Drugwet.
Uitspraak op strafgebied
'Beklaagde 1'
De rechtbank veroordeelt 'beklaagde 1' voor de bewezen feiten tot:
- een gevangenisstraf van 40 maanden, waarvan 20 maanden met uitstel gedurende een proeftijd van vijf jaar;
- een geldboete van 200.000 euro, waarvan 100.000 euro met uitstel gedurende een proeftijd van vijf jaar.
De rechtbank beveelt ook de verbeurdverklaring bij equivalent van een bedrag van 280.591,33 euro. Ook worden de in beslag genomen geldsommen verbeurd verklaard voor een totaal bedrag van 5.290 euro.
'Beklaagde 2':
De rechtbank veroordeelt 'beklaagde 2' voor de bewezen feiten van misbruik van prostitutie tot:
- een gevangenisstraf van 20 maanden, volledig met uitstel gedurende een proeftijd van vijf jaar;
- een geldboete van 192.000,00 euro, waarvan 96.000 euro met uitstel gedurende een proeftijd van vijf jaar.
Uitspraak op burgerlijk gebied
'Beklaagde 1' dient aan 'burgerlijke partij 1' een burgerlijke schadevergoeding te betalen van in totaal 39.877,61 euro. Dit bedrag omvat zowel de terugbetaling van gegenereerde inkomsten (32.377,61 euro) als de vergoeding voor lichamelijke en morele schade (7.500 euro).
'Beklaagde 1 'en 'beklaagde 2' worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling aan 'burgerlijke partij 2' van een materiële en morele schadevergoeding van 13.330,22 euro. 'Burgerlijke partij 2' was een van de slachtoffers van de bewezen feiten van pooierschap.
Motivering rechtbank
De twee beklaagden hebben de seksuele integriteit van anderen uitgebuit voor persoonlijk geldgewin. Ze hielden daarbij geen rekening met de zware emotionele belasting, de gezondheidsrisico’s voor de betrokken sekswerkers, noch met de vaak kwetsbare persoonlijke situatie waarin deze mensen zich bevonden.
Daarnaast werd van de sekswerkers een erg zware inspanning verwacht: zij moesten gedurende zes uur onafgebroken seksuele handelingen verrichten met een groot aantal mannen, en dat voor een karig loon.
Uit het strafdossier blijkt bovendien dat de sociale regelgeving genegeerd werd. De rechten van de tewerkgestelde personen werden miskend en fundamentele sociaalrechtelijke verplichtingen werden niet nageleefd.
De feiten werd duidelijk gepleegd met het oog op geldgewin. Daarom beslist de rechtbank tot de verbeurdverklaring van de wederrechtelijk verkregen vermogensvoordelen van 'beklaagde 1'. Het is onaanvaardbaar dat de beklaagde in kwestie enig financieel voordeel zou halen uit de illegale opbrengsten van zijn activiteiten.