Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Openingsuren

Het secretariaat van het arrondissement is geopend elke werkdag van 8 u 30 tot 12 u 30 en van 13 u 30 tot 16 u. Buiten deze openingsuren wordt in stilte gewerkt.
01

In Oost-Vlaanderen zijn er 21 vredegerechten. De vijf vredegerechten van Gent en de twee vredegerechten van Aalst vormen elk een stadskanton. Klik hieronder voor de verschillende vredegerechten.

Alle contactgegevens

Locatie

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Kantons

Vredegerecht Aalst 1

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

  • Dr. André Sierenstraat 16 bus 3/C - 9300 Aalst
  • 053 82 07 02
  • 053 82 07 15
  • BE73 6792 0084 4560
Vredegerecht Aalst 2

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

  • Dr. André Sierensstraat 16 bus 3/C - 9300 Aalst
  • 053 82 07 02
  • 053 82 07 15
  • BE73 6792 0084 4560
Vredegerecht Beveren

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Deinze

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Dendermonde

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Eeklo

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Gent 1

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Gent 2

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Gent 3

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Gent 4

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Gent 5

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Geraardsbergen

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Hamme

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Herzele

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Lokeren

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Merelbeke

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Ninove

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Oudenaarde

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Sint-Niklaas

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Wetteren

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerecht Zelzate

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Vredegerechten Oost-Vlaanderen

Voorstelling

Welkom

Woord van de Voorzitter

De gerechtelijke hervorming van april 2014 gaf een nieuwe structuur aan de vredegerechten en politierechtbank in Oost-Vlaanderen.

In Oost-Vlaanderen is er 1 politierechtbank voor het ganse grondgebied van de provincie.  Er zijn vijf afdelingen (griffies) in de zittingsplaatsen Aalst, Dendermonde, Gent, Oudenaarde en Sint-Niklaas. 
Voor de vredegerechten blijven de kantons bestaan.

Er werd voorzien in een overkoepelende structuur voor het (autonoom) beheer van de politierechtbank en de vredegerechten. Deze structuur bestaat uit een Directiecomité en een Algemene Vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank.

De Algemene Vergadering en het Directiecomité wordt voorgezeten door de voorzitter die tevens korpsoverste is van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.

De voorzitter wordt tevens bijgestaan door een arrondissementele hoofdgriffier die verantwoordelijk is voor het personeelsbeleid.

Het arrondissement heeft ook twee persrechters. Vrederechter Dirk De Groote (vred.dirkdegroote@telenet.be) is persrechter voor de vredegerechten en politierechter Chris De Roy (chris.deroy@just.fgov.be) is persrechter voor de politierechtbank van Oost-Vlaanderen. 

De bedoeling van de hervorming is te evolueren naar een meer moderne organisatie van de rechtsbedeling door een kwalitatieve, transparante en efficiënte rechtspraak.

Door de wet van 25/12/2017 die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 29/12/2017, werden de kantongrenzen voor de vredegerechten grondig gewijzigd. Drie vredegerechten werden afgeschaft (Ronse, Zomergem, en St-Niklaas 2) en er werd een bijkomend vredegerecht gecreëerd in Hamme. De meeste kantons werden ook territoriaal uitgebreid.

De concrete herindeling kan u in detail terugvinden door hier te klikken. Deze herindeling is van toepassing vanaf 01/07/2018.

Deze website beoogt bij te dragen in deze vernieuwende aanpak en doelstellingen en wordt gezien als een instrument om de burger beter te begeleiden en te informeren over de werking en de dienstverlening van justitie, inzonderheid over de werking van de vredegerechten en de politierechtbank van Oost-Vlaanderen.

Ik ben er van overtuigd dat deze website zal bijdragen tot een betere toegankelijkheid van de vredegerechten en de politierechtbank en een betere dienstverlening voor de burger.

 

Jan Kamoen
Voorzitter
Opgeëistenlaan 401/M lokaal 534
9000 GENT

Organisatie

Organigram

Personen en hun functie

Custom 1

Materiële bevoegdheid

De vrederechter is de erfgenaam van een lange traditie waarbij de beoordeling van kleine civiele of penale geschillen toevertrouwd werd aan personen die dichtbij de rechtzoekende stonden. Zij zorgden ervoor dat plaatselijke geschillen billijk en met gezond verstand werden opgelost.

Hierna worden een paar bevoegdheden opgesomd en besproken, met dien verstande dat de lijst niet volledig is en de uitzonderingen niet worden besproken. Voor een volledige lijst van de bevoegdheden van de vrederechter kan verwezen worden naar de art. 590 en volgende van het gerechtelijk wetboek (Ger.W.).

1. Algemene bevoegdheid

De vrederechter heeft de algemene bevoegdheid om kennis te nemen van alle vorderingen waarvan het bedrag € 5.000,00 niet overschrijdt (art. 590 Ger.W.). 
Op deze regel bestaan een aantal belangrijke uitzonderingen: zo is de vrederechter niet meer bevoegd voor handelsgeschillen tussen ondernemingen die ongeacht het bedrag voor de ondernemingsrechtbank worden gebracht. Evenmin neemt de vrederechter kennis van o.a. geschillen met betrekking tot faillissementen, arbeidsovereenkomsten, vorderingen ter vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval en van vorderingen tot echtscheiding.

2. Bijzondere bevoegdheid

De bijzondere bevoegdheid van de vrederechter is zeer uitgebreid. In een hele reeks van conflicten is de vrederechter bevoegd ongeacht het bedrag van de vordering. Hierbij een overzicht van de meeste voorkomende bijzondere bevoegdheden: 

  • Geschillen betreffende verhuring van onroerende goederen en samenhangende vorderingen die ontstaan uit de verhuring van een handelszaak. De vrederechter is bevoegd voor alle geschillen inzake huur van onroerende goederen, d.i. gewone huur, woninghuur, handelshuur en landpacht (Ger.W. 591, 1°), en dit ongeacht het bedrag. Ook geschillen met betrekking tot een vergoeding voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, behoren tot de bevoegdheid van de vrederechter.
  • Geschillen inzake gebruik, genot, onderhoud, behoud of beheer van een gemeenschappelijk goed in geval van mede-eigendom.
    Ook geschillen inzake het appartementsrecht vallen hieronder (Ger.W. 591, 2°)
  • Geschillen met betrekking tot erfdienstbaarheden en verplichtingen die de wet oplegt aan eigenaars van aan elkaar grenzende erven (Ger.W. 591, 3°). 
  • Geschillen betreffende rechten van overgang (Ger.W. 591, 4°)
  • Bezitsvorderingen (Ger.W. 591, 5°).
  • Geschillen in verband met ruilverkavelingen van landeigendommen (Ger.W. 591,11°). 
  • Geschillen wegens schade, door mensen of dieren veroorzaakt aan velden, vruchten of veldvruchten (art. 591, 13°).
  • Betwistingen inzake kredietovereenkomsten die onder toepassing vallen van de Wet op het Consumentenkrediet (art. 591, 21° Ger.W.).
  • Geschillen voor invordering van schulden voor nutsvoorzieningen ten overstaan van personen die geen onderneming zijn. Dit zijn de invorderingen van een geldsom die wordt gevorderd door een leverancier van elektriciteit, gas, warmte of water of door een persoon die een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een omroeptransmissie- of omroepdienst aanbiedt (art. 591, 25° Ger.W.).
  • Geschillen als bedoeld in de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en lijkbezorging (art. 591, 7° Ger.W.).
  • Verzoek tot de aanwijzing van een bewindvoerder voor een meerderjarige persoon die wegens de gezondheidstoestand niet meer bekwaam is om de organisatie van persoonlijke of zakelijke belangen waar te nemen. 
    Een beschermingsmaatregel kan betrekking hebben op bijstand of vertegenwoordiging bij het beheer van de goederen en/of persoon van de onbekwame. (art. 488/1 B.W.).
    Een beschermingsmaatregel over de goederen kan ook worden bevolen voor meerderjarige personen die zich in staat van verkwisting bevinden (art. 488/2 B.W.).
    Het dossier wordt nadien verder opgevolgd door de vrederechter die de handelingen van de bewindvoerder moet controleren en voor bepaalde handelingen, de bewindvoerder moet machtigen om deze te stellen.
  • Verzoek tot bescherming van de persoon van de geesteszieke (art. 594, 15° Ger.W.). Het betreft de gedwongen opname van een geesteszieke in een gesloten instelling, alsook de regeling van hun verblijf.

3. Andere, soms uitsluitende, bevoegdheden

De vrederechter heeft een bevoegdheid inzake:

  • Summiere rechtspleging om betaling te bevelen zolang het bedrag van de vordering € 1.860,00 niet te boven gaat (art. 1338, derde lid Ger.W).
  • Rechtspleging ingeval van dringende noodzakelijkheid inzake onteigeningen ten algemeen nutte (art. 595 Ger.W.).
  • Verzegelingen (art. 597 Ger.W.). Het betreft o.a. het leggen van zegels om een vermogensbelang te beschermen.
  • Vorderingen tot aanwijzing van een deskundige of scheidsrechter wanneer het voorwerp van het deskundigenonderzoek tot de materiële bevoegdheid van de vrederechter behoort (art. 594, 1° Ger.W.).

4. Bevoegdheid van toezicht en maatregelen van gerechtelijk bestuur

  • De vrederechter levert akten van bekendheid af ter vervanging van een geboorteakte voor een huwelijk of voor het verwerven van de Belgische nationaliteit (art. 600 Ger.W.).
  • De vrederechter is ook bevoegd inzake ouderlijk gezag en voogdij over minderjarigen. Het betreft hier de organisatie van de voogdij alsook het toezicht erop (art. 596 Ger.W.). De vrederechter houdt eveneens toezicht op bepaalde handelingen inzake goederenbeheer die ouders voor hun kinderen stellen. De wet bepaalt voor welke handelingen de toestemming van de vrederechter nodig is (art. 378 en 410 B.W.).
  • De vrederechter kan aanwezig zijn bij bepaalde openbare verkopingen (art. 598, 2° Ger.W.) en verdelingen (art 598, 1° Ger.W.) waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen en onbekwaam verklaarden of openbare verkopingen ingevolge faillissement.
  • De vrederechter is bevoegd inzake de beëdiging van personen waarvan de wet vereist dat zij voor de uitoefening van hun functie, de eed afleggen, o.a. dijk- en sluiswachters, ijkmeesters en (particuliere) veldwachters (art. 601 Ger.W.).

Territoriale bevoegdheid

De vraag tot welk vredegerecht u zich dient te wenden, betreft de vraag naar - wat men in de vaktaal noemt - de territoriale bevoegdheid.

Elke rechtbank, zo ook de Vrederechter - heeft slechts de macht om geschillen te beoordelen of bepaalde juridische problemen op te lossen binnen een bepaald grondgebied. Wat betreft de vredegerechten noemt men dat grondgebied een kanton. Het kanton is dus het rechtsgebied, het grondgebied binnen de grenzen waarvan de vrederechter werkt.

In het bijvoegsel van het Gerechtelijk wetboek is het rechtsgebied van elk vredegerecht bepaald. Dit kan u terugvinden onder de knop "Organisatie - gebiedsomschrijving".

 

Art. 624 Ger.W. bepaalt dat, met uitzondering van de gevallen waarin de wet uitdrukkelijk bepaalt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, elke vordering naar keuze van de eiser kan worden gebracht:

1°. voor de rechter van de woonplaats van de verweerder of van één der verweerders;

2°. voor de rechter van de plaats waar de verbintenissen, waarover het geschil loopt, of een ervan zijn ontstaan of waar zij worden, zijn of moeten worden uitgevoerd;

3°. voor de rechter van de woonplaats gekozen voor de uitvoering van de akte;

4°. voor de rechter van de plaats waar de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken tot de verweerder in persoon, indien noch de verweerder, noch, in voorkomend geval, een van de verweerders een woonplaats heeft in België of in het buitenland.

 

Op de algemene regel bestaan uitzonderingen. Dat is, bijvoorbeeld, het geval voor personen die onder (voorlopig) bewind staan. Art. 623 Ger.W. bepaalt dat de vrederechter, met bijstand van de griffier, deze personen buiten zijn kanton kan bezoeken en dat de reiskosten ten laste vallen van de te beschermen of beschermde persoon.

Ook bij huur- en appartementsgeschillen is er een afwijkende regel. De vrederechter van de plaats waar het gehuurde goed of appartement ligt, is bevoegd.

 

Het is echter niet steeds gemakkelijk om te weten welke vrederechter bevoegd is. U doet er goed aan zich verder te informeren. Het is aan te raden een advocaat te raadplegen.

Bevoegdheid inzake onbekwamen

Beschermde personen

1. Minderjarigen onder ouderlijk gezag

Zolang minstens een van de gekende ouders leeft, staat een jongere tot de meerderjarigheid (18 jaar) onder het ouderlijk gezag.
Is enkel één van de gekende ouders overleden, dan staat de jongere verder onder het ouderlijk gezag van de andere ouder, behoudens in uitzonderlijke omstandigheden.
Voor een aantal handelingen heeft/hebben een ouder/de ouders de voorafgaandelijke toelating van de vrederechter nodig om namens de minderjarige bepaalde rechtshandelingen te stellen. Ter zake kan voornamelijk, maar niet uitsluitend worden verwezen naar de artikelen 378 en 410 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Volle wezen onder voogdij

Zijn beide of de enig gekende ouder overleden, dan staat een een jongere tot de meerderjarigheid (18 jaar) onder voogdij.
De voogd en de toeziende voogd zullen de jongere begeleiden naar de meerderjarigheid, een en ander onder controle van de vrederechter die de voogdij georganiseerd heeft.
Voor een aantal handelingen heeft de voogd de voorafgaandelijke toelating van de vrederechter nodig om namens de minderjarige bepaalde rechtshandelingen te stellen. Ter zake kan voornamelijk, maar niet uitsluitend worden verwezen naar artikel 410 van het Burgerlijk Wetboek.

3. Meerderjarigen onder bewind

  • De buitengerechtelijke bescherming
    Men kan, voor het geval men niet meer in staat zou zijn zelf het vermogen te beheren, zolang men nog bekwaam is, een buitengerechtelijke bescherming uitwerken. Het betreft een lastgeving.                                    
  • De rechterlijke bescherming of het bewind
    De vrederechter kan een meerderjarige (de aanvraag is echter mogelijk vanaf het zeventiende levensjaar) onder rechterlijke bescherming plaatsen indien die persoon door de gezondheidstoestand, geheel of gedeeltelijk, al dan niet tijdelijk, niet meer in staat is zelf zijn belangen te behartigen.
    We hebben het over persoonsrechtelijke en/of vermogensrechtelijke belangen. De aanvraag moet ingediend worden bij de vrederechter.
    De vrederechter zal een bescherming op maat uitwerken. De bescherming bestaat enerzijds uit het onbekwaam verklaren van een persoon tot het stellen van omschreven handelingen en, anderzijds, uit de bijstand en/of de vertegenwoordiging door een bewindvoerder wat betreft een aantal omschreven handelingen.
    Het is van belang de beschikking houdende de rechterlijke bescherming zeer goed te lezen om een concreet beeld te krijgen op de omvang en de inhoud ervan.

Specifieke procedures inzake onbekwamen

Vereffening-verdeling van een goed waarin een onbekwame medegerechtigd is.

In die gevallen waarbij de vereffening-verdeling van een vermogen (bv. omdat een minderjarige deelgenoot is of omdat iemand onder rechterlijke bescherming medegerechtigd is), zoals een nalatenschap, moet gebeuren onder voorzitterschap van de vrederechter, is de gebruikelijke werkwijze dat de datum daarvoor op verzoek van de notaris, in samenspraak met de griffie wordt vastgelegd.

De ontwerpakte vereffening-verdeling dient vooraf aan de vrederechter te worden toegezonden.

Indien een omzetting van vruchtgebruik gebeurt, wordt van de notaris, de bewindvoerder, de voogd of de ouder verlangd dat vooraf de precieze berekening schriftelijk wordt uiteengezet.

Verkoping met onbekwame

  1. De openbare verkoping
    Het principe is de openbare verkoping en niet de verkoping uit de hand. Vergeet niet dat bij elke verkoping, ook deze van onroerende goederen, voorafgaandelijk de toelating moet worden gevraagd aan de vrederechter. Zelfs de verkoping onder opschortende voorwaarde van die toelating is onaanvaardbaar.
    Er moet worden gemotiveerd waarom de verkoping tot belang van de onbekwame strekt.
    Wanneer een rechterlijk beschermde persoon eigenaar of medegerechtigd is in een onroerend goed of wanneer bv. een onroerend goed behoort tot een failliete boedel zal de openbare verkoping gebeuren ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar het betreffende onroerend goed is gelegen, indien deze magistraat daartoe beslist. De verkopingen geschieden in één enkele zitdag (eventueel is een zitdag na een hoger bod mogelijk).
    Rechtzoekenden, bewindvoerders, voogden,... dienen zich tot een notaris te richten indien een openbare verkoping van onroerende goederen wordt beoogd.
    Aan de dames en heren notarissen wordt gevraagd:
    • ​een verzoek tot bepaling van een datum voor de openbare verkoping schriftelijk aan te vragen bij het vredegerecht
    • bij dat verzoek te voegen:
      • een ontwerp van de verkoopakte/verkoopsvoorwaarden
      • een kopie van de beschikking van de vrederechter die de verkoping toestand, van de beschikking van de rechter-commissaris (faling) of van de rechtbank van eerste aanleg
      • een kopie van het schattingsverslag voor zoveel dat zou bestaan
      • indien geen schattingsverslag bestaat, een eigen voorstel van de redelijk aanvaardbare verkoopprijs

    Tevens wordt gevraagd erop toe te zien dat de vacatievergoeding van het vredegerecht voor de zitdag van de openbare verkoping is betaald ter griffie. Volmachten door een verzoekende verkoper aan een notarieel medewerker worden niet aanvaard wat betreft de voogd, de bewindvoerder of een curator omdat beheers- en beschikkingsbevoegdheden worden afgestaan, hetgeen dan weer in strijd is met de bestaande gerechtelijke beslissingen en de door de Wet beoogde bescherming. Een ontslag van ambtshalve inschrijving door de hypotheekbewaarder wordt nooit aanvaard bij een openbare verkoping. Het recht van hoger bod inzake de beoogde openbare verkopingen is niet conventioneel van aard, maar wettelijk van aard: artikel 1592 Ger.W. Suggesties van het notariaat in verband met de organisatie van de openbare verkopingen zijn steeds welkom.

  2. De verkoping uit de hand
    Vergeet nooit dat voorafgaandelijk aan elke verkoping de machtiging van de vrederechter noodzakelijk is en dat een verkoping onder de opschortende voorwaarde van die machtiging uit den boze is. Er dient te worden gemotiveerd, niet alleen waarom de verkoping tot het belang van de onbekwame strekt, maar bovendien waarom een verkoping in de onderhandse vorm voor de onbekwame interessanter is dan de openbare verkoping. Veelal moet een schattingsverslag van een onafhankelijk landmeter-expert worden voorgelegd. Het is evenzeer mogelijk dat de vrederechter zelf een deskundige zal aanstellen ter bepaling van de venale waarde van het onroerend goed. Dit verslag houdt dan een advies in naar de vrederechter, waarmede hij rekening zal houden bij de beoordeling van het verzoek tot machtiging tot een onderhandse verkoop. Evenzeer kan de vrederechter op basis van het ontvangen schattingsverslag oordelen dat een plaatsopneming al of niet met bijstand van een deskundige aangewezen is, vooraleer een beslissing te nemen omtrent het ingediende verzoek tot machtiging van de onderhandse verkoop. Contacteer zeker eerst een notaris!
Custom 2
Custom 5

Het secretariaat van de voorzitter van de vrederechters en van de rechters in de politierechtbank

In elk gerechtelijk arrondissement is er een voorzitter en een ondervoorzitter van de vrederechters en de rechters in de politierechtbank.

De voorzitter is onder meer belast met de algemene leiding en organisatie van de vredegerechten en de politierechtbanken.

De voorzitter of zijn secretariaat beheert evenwel niet de dossiers van de verschillende vredegerechten die onder zijn bevoegdheid vallen.

U kan dus geen informatie inwinnen op het secretariaat van de voorzitter over een dossier van een vredegerecht. U moet rechtstreeks contact opnemen met de griffie van het bevoegde vredegerecht.

De gegevens van de verschillende vredegerechten vindt u hier.

Indien u niet weet welk vredegerecht bevoegd is, kan u gebruik maken van deze tool:

Geef de naam van de gemeente en de straat in en u zal de contactgegevens vinden van het vredegerecht dat mogelijks bevoegd is. Indien u zekerheid wenst, dan kan u contact opnemen met dat vredegerecht.


Onderstaande contactgegevens mag u dus niet gebruiken voor informatie over een bepaald kanton.

Contactgegevens van het secretariaat van de voorzitter van de vrederechters en rechters in de politierechtbank West-Vlaanderen  :

Opgeëistenlaan, 401/M - lokaal 524

9000 Gent

Telefoon: 09 234 53 82

Formulieren

Document PDF Word Excel Info
Folder stage
Stage - aanvraagformulier

De formulieren die in PDF ter beschikking zijn, kunnen gedownload en afgeprint worden om manueel in te vullen.
De formulieren die in Word en Excel beschikbaar zijn, kunnen gedownload worden om elektronisch in te vullen zonder dat het u toegelaten is het document te wijzigen.

Geen van beide versies kan vooralsnog elektronisch verzonden worden maar elk ingevuld document moet afgeprint, in originele versie én ondertekend ter griffie worden neergelegd.

Document PDF Word Excel Info
Verzoekschrift minnelijke schikking
Griffierechten
Verzoek conclusietermijnen
Informatie over huurgeschillen
Toelichting bij de nieuwe wet op krakers
Verzoekschrift gedwongen opname geestesziekte
Volmacht

De formulieren die in PDF ter beschikking zijn, kunnen gedownload en afgeprint worden om manueel in te vullen.
De formulieren die in Word en Excel beschikbaar zijn, kunnen gedownload worden om elektronisch in te vullen zonder dat het u toegelaten is het document te wijzigen.

Geen van beide versies kan vooralsnog elektronisch verzonden worden maar elk ingevuld document moet afgeprint, in originele versie én ondertekend ter griffie worden neergelegd.

Document PDF Word Excel Info
Verzoekschrift aanstelling bewindvoerder
Geneeskundige verklaring
Beginverslag bewindvoering vertegenwoordiging goederen
Beginverslag bewindvoering vertegenwoordiging persoon
Beginverslag bewindvoering bijstand
Beginverslag bewindvoering ouders
Periodiek verslag bewindvoering vertegenwoordiging goederen en persoon
Periodiek verslag bewindvoering vertegenwoordiging goederen
Periodiek verslag bewindvoering vertegenwoordiging persoon
Periodiek verslag bewindvoering bijstand goederen en persoon
Periodiek verslag bewindvoering bijstand goederen
Periodiek verslag bewindvoering bijstand persoon
Periodiek verslag bewindvoering: ouders - bewindvoerders
Bewindvoering - overzicht inkomsten en uitgaven
Verzoekschrift bewindvoering algemene machtiging
Tarificatie richtlijn voor professionele bewindvoerders
Verklarende nota bewindvoering
Wet bewindvoering
Brochure FOD Justitie onbekwaamheidsstatuur (tot 1 maart 2019)

De formulieren die in PDF ter beschikking zijn, kunnen gedownload en afgeprint worden om manueel in te vullen.
De formulieren die in Word en Excel beschikbaar zijn, kunnen gedownload worden om elektronisch in te vullen zonder dat het u toegelaten is het document te wijzigen.

Geen van beide versies kan vooralsnog elektronisch verzonden worden maar elk ingevuld document moet afgeprint, in originele versie én ondertekend ter griffie worden neergelegd.

Document PDF Word Excel Info
Verzoekschrift algemene machtiging
Verzoekschrift zuivere aanvaarding nalatenschap
Verzoekschrift aanvaarden van een nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving
Verzoekschrift verwerping nalatenschap
Voogdij - beginverslag
Voogdij - overzicht van inkomsten en uitgaven
Voogdij - jaarverslag/eindverslag

Nieuws

Het nieuwe boek "De vrederechter, tot uw dienst" werd voorgesteld aan de pers.

MEDEDELING

In het boek is er sprake (zie pagina 85)  van een algemene bevoegdheid van de vrederechter voor geschillen tot 5000 €.

Dit werd in het Parlement goedgekeurd en deze bevoegdheidsbepaling gaat in voege op 1 september 2018.

FEDERALE OVERHEIDSDIENST JUSTITIE

18 OKTOBER 2017. - Wet betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed

FILIP, Koning der Belgen,
Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.
De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :
HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.
HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Strafwetboek
Art. 2. In artikel 439 van het Strafwetboek, gewijzigd bij de wet van 26 juni 2000, worden de woorden "in de aanhorigheden ervan binnendringt, hetzij met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels." vervangen door de woorden "in de aanhorigheden ervan hetzij binnendringt met behulp van bedreiging of geweld tegen personen, of door middel van braak, inklimming of valse sleutels, hetzij dit goed bezet, hetzij erin verblijft zonder toestemming van de bewoners.".
Art. 3. In boek II, titel VIII, hoofdstuk IV, van hetzelfde Wetboek wordt een artikel 442/1 ingevoegd, luidende :
"Art. 442/1. § 1. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een maand en met geldboete van zesentwintig euro tot honderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die, zonder een bevel van de overheid hetzij zonder toestemming van een houder van een titel die of een recht dat toegang verschaft tot de betrokken plaats of gebruik van of verblijf in het betrokken goed toestaat en buiten de gevallen waarin de wet het toelaat, op eender welke manier andermans niet bewoonde huis, appartement, kamer of verblijf, of de aanhorigheden ervan of enige andere niet bewoonde ruimte of andermans roerend goed dat al dan niet als verblijf kan dienen, hetzij binnendringt, hetzij bezet, hetzij erin verblijft zonder zelf houder te zijn van voormelde titel of recht.
§ 2. Met gevangenisstraf van acht dagen tot een jaar en met geldboete van zesentwintig euro tot tweehonderd euro of met een van die straffen alleen wordt gestraft hij die binnen de vastgestelde termijn geen gevolg geeft aan het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12, § 1, van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed of aan de uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies van Gerechtelijk Wetboek.
§ 3. Het in paragraaf 1 bedoelde misdrijf kan alleen worden vervolgd op klacht van een persoon die houder is van een titel of een recht op het betrokken goed.".
HOOFDSTUK 3. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek
Art. 4. In artikel 594 van het Gerechtelijk Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 25 december 2016, wordt de bepaling onder 22°, opgeheven bij de wet van 30 juli 2013, hersteld in de volgende lezing :
"22° over de verzoeken die bij hem worden ingediend krachtens de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed.".
Art. 5. Artikel 627 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, dat gewijzigd is bij de wet van 8 mei 2014, wordt aangevuld met de bepaling onder 19°, luidende :
"19° de vrederechter van het kanton waar het goed waarvoor het bevel tot ontruiming bedoeld in artikel 12 van de wet van 18 oktober 2017 betreffende het onrechtmatig binnendringen in, bezetten van of verblijven in andermans goed geldt, gelegen is.".
Art. 6. In het vierde deel, boek IV, van hetzelfde Wetboek wordt een hoofdstuk XVter ingevoegd, luidende "Rechtspleging inzake uithuiszetting uit plaatsen betrokken zonder recht of titel".
Art. 7. In hoofdstuk XVter, ingevoegd bij artikel 6, wordt een artikel 1344octies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344octies. Iedere houder van een recht of titel op het betrokken goed kan bij verzoekschrift op tegenspraak of, in geval van volstrekte noodzakelijkheid, bij eenzijdig verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het vredegerecht, een vordering inleiden tot uithuiszetting uit plaatsen die zonder recht of titel worden betrokken.
Het verzoekschrift vermeldt, op straffe van nietigheid :
1. de dag, de maand en het jaar;
2. de naam, de voornaam, het beroep en de woonplaats van de verzoeker;
3. behalve ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, de naam, de voornaam en de woonplaats, of bij gebreke van een woonplaats, de verblijfplaats van de persoon tegen wie de vordering is ingesteld;
4. het onderwerp en de korte samenvatting van de middelen van de vordering;
5. de handtekening van de verzoeker of van zijn advocaat, of, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, de handtekening van de advocaat.
Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak wordt een getuigschrift van de woonplaats van de persoon bedoeld in het tweede lid, onder de bepaling onder 3 bij het verzoekschrift gevoegd. Het getuigschrift wordt afgegeven door het gemeentebestuur.
Ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak worden de partijen of, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij eenzijdig verzoekschrift, wordt de eisende partij door de griffier bij gerechtsbrief opgeroepen om binnen acht, respectievelijk twee dagen na de inschrijving van het verzoekschrift op de algemene rol te verschijnen op de zitting die de rechter bepaalt, onverminderd zijn mogelijkheid om deze termijnen op verzoek van een advocaat of gerechtsdeurwaarder in te korten. Bij de oproeping wordt, ingeval het verzoek wordt ingeleid bij verzoekschrift op tegenspraak, een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.
Wanneer de partijen verschijnen, probeert de rechter hen te verzoenen.
De vrederechter kan op de inleidingszitting de zaak aanhouden of ze verwijzen opdat er op een nabije datum zou worden over gepleit, waarbij hij de duur van de debatten bepaalt. Het vonnis vermeldt dat de partijen niet tot verzoening kwamen.
In afwijking van artikel 747 worden op de inleidingszitting, ingeval het verzoek bij verzoekschrift op tegenspraak wordt ingeleid inzake een vordering tot uithuiszetting, conclusietermijnen ambtshalve en op nabije datum vastgesteld door de vrederechter. De partijen doen hun opmerkingen uiterlijk op de inleidingszitting gelden.".
Art. 8. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344novies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344novies. § 1. Dit artikel is van toepassing op elke vordering ingeleid bij verzoekschrift, bij dagvaarding of bij gezamenlijk verzoekschrift waarbij de uithuiszetting wordt gevorderd van een natuurlijke persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 2. Wanneer de vordering bij verzoekschrift of bij gezamenlijk verzoekschrift wordt ingeleid, zendt de griffier, behoudens verzet van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald in paragraaf 4, na een termijn van vier dagen na de inschrijving op de algemene rol van de vordering tot uithuiszetting, via enige vorm van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een afschrift van het verzoekschrift naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, van de verblijfplaats van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 3. Wanneer de vordering aanhangig wordt gemaakt bij dagvaarding, zendt de gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt zoals bepaald in paragraaf 4, na een termijn van vier dagen na de betekening van het exploot, via enige vorm van telecommunicatie, te bevestigen bij gewone brief, een afschrift van de dagvaarding naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de woonplaats of, bij gebreke van een woonplaats, van de verblijfplaats van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt.
§ 4. De persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt kan in het proces-verbaal van vrijwillige verschijning of bij de griffie binnen een termijn van twee dagen na de oproeping bij gerechtsbrief, of bij de gerechtsdeurwaarder binnen een termijn van twee dagen na de betekening, zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van het afschrift van de inleidende akte.
Het verzoekschrift op tegenspraak of de dagvaarding vermeldt de tekst van het eerste lid.
§ 5. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp te bieden.".
Art. 9. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344decies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344decies. In geval van uithuiszetting bedoeld in artikel 1344novies, § 1, bepaalt de rechter dat de tenuitvoerlegging van de uithuiszetting plaatsgrijpt vanaf de achtste dag volgend op de betekening van het vonnis, tenzij de rechter bij een met redenen omklede beslissing bepaalt dat, wegens uitzonderlijke, ernstige omstandigheden, onder meer de mogelijkheden van de persoon die zonder recht of titel een plaats betrekt om opnieuw gehuisvest te worden in dusdanige omstandigheden dat geen afbreuk wordt gedaan aan de eenheid, de financiële middelen en de behoeften van het gezin en dit in het bijzonder gedurende de winterperiode, een langere termijn verantwoord blijkt. In dit geval stelt de rechter, rekening houdend met de belangen van de partijen en onder de voorwaarden die hij bepaalt, de termijn vast gedurende welke de uithuiszetting niet kan worden uitgevoerd. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan zes maanden bedragen. Ingeval de vordering is ingesteld bij eenzijdig verzoekschrift kan er betekend worden bij middel van aanplakking aan de gevel van het pand dat zonder recht of titel werd bezet.
De gerechtsdeurwaarder brengt de persoon die zonder recht of titel de plaats betrekt in ieder geval ten minste vijf werkdagen van tevoren op de hoogte van de werkelijke datum van de uithuiszetting.".
Art. 10. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344undecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344undecies. Bij de betekening van een vonnis tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, deelt de gerechtsdeurwaarder aan de persoon mee dat de goederen die werden binnengebracht door de persoon die de plaats betrekt zonder recht of titel, die zich na verloop van de wettelijke of van de door de rechter bepaalde termijn nog in de woning zouden bevinden, op zijn kosten op de openbare weg zullen worden gezet en, wanneer zij de openbare weg belemmeren en de eigenaar van de goederen of zijn rechtverkrijgenden die daar achterlaat, door het gemeentebestuur eveneens op zijn kosten zullen worden weggehaald en gedurende een termijn van zes maanden zullen worden bewaard tenzij het gaat om goederen die aan snel bederf onderhevig zijn of schadelijk zijn voor de openbare hygiëne, gezondheid of veiligheid. De gerechtsdeurwaarder bevestigt deze mededeling in het exploot van betekening.".
Art. 11. In hetzelfde hoofdstuk XVter wordt een artikel 1344duodecies ingevoegd, luidende :
"Art. 1344duodecies. § 1. Bij de betekening van elk vonnis tot uithuiszetting bedoeld in artikel 1344decies, zendt de gerechtsdeurwaarder, behoudens verzet overeenkomstig paragraaf 2, na een termijn van vier dagen na de betekening van het vonnis, bij gewone brief, een afschrift van het vonnis naar het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van de plaats waar het goed gelegen is.
§ 2. De persoon wiens uithuiszetting is bevolen kan, binnen een termijn van twee dagen vanaf de betekening van het vonnis, bij de gerechtsdeurwaarder zijn verzet kenbaar maken tegen de mededeling van het vonnis aan het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
§ 3. Het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn biedt, op de meest aangewezen wijze, aan om, binnen zijn wettelijke opdracht, hulp te bieden.".
HOOFDSTUK 4. - Autonome bepalingen
Art. 12. § 1. In de gevallen bedoeld in artikel 442/1, § 1, van het Strafwetboek kan de procureur des Konings, mits hij zijn beslissing ter zake met redenen omkleedt en met eerbiediging van het vermoeden van onschuld, op verzoek van de houder van een recht of titel op het betrokken goed de ontruiming bevelen binnen een termijn van acht dagen vanaf het ogenblik van de kennisgeving van het bevel tot ontruiming bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, aan de in het goed aangetroffen personen. De procureur des Konings geeft zijn bevel na hen te hebben gehoord tenzij het verhoor niet kan worden afgenomen wegens de concrete omstandigheden van de zaak.
De procureur des Konings kan het bevel uitsluitend geven wanneer, gelet op de beschikbare gegevens, het in het eerste lid bedoelde verzoek op het eerste zicht kennelijk gegrond lijkt.
Hij vermeldt in zijn bevel de omstandigheden, eigen aan het verzoek, die de maatregel tot ontruiming rechtvaardigen.
Een proces-verbaal van kennisgeving, bestaand uit een afschrift van het bevel en de datum en het uur van de kennisgeving, wordt opgesteld en in het dossier gevoegd.
§ 2. Het bevel van de procureur des Konings wordt op schrift gesteld en bevat inzonderheid :
1° een omschrijving van de plaats waarop de maatregel betrekking heeft en de vermelding van het adres van het goed dat het voorwerp van het bevel uitmaakt;
2° de feiten en omstandigheden die aanleiding gegeven hebben tot het bevel;
3° de naam, voornamen en woonplaats van de verzoeker met aanduiding van het recht of de titel op het betrokken goed waarop hij zich beroept;
4° de termijn bedoeld in paragraaf 1, eerste lid;
5° de sancties die de niet-naleving van dit bevel tot ontruiming tot gevolg kunnen hebben, inzonderheid deze bedoeld in artikel 442/1, § 2, van het Strafwetboek;
6° de beroepsmogelijkheid en de termijn waarin die uitgeoefend moeten worden.
Dit bevel wordt op een zichtbare plaats aangeplakt aan het betrokken goed. Een afschrift van het bevel wordt via het meest geschikte communicatiemiddel meegedeeld aan de korpschef van de lokale politie van de politiezone waarbinnen het goed waarop het bevel betrekking heeft, gelegen is en aan de houder van het recht of de titel op het betrokken goed, alsook aan het bevoegde Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn.
De procureur des Konings staat in voor de tenuitvoerlegging van het bevel tot ontruiming.
§ 3. Elke persoon die van oordeel is dat zijn rechten geschaad worden door het bevel van de procureur des Konings kan beroep instellen tegen het bevel bij een met redenen omkleed verzoekschrift op tegenspraak neergelegd ter griffie van het vredegerecht van het kanton waarin het betrokken goed gelegen is binnen een termijn van acht dagen te rekenen vanaf de kennisgeving van het bevel door zichtbare aanplakking aan het te ontruimen goed, zulks op straffe van verval. Het beroep heeft schorsende werking. Het bevel van de procureur des Konings kan niet ten uitvoer worden gelegd zolang de termijn waarbinnen beroep kan worden ingesteld loopt.
Dit beroep wordt niet geschorst gedurende een strafvordering die geheel of gedeeltelijk op dezelfde feiten is gegrond.
§ 4. Binnen vierentwintig uur na de neerlegging van het verzoekschrift bepaalt de vrederechter de dag en het uur van de zitting waarop de zaak kan worden behandeld. De zitting vindt plaats binnen de tien dagen na de neerlegging van het verzoekschrift. In afwijking van artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek is geen getuigschrift van woonplaats vereist voor de neerlegging van het verzoekschrift.
Bij gerechtsbrief geeft de griffier onverwijld kennis aan de persoon die beroep instelt tegen het bevel alsook aan de houder van het recht of de titel op het goed van de plaats, de dag en het uur van de zitting. Hij deelt eveneens de dag en het uur van de zitting mee aan de procureur des Konings die het bevel tot ontruiming heeft gegeven. Bij de gerechtsbrief wordt een afschrift van het verzoekschrift gevoegd.
De vrederechter doet uitspraak na de aanwezige partijen te hebben opgeroepen, ten einde hen te horen, alsook te hebben geprobeerd hen te verzoenen. Behoudens andersluidende bepalingen verloopt de procedure zoals bepaald in artikel 1344octies van het Gerechtelijk Wetboek.
De vrederechter doet uitspraak over de gegrondheid van de ontruiming en het recht of de titel waarop men zich beroept. In de uitzonderlijke, ernstige omstandigheden onder meer bedoeld in artikel 1344decies, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, kan de vrederechter bij een met redenen omklede beslissing een langere termijn bepalen dan die waarin het bevel van de procureur des Konings voorziet. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een natuurlijke persoon of een privaatrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan één maand bedragen. Wanneer de titel of het recht toebehoort aan een publiekrechtelijke rechtspersoon, mag deze termijn niet meer dan zes maanden bedragen.
De vrederechter spreekt zich binnen een termijn van tien dagen volgend op de zitting uit.
Tegen de beslissing van de vrederechter kan geen hoger beroep worden ingesteld.
Art. 13. Deze wet wordt geëvalueerd en deze evaluatie wordt aan de Kamer van volksvertegenwoordigers voorgelegd vóór het einde van het tweede jaar dat volgt op de bekendmaking van deze wet in het Belgisch Staatsblad.
De Koning bepaalt de nadere evaluatieregels.
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met `s Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 18 oktober 2017.
FILIP
Van Koningswege :
De Minister van Justitie,
K. GEENS
Met 's Lands zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
K. GEENS

Hervorming vredegerechten goedgekeurd

Het kernkabinet keurde recent op voorstel van de Minister van Justitie Koen Geens de hertekening goed van de gerechtelijke kantons, zoals het in het regeerakkoord werd opgenomen. Een betere geografische verdeling van de kantons zorgt tegelijkertijd voor een betere verdeling van de werklast. 

In het justitieplan van Minister Geens werd een hoofdstuk gewijd aan de vredegerechten. Justitie kent immers een zeer hoog aantal gerechtsgebouwen, 187 vredegerechten met 229 zetels, en niet elke site wordt even frequent of efficiënt gebruikt. 

De hertekening van de gerechtelijke kantons werd in eerste fase goedgekeurd op 23 december 2015. De eerste fase die de centralisering naar één zetel voor de kantons met twee of meer zetels betreft, is reeds in uitvoering: een twintigtal gebouwen zijn gesloten en een verdere centralisering volgt doorheen 2017. 

De tweede fase gaat over het organiseren van gemeenschappelijke griffies in, voornamelijk, de stedelijke kantons. Deze interne organisatorische maatregel is in voorbereiding en zal vanaf zeer binnenkort gefaseerd in werking treden. Dit zal als voornaamste verandering voor de burger inhouden dat er één duidelijk loket komt per gebouw, in plaats van aparte loketten per vredegerecht. Dit maakt de dienstverlening voor de mensen duidelijker en toegankelijker aangezien ze niet meer op zoek moeten naar het loket van hun kanton.

Deze derde fase gaat over de hertekening van de kantons op basis van betere geografische verdeling en werklast. Deze omvangrijke oefening hield rekening met alle relevante factoren en werd nu finaal afgerond. (Zie het overzicht onderaan van sluitingen per arrondissement)

Een concrete timing van de sluitingen en herschikkingen wordt zo snel mogelijk opgemaakt.

De sluiting van 34 gebouwen zorgt enerzijds voor een betere inzet van middelen en personeel, en anderzijds een besparing op vlak van huur, onderhoud en facturen van nutsaansluitingen. 

Op de plaatsen waar gebouwen zullen sluiten, bestaat de mogelijkheid om zittingen ‘sous l’arbre’ te houden (bijvoorbeeld in gebouwen van de gemeente). In deze gevallen zal worden onderhandeld met de gemeente of één van hun gebouwen gebruikt kan worden voor periodieke zittingen.

Het globale plan vredegerechten, de eerste en deze derde fase samen, zorgt voor het afstoten van meer dan 60 gebouwen. 

Quote Koen Geens: “De hertekening van de gerechtelijke kantons is een goede zaak om efficiënter om te gaan met de middelen. Door te besparen op de huur van een gebouw kunnen middelen elders worden ingezet. Voor de burger die alsnog een zitting wil laten plaatsvinden in een gemeente waar een gebouw werd gesloten, is er nog steeds te mogelijkheid om – na overleg met de gemeente – de zitting ‘sous l’arbre’ te laten doorgaan.”

Arrondissement

Sluiting

Antwerpen

Hoogstraten

Arendonk

Herentals

Geel (geen sluiting, wel centralisatie te Mol)

Borgerhout

Berchem

Ekeren

Schilde

Leuven

Haacht

Oost-Vlaanderen

Zomergem

Sint-Niklaas (van 2 naar 1 stadskanton)

Ronse

West-Vlaanderen

Diksmuide

Harelbeke

Wervik

Limburg

Maaseik

Borgloon

Brussel

Oudergem

+ centralisatie griffies naar 6 gebouwen

Halle-Vilvoorde

Grimbergen

Sint-Pieters-Leeuw

Kraainem (was nog dubbelkanton)

Waals-Brabant

Tubize

Namur

Florennes-Walcourt

Luik

Hannut (was nog dubbelkanton)

Saint-Nicolas

Hamoir

Sankt-Vith (geen sluiting, wel centralisatie te Eupen)

Henegouwen

Charleroi (van 5 naar 4 stadskantons bij verhuis naar nieuwe annex justitiepaleis)

Enghien / Lens

Fontaine-L'Evêque

Colfontaine (geen sluiting, wel centralisatie te Boussu)

Luxemburg

La Roche / Vielsalm

Saint-Hubert

Petra De Rouck

Wie zal uw vermogen beheren mocht u op een dag daar niet meer toe in staat zijn? Het antwoord op die vraag kunt u zelf bepalen. Met een eenvoudige volmacht vermijdt u dat een rechter iemand aanduidt.

Dementie of alzheimer zijn ouderdomsziektes. Maar ook op jongere leeftijd kan het noodlot toeslaan, met bijvoorbeeld een coma na een ongeval. In een dergelijke situatie bent u niet langer in staat uw vermogen te beheren. Maar dat betekent niet dat u alle touwtjes uit handen moet geven. 'Dankzij een nieuwe wet kunt u vooraf bepalen wie uw belangen op dat moment zal behartigen', zegt Bart Verdickt, advocaat bij Cazimir. De kersverse mogelijkheid wordt al goed benut: 1.653 lastgevingsovereenkomsten werden al geregistreerd in het centraal register. 'Daarnaast zijn er nog lastgevingsovereenkomsten die al werden opgemaakt maar die nog niet werden geregistreerd', zegt Isabelle Van Lint van de federatie van het notariaat.

De nieuwe regeling voor de bescherming van meerderjarige onbekwamen is sinds 1 september 2014 van kracht. De bescherming wordt op twee manieren geregeld: een buitengerechtelijke en een rechterlijke bescherming. 'De buitengerechtelijke bescherming biedt nieuwe mogelijkheden. Met een eenvoudige volmacht kiest u vrij de persoon die in uw naam een aantal door u gekozen handelingen kan doen op het moment dat u zelf niet meer bekwaam bent', zegt Nathalie Labeeuw, advocate bij Cazimir. De tussenkomst van een rechter is dan niet nodig: de volmacht kan worden gebruikt zonder dat de goedkeuring van de rechtbank nodig is.

Vrije keuze

De volmacht kunt u volledig volgens uw eigen wensen en situatie vormgeven. Zowel de persoon aan wie u de volmacht geeft als de handelingen die hij kan stellen, kunt u vrij bepalen. In de praktijk wordt de volmacht doorgaans gegeven aan de partner, een welbepaald kind of alle kinderen samen, of een ander familielid. Wat betreft de handelingen kunt u een uitgebreide waaier toelaten (verkopen van onroerend goed, beheren van effectenportefeuilles,...), maar u kunt uw volmacht ook beperken tot één specifieke rechtshandeling (bijvoorbeeld het schenken van roerende goederen). 'Een volmacht kan enkel betrekking hebben op het vermogen en niet op de persoon', merkt Bart Verdickt op. Voor persoonsgebonden beslissingen is altijd de tussenkomst van een rechter nodig.

Praktisch

De volmacht moet u geven als u nog wilsbekwaam bent. Hoe verloopt dat in de praktijk? In principe kunt u met de lasthebber een document opstellen, maar toch is het raadzaam langs de notaris te passeren. 'Voor bepaalde handelingen is een notariële volmacht vereist. Denk maar aan de verkoop van vastgoed en bepaalde schenkingen', zegt Nathalie Labeeuw. 'Een notariële volmacht wordt bovendien automatisch ingeschreven in het Centraal Register, dat beheerd wordt door de Koninklijke Federatie van het Belgisch Notariaat.' Die registratie gebeurt niet automatisch bij een onderhandse volmacht, maar is wel noodzakelijk voor het gebruik ervan. Zelf registreren kan via de griffie van het vredegerecht.

Een volmacht is niet definitief: u kunt op elk moment uw voorkeur van bewindvoerder wijzigen.

Uitwerking

Wanneer heeft de volmacht uitwerking? In de praktijk wordt er meestal voor gekozen de volmacht uitwerking te geven vanaf de onbekwaamheid van de lastgever. Een arts moet de onbekwaamheid om uw vermogen te beheren vaststellen. Het is ook mogelijk de volmacht onmiddellijk in werking te laten treden, maar dat is eerder uitzonderlijk.

Als de buitengerechtelijke bescherming via de volmacht niet volstaat, kan men onder een rechterlijk beschermingsstatuut worden geplaatst. Dat gebeurt via de toevoeging van een bewindvoerder die in naam en voor rekening van de te beschermen persoon zal optreden, maar altijd onder toezicht van de vrederechter. 'Die zal bij de aanwijzing van de bewindvoerder zo veel mogelijk rekening houden met de eventuele aanduiding die al is gebeurd in de volmacht. Bij het uittekenen van het kader van het rechterlijk beschermingsstatuut, zal de vrederechter ook rekening houden met de richtlijnen in de volmacht', zegt Bart Verdickt.

Voor welke rechtshandelingen kunt u een volmacht geven?

WEL

  • innen van pensioenuitkeringen
  • innen van huurgelden of dividenden uit vennootschappen
  • betalen van belastingen
  • sluiten/hernieuwen/opzeggen van huurcontracten, uitvoeren of laten uitvoeren van reparaties en herstellingen aan verhuurde panden
  • bepalen van het beleggingsprofiel van een effectenportefeuille, verkopen van individuele aandelen van een portefeuille,...
  • doen van overschrijvingen of ondertekenen van cheques
  • betalen van schulden
  • erfenissen of schenkingen aanvaarden
  • aangifte van nalatenschap indienen
  • juridische procedures opstarten of voortzetten
  • verkopen van vastgoed
  • optreden in het kader van een vereffening-verdeling bij nalatenschap of echtscheiding
  • schenkingen doen

NIET

  • medische beslissingen nemen, zoals medische experimenten en wegnemen van organen
  • kiezen van de verblijfplaats
  • geven van een toestemming voor een huwelijk
  • afleggen van een verklaring van wettelijke samenwoning
  • indienen van een verzoek tot echtscheiding
  • afleggen van verklaringen tot het verkrijgen van de Belgische nationaliteit

Copyright © De Tijd

Hoe bescherm je iemand die het zelf niet (meer) kan?

Datum:01 september 2014

Een mensenleven hangt aan elkaar van beslissingen. Sommige volwassenen kunnen die niet (meer) alleen nemen en moeten daarbij worden geholpen. De wetgever voorziet hiervoor vanaf 1 september een nieuwe en enige beschermingsregeling. De klemtoon ligt daarbij op het actief betrekken van de persoon in kwestie.

Vooral het uitgangspunt is veranderd: mensen, ook met een beperking, van welke aard ook, moeten hun leven kunnen blijven leiden. De nieuwe wet vertrekt daarom van hun mogelijkheden: wat kunnen ze nog zelf beslissen, bij welke beslissingen hebben ze hulp nodig, welke beslissingen worden beter in hun plaats genomen?

Op basis van deze vragen kan door middel van een lastgeving of met behulp van een bewindvoerder een beschermingsregeling op maat worden ontworpen, die zo weinig mogelijk ingrijpt in hun leven en hen zoveel mogelijk autonomie geeft. De voorkeur gaat daarbij, meer dan vroeger het geval was, uit naar een regeling zonder tussenkomst van de rechter, ook buitengerechtelijke bescherming genoemd.

De beschermde persoon en zijn familie kunnen dus zelf mee bepalen hoe de beschermingsregeling er zou moeten uitzien. De bewindvoerders en de vrederechters zullen nog meer rekening houden met en vragen naar de mening van de beschermde persoon of zijn vertrouwenspersoon.

Het nieuw beschermingsstatuut is gebaseerd op het oude statuut van het voorlopig bewind. De vier bestaande beschermingsstatuten worden afgeschaft en in het nieuwe statuut opgenomen. Ook de buitengerechtelijke bescherming krijgt een wettelijk kader.

Volledig artikel kan u hier vinden!

Gedaan met zoeken naar juiste rechtbank bij familiale geschillen

29 augustus 2014 18:02

PETRA DE ROUCK

Een familiaal geschil zoals een echtscheiding, verblijfsregeling voor de kinderen, alimentatie of ruzie tussen erfgenamen? Vanaf 1 september moet u niet langer uw weg zien te vinden tussen verschillende rechtbanken. De nieuwe familierechtbank behandelt vrijwel alle familiale kwesties.

Na een huwelijk van 16 jaar loopt het huwelijk van Joris en Stefanie op de klippen. De verstandhouding is volledig zoek, waardoor ze niet samen tot een akkoord kunnen komen. Ook al is het voor hen één probleem, toch moesten ze tot nu toe terecht bij verschillende rechtbanken. De kortgedingrechter beslist over de voorlopige maatregelen zoals de verblijfsregeling van de kinderen, de rechtbank van eerste aanleg regelt de echtscheiding en houdt toezicht op de vereffening en verdeling. Raken ze het na de echtscheiding niet eens over de verblijfsregeling van de kinderen, dan moet de jeugdrechter tussenbeide komen. Voor een geschil louter over alimentatie is dan weer de vrederechter bevoegd.

Vanaf 1 september moet er een einde komen aan die versnippering. De familierechtbanken zullen voortaan bijna alle familiale geschillen behandelen. Dat maakt dat één dossier gekoppeld wordt aan één rechtbank. De jeugdrechtbank zal enkel nog kennis nemen van jeugdbeschermingsdossiers. ‘Die centralisatie moet leiden tot een geharmoniseerde procedure, lagere kosten en coherentere beslissingen’, zegt Febian Aps, advocaat gespecialiseerd in familierecht bij maxius. Slechts een beperkt aantal familiaalrechtelijke aangelegenheden - voornamelijk de bescherming van geesteszieken en meerderjarige onbekwame personen - blijven behoren tot de bevoegdheid van de vrederechter.

Elk gerechtelijk arrondissement krijgt een familierechtbank. Er zijn er dus twaalf verspreid over het hele land. De familierechtbank maakt deel uit van de rechtbank van eerste aanleg. Wat gebeurt er met dossiers die al in behandeling zijn? Voor zaken die op 1 september al hangende zijn bij een bepaalde rechtbank wijzigt er niets. Uw dossier wordt verder behandeld door de bevoegde rechtbank.

Wat moet u weten over de nieuwe familierechtbanken?

  1. Ruime waaier familiale kwesties De familierechtbank wordt bevoegd voor een hele waaier aan familiale geschillen. Een greep uit de familiekwesties waarover de familierechtbanken zullen buigen:
    • Echtscheiding.
    • Afstammingsgeschillen en adoptie.
    • Ouderlijk gezag over en verblijfsregeling van minderjarige kinderen.
    • Onderhoudsverplichtingen, met uitzondering onderhoudsvorderingen die verband houden met een leefloon.
    • Erfopvolging, schenkingen en testamenten.
    • Huwelijksvermogensrecht.
    • Vereffening en verdeling.
    • Internationale kindontvoeringen.
    • Voorlopige maatregelen na een relatiebreuk.
  2. Snelle procedure mogelijk Om tegemoet te komen aan te lange wachttijden, wordt een aantal geschillen als hoogdringend beschouwd. Ze zullen in principe op korte termijn behandeld worden via een kortgedingprocedure. Er is een vermoeden van hoogdringendheid voor vorderingen met betrekking tot een afzonderlijke verblijfsplaats; regeling van ouderlijk gezag, verblijfsregeling en het recht op persoonlijk contact; onderhoudsverplichtingen; internationale kinderontvoeringen en voorlopige maatregelen. Overige vorderingen kunnen ook via het familiaal kort geding worden behandeld als de hoogdringendheid wordt bewezen.
  3. Eén familiedossier Nieuw is dat de familierechtbank werkt met een familiedossier. Elke familie krijgt één dossier met daarin de ‘gerechtelijke geschiedenis’. Daardoor heeft de rechter een globaal beeld van de familiale situatie en van de evolutie daarvan. In het familiedossier komen alle geschillen die ontstaan tussen alle partners met gemeenschappelijke minderjarige kinderen, tussen (ex-)gehuwden en (ex-)wettelijke samenwonenden, inzake kinderen van wie de afstamming tegenover één ouder is vastgesteld en inzake grootoudercontact. Voor de feitelijke samenwoners zonder gemeenschappelijke kinderen wordt geen familiedossier opgesteld. ‘Het lot van feitelijke samenwoners is in het algemeen minder duidelijk in de wet geregeld’, zegt Febian Aps.
  4. Minnelijke schikking aangemoedigd Bij de nieuwe familierechtbank gaat veel aandacht naar een minnelijke schikking. Er wordt getracht de partijen tot een onderling akkoord te brengen. Daartoe moeten in elke familierechtbank een of meerdere kamers voor minnelijke schikking worden opgericht. ‘Alles wat gezegd wordt in de kamer voor minnelijke schikking is vertrouwelijk’, zegt Aps. Voor het starten van de procedure zullen de partijen expliciet ingelicht worden over de mogelijkheid van bemiddeling of een minnelijke schikking door de griffier en tijdens de procedure door de rechter. Maar er bestaat geen verplichting daar een beroep op te doen.
  5. Kinderen krijgen inspraak Ook de procedure voor het horen van de minderjarige in geschillen die hem aanbelangen werd gewijzigd. ‘Als algemene regel kan worden gesteld dat iedere minderjarige het recht heeft te worden gehoord, maar ook om dat te weigeren’, zegt Febian Aps. Zo krijgt elke minderjarige die twaalf jaar is of ouder en belang heeft in de zaak een brief. Daarin legt de familierechter uit hoe het kind zich kan uitspreken over de kwestie en hoe de rechter rekening houdt met zijn of haar mening. Ook jongere kinderen hebben het recht gehoord te worden.

Brond: Tijd

Advocaten mogen niet meer als rechter bijklussen

Lars Bove

De Hoge Raad voor de Justitie wil dat advocaten niet langer als 'plaatsvervangend rechter' optreden. De tijd is rijp om het systeem te herzien, luidt het in een memorandum aan de regering.

Volgens de jongste cijfers zijn in ons land zo'n driehonderd advocaten ook als 'plaatsvervangend rechter' aan de slag. Ze mogen zowel pleiten als 'rechter spelen', zowel in de rechtbanken van eerste aanleg, de vredegerechten, de politie-, handels- en arbeidsrechtbanken als bij de hoven van beroep. Al sinds de jaren 70 kunnen rechtbankvoorzitters in noodgevallen een advocaat opvorderen om even als rechter op te treden en een zitting te laten doorgaan. Maar intussen zijn er al enkele honderden advocaten die systematisch plaats mogen nemen op de stoel van de rechter.

In zijn memorandum aan de volgende federale regering vraagt de Hoge Raad voor de Justitie, die onder andere de rechters selecteert en klachten van burgers behandelt, om het systeem van de plaatsvervangende rechters te herzien. Zeker nu de grote hervorming van justitie, die op 1 april is doorgevoerd, bepaalt dat rechters veel flexibeler kunnen worden ingezet om tekorten in andere arrondissementen op te vullen.

'Het systeem doet fundamentele vragen rijzen', schrijft de Hoge Raad onomwonden. 'Onder andere over de motivatie van de plaatsvervangende rechters, ze moeten niet eens slagen voor een examen, en het gevoel van verwarring van de rollen, ja zelfs de schijn van partijdigheid, die het bij de rechtszoekende teweegbrengt.'

De Orde van Vlaamse Balies, die de advocaten in Vlaanderen vertegenwoordigt, schaart zich achter de oproep van de Hoge Raad voor de Justitie. Advocaat Edward Janssens van de Orde van Vlaamse Balies: 'Natuurlijk is dit systeem interessant voor de staatskas: de vergoedingen zijn lager dan voor een beroepsrechter. Maar in Nederland is men veel kritischer voor zo'n dubbele rol voor advocaten. Zo zien we dat advocaten die gespecialiseerd zijn in een materie via hun vonnissen als rechter hun juridische visie proberen door te drukken. En er is ook belangenvermenging. 'Not only must justice be done; it must also be seen to be done.' Als Orde van Vlaamse Balies zijn we niet tegen het incidenteel inschakelen van advocaten als een rechter plots ziek valt of een ongeval heeft. Maar de manier waarop het vandaag gebeurt, met advocaten die structureel optreden als rechter, is geen goede zaak. Als Orde hebben we even overwogen advocaten te verbieden nog langer op te treden als rechter, maar het is aan de wetgever om het systeem aan te passen.'

Een advocaat die al jaren plaatsvervangend rechter is, wil anoniem ingaan tegen het standpunt van zijn eigen Orde. 'Het is verrijkend. Als advocaat verdedigen we onze cliënt, maar als rechter leren we objectief een standpunt in te nemen op basis van de wet. In de Angelsaksische wereld eindigen de beste advocaten hun carrière als magistraat. Ik zou het systeem zelfs nog uitbreiden. Gebruik ons niet als 'vijfde wiel' in de rechtbanken, maar gebruik de advocaten echt als een frisse wind in onze rechtbanken.'

De Hoge Raad voor de Justitie wil - als het systeem toch blijft bestaan - een verplichte (permanente) opleiding voor de plaatsvervangende rechters, een evaluatiesysteem en een korter mandaat. 

De Tijd, 05/08/2014

Laat ook op het einde van uw huurcontract een plaatsbeschrijving maken

Vastgoedvraag

Stéphane Renard

De plaatsbeschrijving bij vertrek laat de verhuurder toe eventuele huurschade vast te stellen en te becijferen. Wij geven u alvast enkele tips voor mocht er iets mislopen.

De plaatsbeschrijving die tussen een eigenaar en een nieuwe huurder wordt opgesteld, moet aan bepaalde regels voldoen. Indien ondanks de wettelijke verplichting geen plaatsbeschrijving werd opgemaakt, is dat nefast voor de verhuurder. Want bij gebrek aan een plaatsbeschrijving 'wordt vermoed dat de huurder het gehuurde goed ontvangen heeft in dezelfde staat als waarin het zich bevindt op het einde van de huurovereenkomst'. De verhuurder moet dan via andere (rechts)middelen kunnen aantonen dat hij huurschade geleden heeft. En dat is geen sinecure.

Bestaat er wel een gedetailleerde plaatsbeschrijving bij aankomst en vertrek, dan is het mogelijk een 'voor en na'- vergelijking te maken. De huurder wordt verondersteld 'het goed terug te geven zoals hij het ontvangen heeft'. Maar normale huurslijtage en schade door ouderdom - bijvoorbeeld geel worden van schilderwerk - worden nooit als huurschade beschouwd. Hetzelfde geldt bij overmacht. Die kan nooit ten laste van de huurder worden gelegd.

Hoe gaat u tewerk?

De plaatsbeschrijving bij vertrek gebeurt meestal voor het pand wordt teruggegeven en voor de sleutels worden overhandigd. Bénédicte Delcourt, directeur bij het Nationaal Syndicaat voor Eigenaars en Mede-eigenaars (NEMS) preciseert: 'De huurder heeft het recht het pand tot op de laatste dag te bewonen. Maar een plaatsbeschrijving bij vertrek kan uiteraard alleen maar gebeuren wanneer de huurder al zijn spullen heeft weggehaald. Het is ook aan te bevelen een meteropname te doen op de laatste dag van de huur, alsook het aantal sleutels te noteren dat door de huurder wordt teruggegeven.' De huurder en de verhuurder kunnen zich elk door hun eigen expert of door een gemeenschappelijke expert laten vertegenwoordigen.

Meestal komen beide partijen tot een akkoord over het eventuele schadebedrag. 'Het bedrag van de overeengekomen geschatte huurschade kan ofwel van de huurwaarborg worden afgetrokken (die wordt vrijgegeven, deels ten gunste van de verhuurder, deels ten gunste van de huurder), ofwel door de huurder aan de verhuurder betaald worden, waarna de verhuurder de totale huurwaarborg vrijgeeft, voor zover alle andere kosten vereffend zijn', zegt Bénédicte Delcourt.

Komen beide partijen niet tot een akkoord over het schadebedrag, dan doen ze er goed aan schriftelijk hun akkoord te bevestigen over de schadelijst. 'Ze vermelden daarop ook best de punten en schadebedragen waar onenigheid over bestaat', vervolgt de directeur van het NEMS. Zo kan de eigenaar tenminste zijn goed recupereren, zodat hij het kan renoveren of verhuren aan een andere huurder. 'En hij kan later nog altijd een juridische procedure starten om het definitieve schadebedrag te laten bepalen.'

Geen plaatsbeschrijving

Bij gebrek aan een akkoord over de plaatsbeschrijving bij vertrek moet u zich tot de vrederechter richten. Die stelt dan een gerechtelijk expert aan. Het NEMS geeft een overzicht van de drie meest voorkomende situaties en geeft daarbij volgende tips.

In een eerste situatie is de huurder aanwezig tijdens de plaatsbeschrijving bij vertrek, maar gaat hij niet akkoord. In dat geval kan de verhuurder de sleutels in ontvangst nemen, maar moet hij onmiddellijk een aangetekende brief naar de huurder sturen. Daarin bevestigt hij enerzijds dat hij de sleutels onder alle voorbehoud in ontvangst neemt, en formuleert hij anderzijds zijn bezwaren met betrekking tot de schade. Hij daagt de huurder voor de vrederechter, die op zijn beurt een expert aanstelt.

In een tweede situatie verkiest de huurder niet aanwezig te zijn en laat hij de sleutels achter in het pand of stuurt ze naar de verhuurder. In dat geval behoudt de verhuurder de sleutels, maar stuurt hij onmiddellijk een brief naar de huurder waarin hij voorbehoud maakt rond de vastgestelde schade. Hij stelt ook een nieuwe datum voor. Gaat de huurder daar weer niet op in, dan moet de verhuurder zich zo snel mogelijk tot de vrederechter richten.

In een derde situatie verdwijnt de huurder zonder de sleutels terug te geven. In dat geval kan de verhuurder bij de politie klacht neerleggen tegen zijn huurder wegens misbruik van vertrouwen. Het pv wordt naar het gerecht gestuurd om de zoektocht naar de huurder op te starten. 'Een procedure met een wel zeer onzeker gevolg', waarschuwt het NEMS. De verhuurder heeft er wel alle belang bij zich tot de vrederechter te richten. Die kan het einde van de huur inroepen (of de huurovereenkomst verbreken ten nadele van de huurder), een expert aanwijzen om de schade te schatten en de huurder veroordelen tot betaling van een schadevergoeding wegens onbeschikbaarheid van het pand. Die procedure lijkt misschien overbodig, maar is wel onontbeerlijk. Want wanneer een nieuwe huurder het pand betrekt zonder dat een tegensprekelijk verslag (of een verslag door een gerechtelijk expert) werd opgemaakt, kan de verhuurder achteraf geen schadevergoeding meer eisen van de huurder die in gebreke blijft, mocht die uiteindelijk toch gevonden worden. Het is dan niet onmogelijk om bij hem de schade te claimen omdat er al een nieuwe bewoner is.

Brond: De Tijd

DE REGIONALISERING VAN DE HUURWETGEVING INGEVOLGE DE ZESDE STAATSHERVORMING

Het was gisteren een historische dag voor justitie. Voor het eerst  mochten rechter en aanklagers mee beslissen over zaken als investeringen, ICT, personeel en gebouwen.

DECEMBER 2013. — Wet tot hervorming van de gerechtelijke arrondissementen en tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op een grotere mobiliteit van de leden van de rechterlijke orde