Materiële bevoegdheid

De vrederechter is de erfgenaam van een lange traditie waarbij de beoordeling van kleine civiele of penale geschillen toevertrouwd werd aan personen die dichtbij de rechtzoekende stonden. Zij zorgden ervoor dat plaatselijke geschillen billijk en met gezond verstand werden opgelost.

Hierna worden een paar bevoegdheden opgesomd en besproken, met dien verstande dat de lijst niet volledig is en de uitzonderingen niet worden besproken. Voor een volledige lijst van de bevoegdheden van de vrederechter kan verwezen worden naar de art. 590 en volgende van het gerechtelijk wetboek (Ger.W.).

1. Algemene bevoegdheid

De vrederechter heeft de algemene bevoegdheid om kennis te nemen van alle vorderingen waarvan het bedrag € 5.000,00 niet overschrijdt (art. 590 Ger.W.). 
Op deze regel bestaan een aantal belangrijke uitzonderingen: zo is de vrederechter niet meer bevoegd voor handelsgeschillen tussen ondernemingen die ongeacht het bedrag voor de ondernemingsrechtbank worden gebracht. Evenmin neemt de vrederechter kennis van o.a. geschillen met betrekking tot faillissementen, arbeidsovereenkomsten, vorderingen ter vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval en van vorderingen tot echtscheiding.

2. Bijzondere bevoegdheid

De bijzondere bevoegdheid van de vrederechter is zeer uitgebreid. In een hele reeks van conflicten is de vrederechter bevoegd ongeacht het bedrag van de vordering. Hierbij een overzicht van de meeste voorkomende bijzondere bevoegdheden: 

  • Geschillen betreffende verhuring van onroerende goederen en samenhangende vorderingen die ontstaan uit de verhuring van een handelszaak. De vrederechter is bevoegd voor alle geschillen inzake huur van onroerende goederen, d.i. gewone huur, woninghuur, handelshuur en landpacht (Ger.W. 591, 1°), en dit ongeacht het bedrag. Ook geschillen met betrekking tot een vergoeding voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, behoren tot de bevoegdheid van de vrederechter.
  • Geschillen inzake gebruik, genot, onderhoud, behoud of beheer van een gemeenschappelijk goed in geval van mede-eigendom.
    Ook geschillen inzake het appartementsrecht vallen hieronder (Ger.W. 591, 2°)
  • Geschillen met betrekking tot erfdienstbaarheden en verplichtingen die de wet oplegt aan eigenaars van aan elkaar grenzende erven (Ger.W. 591, 3°). 
  • Geschillen betreffende rechten van overgang (Ger.W. 591, 4°)
  • Bezitsvorderingen (Ger.W. 591, 5°).
  • Geschillen in verband met ruilverkavelingen van landeigendommen (Ger.W. 591,11°). 
  • Geschillen wegens schade, door mensen of dieren veroorzaakt aan velden, vruchten of veldvruchten (art. 591, 13°).
  • Betwistingen inzake kredietovereenkomsten die onder toepassing vallen van de Wet op het Consumentenkrediet (art. 591, 21° Ger.W.).
  • Geschillen voor invordering van schulden voor nutsvoorzieningen ten overstaan van personen die geen onderneming zijn. Dit zijn de invorderingen van een geldsom die wordt gevorderd door een leverancier van elektriciteit, gas, warmte of water of door een persoon die een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een omroeptransmissie- of omroepdienst aanbiedt (art. 591, 25° Ger.W.).
  • Geschillen als bedoeld in de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en lijkbezorging (art. 591, 7° Ger.W.).
  • Verzoek tot de aanwijzing van een bewindvoerder voor een meerderjarige persoon die wegens de gezondheidstoestand niet meer bekwaam is om de organisatie van persoonlijke of zakelijke belangen waar te nemen. 
    Een beschermingsmaatregel kan betrekking hebben op bijstand of vertegenwoordiging bij het beheer van de goederen en/of persoon van de onbekwame. (art. 488/1 B.W.).
    Een beschermingsmaatregel over de goederen kan ook worden bevolen voor meerderjarige personen die zich in staat van verkwisting bevinden (art. 488/2 B.W.).
    Het dossier wordt nadien verder opgevolgd door de vrederechter die de handelingen van de bewindvoerder moet controleren en voor bepaalde handelingen, de bewindvoerder moet machtigen om deze te stellen.
  • Verzoek tot bescherming van de persoon van de geesteszieke (art. 594, 15° Ger.W.). Het betreft de gedwongen opname van een geesteszieke in een gesloten instelling, alsook de regeling van hun verblijf.

3. Andere, soms uitsluitende, bevoegdheden

De vrederechter heeft een bevoegdheid inzake:

  • Summiere rechtspleging om betaling te bevelen zolang het bedrag van de vordering € 1.860,00 niet te boven gaat (art. 1338, derde lid Ger.W).
  • Rechtspleging ingeval van dringende noodzakelijkheid inzake onteigeningen ten algemeen nutte (art. 595 Ger.W.).
  • Verzegelingen (art. 597 Ger.W.). Het betreft o.a. het leggen van zegels om een vermogensbelang te beschermen.
  • Vorderingen tot aanwijzing van een deskundige of scheidsrechter wanneer het voorwerp van het deskundigenonderzoek tot de materiële bevoegdheid van de vrederechter behoort (art. 594, 1° Ger.W.).

4. Bevoegdheid van toezicht en maatregelen van gerechtelijk bestuur

  • De vrederechter levert akten van bekendheid af ter vervanging van een geboorteakte voor een huwelijk of voor het verwerven van de Belgische nationaliteit (art. 600 Ger.W.).
  • De vrederechter is ook bevoegd inzake ouderlijk gezag en voogdij over minderjarigen. Het betreft hier de organisatie van de voogdij alsook het toezicht erop (art. 596 Ger.W.). De vrederechter houdt eveneens toezicht op bepaalde handelingen inzake goederenbeheer die ouders voor hun kinderen stellen. De wet bepaalt voor welke handelingen de toestemming van de vrederechter nodig is (art. 378 en 410 B.W.).
  • De vrederechter kan aanwezig zijn bij bepaalde openbare verkopingen (art. 598, 2° Ger.W.) en verdelingen (art 598, 1° Ger.W.) waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen en onbekwaam verklaarden of openbare verkopingen ingevolge faillissement.
  • De vrederechter is bevoegd inzake de beëdiging van personen waarvan de wet vereist dat zij voor de uitoefening van hun functie, de eed afleggen, o.a. dijk- en sluiswachters, ijkmeesters en (particuliere) veldwachters (art. 601 Ger.W.).

Woord van de Voorzitter

De gerechtelijke hervorming van april 2014 gaf een nieuwe structuur aan de vredegerechten en politierechtbank in Oost-Vlaanderen.

In Oost-Vlaanderen is er 1 politierechtbank voor het ganse grondgebied van de provincie.  Er zijn vijf afdelingen (griffies) in de zittingsplaatsen Aalst, Dendermonde, Gent, Oudenaarde en Sint-Niklaas. 
Voor de vredegerechten blijven de kantons bestaan.

Er werd voorzien in een overkoepelende structuur voor het (autonoom) beheer van de politierechtbank en de vredegerechten. Deze structuur bestaat uit een Directiecomité en een Algemene Vergadering van vrederechters en rechters in de politierechtbank.

De Algemene Vergadering en het Directiecomité wordt voorgezeten door de voorzitter die tevens korpsoverste is van de vrederechters en rechters in de politierechtbank.

De voorzitter wordt tevens bijgestaan door een arrondissementele hoofdgriffier die verantwoordelijk is voor het personeelsbeleid.

Het arrondissement heeft ook twee persrechters. Vrederechter Dirk De Groote (vred.dirkdegroote@telenet.be) is persrechter voor de vredegerechten en politierechter Chris De Roy (chris.deroy@just.fgov.be) is persrechter voor de politierechtbank van Oost-Vlaanderen. 

De bedoeling van de hervorming is te evolueren naar een meer moderne organisatie van de rechtsbedeling door een kwalitatieve, transparante en efficiënte rechtspraak.

Door de wet van 25/12/2017 die gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad van 29/12/2017, werden de kantongrenzen voor de vredegerechten grondig gewijzigd. Drie vredegerechten werden afgeschaft (Ronse, Zomergem, en St-Niklaas 2) en er werd een bijkomend vredegerecht gecreëerd in Hamme. De meeste kantons werden ook territoriaal uitgebreid.

De concrete herindeling kan u in detail terugvinden door hier te klikken. Deze herindeling is van toepassing vanaf 01/07/2018.

Deze website beoogt bij te dragen in deze vernieuwende aanpak en doelstellingen en wordt gezien als een instrument om de burger beter te begeleiden en te informeren over de werking en de dienstverlening van justitie, inzonderheid over de werking van de vredegerechten en de politierechtbank van Oost-Vlaanderen.

Ik ben er van overtuigd dat deze website zal bijdragen tot een betere toegankelijkheid van de vredegerechten en de politierechtbank en een betere dienstverlening voor de burger.

 

Jan Kamoen
Voorzitter
Opgeëistenlaan 401/M lokaal 534
9000 GENT

CRBP

Digitalisering inzake bewindvoering: Het centraal register voor de bescherming van personen (CRBP) is in werking getreden op 1 juni 2021.

Het CRBP is de geïnformatiseerde gegevensbank voor het beheer, de opvolging en de behandeling van procedures betreffende de beschermde personen (art. 1253/2 Gerechtelijk Wetboek).

Dit register bevat gegevens over de bewindvoeringdossiers van de beschermde personen, meer bepaald over de administratieve dossiers (verzoekschriften, beschikkingen, verslagen, briefwisseling, enz.). Deze in het register opgenomen gegevens zijn steeds raadpleegbaar door de betrokken bevoegde partijen (bewindvoerder, beschermde persoon, vertrouwenspersoon, vrederechter, …).

Bovendien zullen de bewindvoerders, beschermde personen, derden,… via dit register alle documenten betreffende de bewindvoering (verzoekschriften, verslagen, …) digitaal kunnen indienen bij de bevoegde vrederechter en griffie, en zullen via het register kennisgevingen kunnen doen aan de betrokken partijen.

U kan in uw rustige en vertrouwde omgeving op het register inloggen via de PC thuis. Hou alvast uw identiteitskaart bij de hand. Tevens werd ten behoeve van de gebruiker ook in iedere griffie een kiosk-PC geïnstalleerd.

Het beleidsteam.

Materiële bevoegdheid

De vrederechter is de erfgenaam van een lange traditie waarbij de beoordeling van kleine civiele of penale geschillen toevertrouwd werd aan personen die dichtbij de rechtzoekende stonden. Zij zorgden ervoor dat plaatselijke geschillen billijk en met gezond verstand werden opgelost.

Hierna worden een paar bevoegdheden opgesomd en besproken, met dien verstande dat de lijst niet volledig is en de uitzonderingen niet worden besproken. Voor een volledige lijst van de bevoegdheden van de vrederechter kan verwezen worden naar de art. 590 en volgende van het gerechtelijk wetboek (Ger.W.).

1. Algemene bevoegdheid

De vrederechter heeft de algemene bevoegdheid om kennis te nemen van alle vorderingen waarvan het bedrag € 5.000,00 niet overschrijdt (art. 590 Ger.W.). 
Op deze regel bestaan een aantal belangrijke uitzonderingen: zo is de vrederechter niet meer bevoegd voor handelsgeschillen tussen ondernemingen die ongeacht het bedrag voor de ondernemingsrechtbank worden gebracht. Evenmin neemt de vrederechter kennis van o.a. geschillen met betrekking tot faillissementen, arbeidsovereenkomsten, vorderingen ter vergoeding van schade ontstaan uit een verkeersongeval en van vorderingen tot echtscheiding.

2. Bijzondere bevoegdheid

De bijzondere bevoegdheid van de vrederechter is zeer uitgebreid. In een hele reeks van conflicten is de vrederechter bevoegd ongeacht het bedrag van de vordering. Hierbij een overzicht van de meeste voorkomende bijzondere bevoegdheden: 

  • Geschillen betreffende verhuring van onroerende goederen en samenhangende vorderingen die ontstaan uit de verhuring van een handelszaak. De vrederechter is bevoegd voor alle geschillen inzake huur van onroerende goederen, d.i. gewone huur, woninghuur, handelshuur en landpacht (Ger.W. 591, 1°), en dit ongeacht het bedrag. Ook geschillen met betrekking tot een vergoeding voor bewoning van en tot uitzetting uit plaatsen zonder recht betrokken, behoren tot de bevoegdheid van de vrederechter.
  • Geschillen inzake gebruik, genot, onderhoud, behoud of beheer van een gemeenschappelijk goed in geval van mede-eigendom.
    Ook geschillen inzake het appartementsrecht vallen hieronder (Ger.W. 591, 2°)
  • Geschillen met betrekking tot erfdienstbaarheden en verplichtingen die de wet oplegt aan eigenaars van aan elkaar grenzende erven (Ger.W. 591, 3°). 
  • Geschillen betreffende rechten van overgang (Ger.W. 591, 4°)
  • Bezitsvorderingen (Ger.W. 591, 5°).
  • Geschillen in verband met ruilverkavelingen van landeigendommen (Ger.W. 591,11°). 
  • Geschillen wegens schade, door mensen of dieren veroorzaakt aan velden, vruchten of veldvruchten (art. 591, 13°).
  • Betwistingen inzake kredietovereenkomsten die onder toepassing vallen van de Wet op het Consumentenkrediet (art. 591, 21° Ger.W.).
  • Geschillen voor invordering van schulden voor nutsvoorzieningen ten overstaan van personen die geen onderneming zijn. Dit zijn de invorderingen van een geldsom die wordt gevorderd door een leverancier van elektriciteit, gas, warmte of water of door een persoon die een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een omroeptransmissie- of omroepdienst aanbiedt (art. 591, 25° Ger.W.).
  • Geschillen als bedoeld in de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en lijkbezorging (art. 591, 7° Ger.W.).
  • Verzoek tot de aanwijzing van een bewindvoerder voor een meerderjarige persoon die wegens de gezondheidstoestand niet meer bekwaam is om de organisatie van persoonlijke of zakelijke belangen waar te nemen. 
    Een beschermingsmaatregel kan betrekking hebben op bijstand of vertegenwoordiging bij het beheer van de goederen en/of persoon van de onbekwame. (art. 488/1 B.W.).
    Een beschermingsmaatregel over de goederen kan ook worden bevolen voor meerderjarige personen die zich in staat van verkwisting bevinden (art. 488/2 B.W.).
    Het dossier wordt nadien verder opgevolgd door de vrederechter die de handelingen van de bewindvoerder moet controleren en voor bepaalde handelingen, de bewindvoerder moet machtigen om deze te stellen.
  • Verzoek tot bescherming van de persoon van de geesteszieke (art. 594, 15° Ger.W.). Het betreft de gedwongen opname van een geesteszieke in een gesloten instelling, alsook de regeling van hun verblijf.

3. Andere, soms uitsluitende, bevoegdheden

De vrederechter heeft een bevoegdheid inzake:

  • Summiere rechtspleging om betaling te bevelen zolang het bedrag van de vordering € 1.860,00 niet te boven gaat (art. 1338, derde lid Ger.W).
  • Rechtspleging ingeval van dringende noodzakelijkheid inzake onteigeningen ten algemeen nutte (art. 595 Ger.W.).
  • Verzegelingen (art. 597 Ger.W.). Het betreft o.a. het leggen van zegels om een vermogensbelang te beschermen.
  • Vorderingen tot aanwijzing van een deskundige of scheidsrechter wanneer het voorwerp van het deskundigenonderzoek tot de materiële bevoegdheid van de vrederechter behoort (art. 594, 1° Ger.W.).

4. Bevoegdheid van toezicht en maatregelen van gerechtelijk bestuur

  • De vrederechter levert akten van bekendheid af ter vervanging van een geboorteakte voor een huwelijk of voor het verwerven van de Belgische nationaliteit (art. 600 Ger.W.).
  • De vrederechter is ook bevoegd inzake ouderlijk gezag en voogdij over minderjarigen. Het betreft hier de organisatie van de voogdij alsook het toezicht erop (art. 596 Ger.W.). De vrederechter houdt eveneens toezicht op bepaalde handelingen inzake goederenbeheer die ouders voor hun kinderen stellen. De wet bepaalt voor welke handelingen de toestemming van de vrederechter nodig is (art. 378 en 410 B.W.).
  • De vrederechter kan aanwezig zijn bij bepaalde openbare verkopingen (art. 598, 2° Ger.W.) en verdelingen (art 598, 1° Ger.W.) waarmee het belang gemoeid is van minderjarigen en onbekwaam verklaarden of openbare verkopingen ingevolge faillissement.
  • De vrederechter is bevoegd inzake de beëdiging van personen waarvan de wet vereist dat zij voor de uitoefening van hun functie, de eed afleggen, o.a. dijk- en sluiswachters, ijkmeesters en (particuliere) veldwachters (art. 601 Ger.W.).

Territoriale bevoegdheid

De vraag tot welk vredegerecht u zich dient te wenden, betreft de vraag naar - wat men in de vaktaal noemt - de territoriale bevoegdheid.

Elke rechtbank, zo ook de Vrederechter - heeft slechts de macht om geschillen te beoordelen of bepaalde juridische problemen op te lossen binnen een bepaald grondgebied. Wat betreft de vredegerechten noemt men dat grondgebied een kanton. Het kanton is dus het rechtsgebied, het grondgebied binnen de grenzen waarvan de vrederechter werkt.

In het bijvoegsel van het Gerechtelijk wetboek is het rechtsgebied van elk vredegerecht bepaald. Dit kan u terugvinden onder de knop "Organisatie - gebiedsomschrijving".

 

Art. 624 Ger.W. bepaalt dat, met uitzondering van de gevallen waarin de wet uitdrukkelijk bepaalt welke rechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering, elke vordering naar keuze van de eiser kan worden gebracht:

1°. voor de rechter van de woonplaats van de verweerder of van één der verweerders;

2°. voor de rechter van de plaats waar de verbintenissen, waarover het geschil loopt, of een ervan zijn ontstaan of waar zij worden, zijn of moeten worden uitgevoerd;

3°. voor de rechter van de woonplaats gekozen voor de uitvoering van de akte;

4°. voor de rechter van de plaats waar de gerechtsdeurwaarder heeft gesproken tot de verweerder in persoon, indien noch de verweerder, noch, in voorkomend geval, een van de verweerders een woonplaats heeft in België of in het buitenland.

 

Op de algemene regel bestaan uitzonderingen. Dat is, bijvoorbeeld, het geval voor personen die onder (voorlopig) bewind staan. Art. 623 Ger.W. bepaalt dat de vrederechter, met bijstand van de griffier, deze personen buiten zijn kanton kan bezoeken en dat de reiskosten ten laste vallen van de te beschermen of beschermde persoon.

Ook bij huur- en appartementsgeschillen is er een afwijkende regel. De vrederechter van de plaats waar het gehuurde goed of appartement ligt, is bevoegd.

 

Het is echter niet steeds gemakkelijk om te weten welke vrederechter bevoegd is. U doet er goed aan zich verder te informeren. Het is aan te raden een advocaat te raadplegen.

Gebiedsomschrijving vredegerechten Provincie Oost-Vlaanderen

1
De gemeente Erpe-Mere, het gedeelte van het grondgebied van de stad Aalst ten westen van de Dender en de deelgemeente Nieuwerkerken van de stad Aalst vormen het eerste gerechtelijk kanton Aalst; de zetel van het gerecht is gevestigd te Aalst.

2
De gemeente Lede, het gedeelte van het grondgebied van de stad Aalst ten oosten van de Dender en de deelgemeenten Baardegem, Erembodegem, Gijzegem, Herdersem, Hofstade, Meldert en Moorsel van de stad Aast vormen het tweede gerechtelijk kanton Aalst; de zetel van het gerecht is gevestigd te Aalst.

3
De gemeenten Beveren, Kruibeke en Sint-Gillis-Waas vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Beveren.

4
De stad Dendermonde en de gemeenten Buggenhout en Lebbeke vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Dendermonde.

5
De gemeenten Hamme, Temse, Waasmunster en Zele vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Hamme.

6
De stad Lokeren en de gemeenten Moerbeke en Stekene vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Lokeren.

7
De stad Ninove en de gemeenten Denderleeuw en Haaltert vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Ninove.

8
De stad Sint-Niklaas vormt een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Sint-Niklaas.

9
De gemeenten Berlare, Laarne, Wetteren en Wichelen vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Wetteren.

10
De stad Deinze en de gemeenten Aalter en Zulte vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Deinze.

11
De stad Eeklo en de gemeenten Kaprijke, Lievegem, Maldegem en Sint Laureins vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Eeklo.

12
Het gedeelte van het grondgebied van de stad Gent beginnend onder de torens van het Rabot, het kanaal de Lieve tot aan de Lievebrug, de middellijn van de Lievestraat, de middellijn van de Lange Steenstraat, de middellijn van de Grauwpoort tot aan het Sluizeken, de middellijn van het Sluizeken tot tegen de Achterleie, de zuidelijke grens van Achterleie tot aan de Leie, de Leie langs de Achterleie, de Leie tot aan de Slachthuisbrug, de Slachthuisbrug tot het kruispunt met de Koepoortkaai, de Koepoortkaai, de Filips Van Artveldestraat tot aan het Sint-Annaplein, de noordelijke grens van het Sint-Annaplein, de middellijnen van de Brabantdam tot aan de kruising met de Kortedagsteeg, de middellijn van de Kortedagsteeg, de middellijn van de Walpoortstraat, de middellijn van de Sint-Pietersnieuwstraat, het deel van het Sint-Pietersplein dat de verbinding vormt tussen de Sint-Pietersnieuwstraat en de Overpoortstraat, de middellijn van de Overpoortstraat, de middellijn van de Normaalschoolstraat, de middellijn van de Ottergemsesteenweg tot aan de spoorweglijn onmiddellijk ten zuiden van de Burggravenlaan, de spoorweg in oostelijke richting tot aan de Schelde en verder de Schelde in zuidelijke richting tot aan de Ringvaart, dan van de Ringvaart in noordwestelijke richting tot aan de Maaltebrug/kruising met de Kortrijksesteenweg, de zuidelijke grens van de Kortrijksesteenweg tot aan De Sterre – kruising N60/N43 met de Voskenslaan, de oostelijke grens van de Voskenslaan, de noordoostelijke grens van de Sint-Denijslaan volgend tot aan het kruispunt met de Valentin Vaerewyckweg, verder volgend noordelijk naar de parking Gent Sint-Pietersstation tot aan de kruising met de Koningin Fabiolalaan, de noordoostelijke grens van de Koningin Fabiolalaan over de kruising met de Gordunakaai tot aan de Ringvaart in zuidoostelijke richting, de Leie in noordelijke richting langs de Gordunakaai tot aan de splitsing ter hoogte van Aan De Bocht, met verder als grens de Leie in noordelijke richting langs Aan de Bocht, langs de Belvédèreweg, langs de Constant Dosscheweg, verder noordelijk langs de Leie tot aan de kruising van de Leie met Einde Were, de zuidelijke grens van Einde Were tot aan de kruising met Overzet en Nieuwe Wandeling, de noordelijke grens van de Nieuwe Wandeling, de middellijn van de Contributiestraat en de middellijn van de Begijnhoflaan tot aan de torens aan het Rabot vormt het eerste gerechtelijk kanton Gent; de zetel van het gerecht is gevestigd te Gent.

13
De gemeenten Sint-Martens-Latem en De Pinte, de deelgemeenten Drongen, Zwijnaarde, Sint-Denijs-Westrem en Afsnee en het gedeelte van het grondgebied van de stad Gent beginnend aan de grens met de gemeente Lovendegem aan het kanaal Gent-Oostende, de deelgemeente Mariakerke, verder zuidelijk tot aan de Contributiebrug, de noordwestelijke grens van de Nieuwe Wandeling tot aan de kruising met Einde Were, de zuidelijke grens van Einde Were tot aan de kruising met de Leie, met verder als grens de Leie in zuidelijke richting, langs de Constant Dosscheweg, langs de Belvédèreweg, langs Aan de Bocht tot aan het kruispunt van de Gordunakaai met de Koningin Fabiolalaan en vanaf daar, de noordoostelijke grens van de Koningin Fabiolalaan tot aan en zuidelijk over de parking Gent Sint-Pietersstation, de noordoostelijke grens van de Sint-Denijslaan volgend, langs de oostelijke grens van de Voskenslaan tot aan De Sterre (kruising Voskenslaan met N60/N43), de zuidelijke grens van de Kortrijksesteenweg tot aan de Ringvaart in zuidoostelijke richting tot aan de grens met de gemeente Merelbeke vormen het tweede gerechtelijk kanton Gent; de zetel van het gerecht is gevestigd te Gent.

14
Het gedeelte van het grondgebied van de stad Gent dat begint aan de Ringvaart en de grens tussen de deelgemeente Mariakerke en Wondelgem, de grens tussen de deelgemeente Mariakerke en Wondelgem in zuidelijke richting tot aan het fietspad langs de Zandstraat, het fietspad in westelijke richting tot aan het kanaal Gent-Oostende, het kanaal Gent-Oostende in zuidelijke richting tot aan het Verbindingskanaal, dan het Verbindingskanaal, het Tolhuisdok, de Voorhaven en het kanaal Gent-Terneuzen in noordelijke richting tot aan de grens met de gemeente Zelzate en vervolgens de grens met de gemeente Zelzate in westelijke richting tot aan de grens met de gemeente Evergem vormt het derde gerechtelijk kanton Gent; de zetel van het gerecht is gevestigd te Gent.

15
Het gedeelte van het grondgebied van de stad Gent dat begint aan de grens met de gemeente Zelzate, het kanaal Gent-Terneuzen in zuidelijke richting, de Voorhaven, het Tolhuisdok en het Verbindingskanaal tot aan het kanaal Gent-Oostende, het kanaal Gent-Oostende zuidelijk tot aan de Contributiebrug, de middellijn van de Contributiestraat, de middellijn van de Begijnhoflaan tot aan de torens van het Rabot, onder de torens van het Rabot het kanaal de Lieve tot aan de Lievebrug, dan de middellijn van de Lievestraat, de middellijn van de Lange Steenstraat, de middellijn van de Grauwpoort tot aan het Sluizeken, de middellijn van het Sluizeken tot tegen de Achterleie, de Achterleie tot aan de Leie en dan de Leie tot voor Portus Gandae, de waterweg in oostelijke richting naar het Octrooiplein, dwars door het Octrooiplein en het Antwerpenplein, door de middellijn van de Dendermondsesteenweg tot aan de grens met de gemeente Destelbergen en verder de grens met de gemeenten Lochristi, Wachtebeke en Zelzate vormt het vierde kanton Gent; de zetel van het gerecht is gevestigd te Gent.

16
De gemeente Destelbergen en het gedeelte van het grondgebied van de stad Gent beginnend aan de grens met de gemeente Destelbergen, de middellijn van de Dendermondsesteenweg tot aan het Antwerpenplein, de middellijn van het Antwerpenplein dwars door het Octrooiplein, de waterweg tussen het Octrooiplein en de Leie, de Leie tot aan de Slachthuisbrug, de Slachthuisbrug tot het kruispunt met de Koepoortkaai, verder de oostelijke grens van de Koepoortkaai en de Filips Van Artveldestraat tot aan het Sint-Annaplein, de noordelijke grens van het Sint-Annaplein, de middellijnen van de Brabantdam tot aan de kruising met de Kortedagsteeg, de middellijn van de Kortedagsteeg, de middellijn van de Walpoortstraat, de middellijn van de Sint-Pietersnieuwstraat, het deel van het Sint-Pietersplein dat de verbinding vormt tussen de Sint-Pietersnieuwstraat en de Overpoortstraat, de middellijn van de Overpoortstraat, de middellijn van de Normaalschoolstraat, de middellijn van de Ottergemsesteenweg tot aan de spoorweglijn onmiddellijk ten zuiden van de Burggravenlaan, de spoorweg in oostelijke richting tot aan de Schelde en verder de Schelde in zuidelijke richting tot aan tot aan de grens met de gemeente Merelbeke en verder de grens met de gemeente Melle vormt het vijfde gerechtelijk kanton Gent; de zetel van het gerecht is gevestigd te Gent.

17
De gemeenten Gavere, Melle, Merelbeke, Nazareth en Oosterzele vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Merelbeke.

18
De gemeenten Assenede, Evergem, Lochristi, Wachtebeke en Zelzate vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Zelzate.

19
De steden Geraardsbergen, Ronse en de gemeente Brakel vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Geraardsbergen.

20
De stad Oudenaarde en de gemeenten Horebeke, Kluisbergen, Kruisem, Maarkedal, Wortegem-Petegem en Zwalm vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Oudenaarde.

21
De stad Zottegem en de gemeenten Herzele, Lierde en Sint-Lievens-Houtem vormen een gerechtelijk kanton; de zetel van het gerecht is gevestigd te Herzele.

--------
Stand 19 augustus 2019

Bevoegdheid inzake onbekwamen

Beschermde personen

1. Minderjarigen onder ouderlijk gezag

Zolang minstens een van de gekende ouders leeft, staat een jongere (behoudens uitzonderlijke omstandigheden) tot de meerderjarigheid (18 jaar) onder het ouderlijk gezag.
Voor een aantal handelingen heeft/hebben een ouder/de ouders de voorafgaandelijke toelating van de vrederechter nodig om namens de minderjarige bepaalde rechtshandelingen te stellen. Ter zake kan voornamelijk, maar niet uitsluitend worden verwezen naar de artikelen 378 en 410 van het Burgerlijk Wetboek.

2. Volle wezen onder voogdij

Zijn beide ouders of de enig gekende ouder overleden, dan staat een jongere tot de meerderjarigheid (18 jaar) onder voogdij.

De voogd en de toeziende voogd zullen de jongere begeleiden naar de meerderjarigheid, een en ander onder controle van de vrederechter die de voogdij georganiseerd heeft.

Voor een aantal handelingen heeft de voogd de voorafgaandelijke toelating van de vrederechter nodig om namens de minderjarige bepaalde rechtshandelingen te stellen. Ter zake kan voornamelijk, maar niet uitsluitend worden verwezen naar artikel 410 van het Burgerlijk Wetboek.

3. Meerderjarigen onder bewind

  • De buitengerechtelijke bescherming

Men kan, voor het geval men niet meer in staat zou zijn zelf het vermogen te beheren, zolang men nog bekwaam is, een buitengerechtelijke bescherming uitwerken. Het betreft een lastgeving.

  • De rechterlijke bescherming of het bewind

De vrederechter kan een meerderjarige (de aanvraag is echter mogelijk vanaf het zeventiende levensjaar) onder rechterlijke bescherming plaatsen indien die persoon door de gezondheidstoestand, geheel of gedeeltelijk, al dan niet tijdelijk, niet meer in staat is zelf zijn belangen te behartigen.

We hebben het over persoonsrechtelijke en/of vermogensrechtelijke belangen. De aanvraag moet ingediend worden bij de vrederechter. De vrederechter zal een bescherming op maat uitwerken. De bescherming bestaat enerzijds uit het onbekwaam verklaren van een persoon tot het stellen van omschreven handelingen en, anderzijds, uit de bijstand en/of de vertegenwoordiging door een bewindvoerder wat betreft een aantal omschreven handelingen.
Het is van belang de beschikking houdende de rechterlijke bescherming zeer goed te lezen om een concreet beeld te krijgen op de omvang en de inhoud ervan.

 

Specifieke procedures inzake onbekwamen

Vereffening-verdeling van een goed waarin een onbekwame medegerechtigd is.

De vereffening-verdeling van een vermogen (bv. omdat een minderjarige deelgenoot is of omdat iemand onder rechterlijke bescherming medegerechtigd is), zoals een nalatenschap, moet gebeuren onder voorzitterschap van de vrederechter die het dossier van de handelingsonbekwame beheert. De gebruikelijke werkwijze is dat de datum daarvoor op verzoek van de notaris, in samenspraak met de griffie wordt vastgelegd.

De ontwerpakte vereffening-verdeling dient vooraf aan de vrederechter te worden toegezonden.

Indien een omzetting van vruchtgebruik gebeurt, wordt van de notaris, de bewindvoerder, de voogd of de ouder verlangd dat vooraf de precieze berekening schriftelijk wordt uiteengezet.

 

Verkoping met onbekwame

  1. De openbare verkoping

Het principe is de openbare verkoping en niet de verkoping uit de hand. Vergeet niet dat bij elke verkoping, ook deze van onroerende goederen, voorafgaandelijk de toelating moet worden gevraagd aan de vrederechter. Zelfs de verkoping onder opschortende voorwaarde van die toelating is onaanvaardbaar en nietig.

Er moet worden gemotiveerd waarom de verkoping tot belang van de onbekwame strekt.
Wanneer een rechterlijk beschermde persoon eigenaar of medegerechtigd is in een onroerend goed of wanneer bv. een onroerend goed behoort tot een failliete boedel zal de openbare verkoping gebeuren ten overstaan van de vrederechter van het kanton waar het betreffende onroerend goed is gelegen, indien deze magistraat daartoe beslist.

De openbare verkoping kan gebeuren in een verkoopzaal (van de notarissen) of, soms, in een zaaltje bij een horecazaak, waarbij het publiek de kans krijgt biedingen te dien. Deze verkopingen geschieden in één enkele zitdag, maar eventueel is een zitdag na een hoger bod mogelijk als dat zo is afgesproken met de betrokken vrederechter en zo is opgenomen in de verkoopsvoorwaarden.

Maar een openbare verkoping kan ook “on line” worden georganiseerd door de notaris, na overleg daarover met de vrederechter en met instemming van de wettelijke vertegenwoordiger, zoals een bewindvoerder. Die verkoopwijze gebeurt via een door het notariaat georganiseerd digitaal platform, nl. “biddit”. Voor meer informatie daarover kan worden verwezen naar https://www.biddit.be/nl/catalog/landing .

Rechtzoekenden, bewindvoerders, voogden,... dienen zich tot een notaris te richten indien een openbare verkoping van onroerende goederen wordt beoogd. De notaris weet welke stukken bij het verzoekschrift moeten worden gevoegd ten behoeve van de vredegerechten van Oost-Vlaanderen (o.m. een schattingsverslag van een landmeter-expert).

De datum voor een fysieke openbare verkoping wordt in overleg met de griffie van het vredegerecht waar het goed is gelegen, bepaald. Indien dat een ander vredegerecht is dan het vredegerecht waar de machtiging tot verkoop moest worden gevraagd, zal het noodzakelijk zijn bij de vraag tot datumbepaling te voegen:

    • een ontwerp van de verkoopakte/verkoopsvoorwaarden
    • een kopie van de beschikking van de vrederechter die de verkoping toestond, van de beschikking van de rechter-commissaris (faling) of van de rechtbank van eerste aanleg
    • een kopie van het schattingsverslag  

Tevens wordt gevraagd erop toe te zien dat de vacatievergoeding van het vredegerecht voor de zitdag van de openbare verkoping is betaald ter griffie.

Volmachten door een verzoekende verkoper aan een notarieel medewerker worden niet aanvaard wat betreft de voogd, de bewindvoerder of een curator omdat beheers- en beschikkingsbevoegdheden worden afgestaan, hetgeen dan weer in strijd is met de bestaande gerechtelijke beslissingen en de door de Wet beoogde bescherming.

Een ontslag van ambtshalve inschrijving door de hypotheekbewaarder wordt nooit aanvaard bij een openbare verkoping.  

 

2.    De verkoping uit de hand

Vergeet nooit dat voorafgaandelijk aan elke verkoping de machtiging van de vrederechter noodzakelijk is en dat een verkoping onder de opschortende voorwaarde van die machtiging uit den boze is. Er dient te worden gemotiveerd, niet alleen waarom de verkoping tot het belang van de onbekwame strekt, maar bovendien waarom een verkoping in de onderhandse vorm voor de onbekwame interessanter is dan de openbare verkoping. Steeds moeten een schattingsverslag van een onafhankelijk landmeter-expert en een overzicht van eventuele schuldeisers worden voorgelegd. Mogelijk kan de vrederechter op basis van het ontvangen schattingsverslag oordelen dat een plaatsopneming al of niet met bijstand van een deskundige aangewezen is, vooraleer een beslissing te nemen omtrent het ingediende verzoek tot machtiging van de onderhandse verkoop. Contacteer zeker eerst een notaris!