Rechtbank aanvaardt eenzijdig verzoekschrift Gentse universiteit omtrent ontruiming gebouwen

20/05/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen (afdeling Gent) heeft een eenzijdig verzoekschrift van de universiteit Gent gegrond verklaard. Hierdoor kan de universiteit via een bevelschrift protesterende studenten verplichten om het universiteitsgebouw Ufo en het rectoraat te ontruimen en hen verbieden om het nadien opnieuw te bezetten. Deze beschikking geldt vanaf heden tot en met 30 juni 2026. 

Aanleiding

De voorbije weken werden diverse gebouwen van de Universiteit Gent bezet door studenten en leden van de actiegroep Ghent Student Encampment. Zij eisen dat de universiteit alle banden met Israël verbreekt.

Vandaag werd door de Universiteit Gent een eenzijdig verzoekschrift neergelegd bij de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent. Hierin werd aan de rechtbank verzocht om een bevelschrift op te stellen dat deze actievoerders zou verplichten om hun acties stop te zetten, de universiteitsgebouwen (met name Ufo en het rectoraat) te ontruimen en hen te verbieden om ze nadien opnieuw te bezetten.

Aanvaarding eenzijdig verzoekschrift

De rechtbank van eerste aanleg heeft dit eenzijdige verzoekschrift gegrond verklaard. Dit betekent dat de actievoerders verplicht worden om de gebouwen Ufo en het rectoraat te ontruimen. Daarnaast wordt het de actievoerders verboden om zich na deze ontruiming (opnieuw) toegang te verschaffen tot deze of andere gebouwen van de universiteit. Deze beschikking geldt vanaf heden tot en met 30 juni 2026. 

Motivering 

De rechtbank van eerste aanleg motiveerde haar beslissing op basis van volgende juridische argumenten:

  • Het recht op protest en het recht op demonstreren zijn fundamentele grondrechten die voor elke burger gelden. Deze rechten vloeien voort uit het recht op vrijheid van meningsuiting en het recht op vereniging. 
  • De mogelijkheid om te protesteren en te demonstreren is een belangrijk onderdeel van een vrije samenleving, een rechtsstaat en een democratie. Deze rechten gelden ongeacht de inhoud van en/of het motief voor het protest.
  • De overheid kan dit recht alleen inperken wanneer dit absoluut noodzakelijk is, bijvoorbeeld om strafbare feiten te voorkomen. Hierbij moeten alle andere (minder ingrijpende) maatregelen uitgeput zijn (principe van subsidiariteit) en moet de gevorderde maatregel proportioneel zijn (principe van proportionaliteit).
  • De vrijheid om te demonstreren en te protesteren geldt enkel voor vreedzame acties waarbij geen geweld wordt gebruikt tegen personen of goederen en waarbij niet wordt aangezet tot haat, discriminatie of geweld.

Uiteraard moet de rechtbank dit altijd concreet beoordelen in het licht van de individuele en actuele omstandigheden van elke afzonderlijke zaak.

Concrete boordeling van de feiten aan de universiteit Gent.

De rechtbank van eerste aanleg heeft bovenstaande juridische argumenten afgetoetst aan de concrete situatie van het protest aan de universiteit Gent:

  • Het protest vindt plaats in een uitermate gevoelige internationale context (de oorlog tussen Hamas en Israël), waarbij studenten een stem geven aan hun onvrede over bepaalde feiten. De universiteit is bij uitstek een plaats waar protest, maatschappelijk debat en een botsing van ideeën mogelijk moet zijn.

    Er lopen al enkele weken gesprekken tussen de universiteit en de protesterende studenten. Zo was er oorspronkelijk sprake van een vreedzaam studentenprotest dat door de universiteit werd gedoogd (binnen een veiligheidskader dat besproken werd met de studenten). Studenten hebben immers het recht om vreedzaam te protesteren en om bepaalde maatschappelijke thema’s onder de aandacht te brengen van de universiteit of (ruimer) van de samenleving.

  • Het oorspronkelijk vreedzaam protest mondde in de nacht van 19 op 20 mei 2026 echter uit in escalerend geweld. Uit de voorgelegde stukken blijkt dat de studenten het rectoraat van de universiteit zijn binnengedrongen en dat de universiteitsgebouwen worden beschadigd en besmeurd. Er lijkt ondertussen ook sprake te zijn van vandalisme en verschillende misdrijven, waardoor de politie moest interveniëren. Het is voor de voorzitter van de rechtbank duidelijk dat dit escalerend studentenprotest de veiligheid van personeel, studenten en bezoekers ernstig in het gedrang brengt.

    De voorzitter oordeelt dat onder deze omstandigheden een gedwongen ontruiming van het universiteitsgebouw, desnoods met behulp van de openbare macht (en dus met een mogelijke tussenkomst van politiediensten), bij hoogdringendheid moet worden bevolen. Volgens de rechtbank zijn alle andere (minder ingrijpende) maatregelen uitgeput en zijn de door de universiteit gevorderde maatregelen proportioneel. 

  • In dit verband onderstreept de voorzitter van de rechtbank dat uit de voorgelegde stukken blijkt dat de universiteit zich in deze zaak terughoudend heeft opgesteld en alle mogelijke inspanningen heeft gedaan om met de protesterende studenten in gesprek te gaan en een compromis te benaarstigen.