Vier beklaagden veroordeeld voor betrokkenheid bij online oplichting
De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag vier beklaagden veroordeeld voor feiten van informaticabedrog en witwassen. Hun slachtoffer zag op die manier in totaal 17.776,75 euro van haar bankrekeningen verdwijnen. Volgens de rechtbank fungeerden de veroordeelde beklaagden als zogenaamde geldezels: tussenpersonen die tegen een vergoeding hun bankkaart of bankrekening ter beschikking stelden.
Feiten
Het slachtoffer werd op 23 december 2021 benaderd via een frauduleus sms-bericht waarin haar werd gevraagd haar identiteit te controleren. Daartoe moest zij enkele handelingen uitvoeren op een nagemaakte website die sterke gelijkenissen vertoonde met de officiële website van Card Stop. Zo werd zij ertoe gebracht haar bankkaart-, kaartlezer- en persoonlijke bankgegevens in te voeren. In de daaropvolgende dagen werd via verschillende verrichtingen in totaal 17.776,75 euro weggeschreven van haar persoonlijke bankrekening en van drie bankrekeningen waarvoor zij volmachthouder was. De bank bracht haar vervolgens op de hoogte van de fraude.
De daders maakten gebruik van verschillende technieken om hun identiteit te verhullen, waaronder valse identiteiten, gewijzigde of omgeleide IP-adressen, anonieme telefoonnummers en het misbruik van persoonsgegevens van derden.
Vijf beklaagden moesten zich daarvoor voor de rechtbank van eerste aanleg Leuven verantwoorden voor informaticabedrog en witwassen.
Oordeel van de rechtbank
De rechtbank spreekt 'beklaagde 3' vrij. Volgens de rechtbank is er geen enkel bewijs dat deze beklaagde de ten laste gelegde feiten heeft gepleegd of daarbij betrokken was.
De overige vier beklaagden worden wel schuldig bevonden aan feiten van informaticabedrog en witwassen. Ze traden op als tussenpersonen en stelden hun bankkaart of bankrekening tegen een vergoeding (in geld) ter beschikking:
- 'Beklaagde 1': tussen 2 en 4 januari 2022 werden geldbedragen overgeschreven van twee afzonderlijke rekeningen van het slachtoffer naar een rekening op naam van 'beklaagde 1'. Na ontvangst van de gelden haalde 'beklaagde 1' geld af aan een bankautomaat in Laken.
Volgens de rechtbank heeft deze beklaagde een onrechtmatig economisch voordeel verkregen door geld te ontvangen dat afkomstig was uit een misdrijf. De rechtbank veroordeelt 'beklaagde 1' voor zijn betrokkenheid tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een periode van vijf jaar. Daarnaast beveelt zij de verbeurdverklaring van een bedrag van 3.544,75 euro ten laste van deze beklaagde.
- 'Beklaagde 2': tussen 1 en 3 januari 2022 werden geldbedragen van de rekening van het slachtoffer overgeschreven naar een rekening op naam van 'beklaagde 2'. Nadat de gelden waren toegekomen, werden zij doorgestort naar een rekening van een derde. Deze persoon verklaarde tijdens zijn verhoor zelf slachtoffer te zijn geworden van identiteitsfraude en daarvan aangifte te hebben gedaan. Vervolgens werd van deze rekening geld afgehaald in Bergen.
Volgens de rechtbank heeft 'beklaagde 2' haar bankrekening minstens tegen betaling ter beschikking gesteld. Voor deze feiten wordt zij veroordeeld tot een gevangenisstraf van twaalf maanden, met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een periode van vijf jaar. Daarnaast beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring van een bedrag van 2.545 euro ten laste van 'beklaagde 2'.
- 'Beklaagde 4': tussen 3 en 4 januari 2022 werden bedragen van twee rekeningen van het slachtoffer overgeschreven naar een rekening van 'beklaagde 4'. Nadat de gelden waren toegekomen, werd geld afgehaald in Charleroi.
De rechtbank oordeelt dat 'beklaagde 4' zijn rekening minstens tegen vergoeding ter beschikking heeft gesteld. Deze beklaagde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, met uitstel van tenuitvoerlegging gedurende een periode van drie jaar. Daarnaast beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring van een bedrag van 2.635 euro ten laste van deze beklaagde.
- 'Beklaagde 5': op 3 januari 2022 kwamen bedragen afkomstig van de rekening van het slachtoffer toe op de rekening van 'beklaagde 5'. Met deze gelden werden betalingen verricht in Spanje.
Volgens de rechtbank heeft zij haar bankrekening minstens ter beschikking gesteld om geld afkomstig uit fraude te ontvangen en heeft ze daaruit voordeel gehaald. De rechtbank gelast ten aanzien van 'beklaagde 5' de opschorting van de uitspraak van de veroordeling voor de bewezen verklaarde feiten gedurende een periode van drie jaar. Daarnaast beveelt zij de verbeurdverklaring van een bedrag van 2.041 euro ten laste van deze beklaagde.
Motivering
Bij de straftoemeting houdt de rechtbank rekening met de precaire financiële situatie van de vier veroordeelde beklaagden. Die wordt als verzachtende omstandigheid aanvaard. Een andere verzachtende omstandigheid betreft hun strafrechtelijk verleden. Met uitzondering van 'beklaagde 1' hebben de veroordeelde beklaagden nog een blanco strafregister.
Voor 'beklaagde 4' en 'beklaagde 5' hield de rechtbank ook rekening met hun relatief jonge leeftijd op het ogenblik van de feiten.
Met uitzondering van 'beklaagde 5' verschenen de veroordeelde beklaagden niet ter zitting. Daardoor heeft de rechtbank geen zicht op hun huidige leefsituatie.