De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft drie beklaagden veroordeeld voor hun aandeel in een ripdeal met dodelijke afloop. Terwijl de eerste beklaagde fungeerde als chauffeur deelde de tweede beklaagde mee slagen uit aan de bewoner van een huis in Wetteren. Die bewoner stak vervolgens een van zijn aanvallers met een keukenmes, waarna die op weg naar het ziekenhuis overleed.
Feiten
Op de Halloweenavond van 31 oktober 2022 kloppen twee mannen met een masker van ‘La casa de papel’ (TB en de tweede beklaagde) ’s avonds aan bij een woning in Wetteren. Een aanwezige bewoner (derde beklaagde) wordt geduwd en geslagen met een wapenstok. Op een bepaald moment neemt die bewoner een mes uit het messenblok op het aanrecht om zijn aanvallers achteruit te drijven. Hij steekt vervolgens TB in de borst. TB en de tweede beklaagde vluchten met een auto, bestuurd door de eerste beklaagde. Die rijdt naar de spoeddienst van het ASZ te Aalst, maar TB blijkt bij aankomst reeds te zijn overleden. De eerste beklaagde wordt daarna gearresteerd.
Verklaringen beklaagden
Via verklaringen van de eerste beklaagde en andere personen (waaronder de ex-vrouw van TB) krijgt de politie een beeld van de identiteit van de tweede en derde beklaagde. Bij zijn ondervraging verklaarde de derde beklaagde dat zijn aanvallers kwamen om drugs mee te nemen. Hij gebruikte het mes als verweermiddel, hij wou niet echt steken.
De eerste beklaagde verklaarde dat er geen sprake was van een ripdeal, maar dat er persoonlijke problemen zouden geweest zijn tussen TB en de derde beklaagde. Volgens hem lag een foto, waarop TB en de eerste beklaagde samen met twee dames en een fles champagne poseerden, aan de basis van het conflict tussen TB en de derde beklaagde. Deze foto stond op de facebookpagina van café ‘’t Tonneke’ in Wetteren en zou geleid hebben tot de definitieve breuk tussen TB en zijn ex-vrouw.
Tenlasteleggingen
De derde beklaagde moest zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor:
-
opzettelijke slagen met de dood tot gevolg
-
bedreigingen door gebaren of zinnebeelden met aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld
-
dragen van zekere voorwerpen en stoffen die niet als wapen zijn ontworpen, met het kennelijk voornemen personen te bedreigen of hen lichamelijk letsel toe te brengen (met name een mes)
De eerste en tweede beklaagde moesten zich verantwoorden voor:
-
diefstal met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden *
-
poging diefstal met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden *
-
deel uitmaken van een vereniging opgericht om op personen of eigendommen wanbedrijven te plegen (bendevorming)
-
het dragen van verboden wapens (namelijk een wapenstok)
* met de verzwarende omstandigheden dat het misdrijf gepleegd werd bij nacht, door twee of meerdere personen, gebruik makend van een voertuig en van wapens of op wapens gelijkende voorwerpen, of dat men de betrokkene heeft doen geloven dat men gewapend was.
Beoordeling schuldvraag eerste en tweede beklaagde
De eerste en tweede beklaagde betwistten hun schuld aan de diefstal met geweld en de poging ertoe. Ze verklaarden dat ze niet naar de woning van de derde beklaagde reden om een overval te plegen, maar omdat TB zich wou vergelden. TB hield de derde beklaagde immers verantwoordelijk voor een foto die naar verluidt aanleiding gaf tot zijn relatiebreuk. Ze waren ook niet op de hoogte dat er drugs aanwezig waren in de woning van de derde beklaagde. De tweede beklaagde ontkende ook dat hij de portefeuille van de derde beklaagde had gestolen.
De rechtbank is van oordeel dat uit het strafdossier onomstotelijk blijkt dat beide beklaagden zich schuldig maakten aan diefstal met geweld van een portefeuille en poging tot diefstal met geweld van mephedrone. De rechtbank twijfelt er immers niet aan dat beide beklaagden en TB zich naar de woning van de derde beklaagde begaven om een ripdeal/home invasion te plegen. De diefstal van de mephedrone mislukte omdat de derde beklaagde zich hevig verzette, maar de tweede beklaagde slaagde er wel in diens portefeuille te stelen.
De rechtbank verwijst hierbij onder andere naar het feit dat de overval op voorhand werd gepland, TB en de tweede beklaagde tijdens de aanval gemaskerd waren, en dat alle betrokkenen hun gsm hadden thuisgelaten zodat ze achteraf via een zendmastcaptatie of telefonieonderzoek niet konden gelinkt worden aan de feiten. In de woning van de derde beklaagde werd ook effectief een grote hoeveelheid mephedrone aangetroffen. Bovendien hadden de drie mannen allen banden met het drugsmilieu, waren ze alle drie notoire druggebruikers en oogde hun financiële toestand allesbehalve rooskleurig.
De rechtbank hecht geen enkel geloof aan de bewering van de eerste en de tweede beklaagde dat zij naar de derde beklaagde waren gereden omdat TB hem wou slaan/confronteren omwille van een foto, dan wel omwille van een ander geschil. De rechtbank verwijst hiervoor in de eerste plaats naar de verklaring van de ex-partner van TB. Zij verklaarde dat hun relatiebreuk een gevolg was van het druggebruik van TB en niet omwille van een foto (waar de derde beklaagde overigens niks mee te zien had).
Hoewel de eerste beklaagde de woning niet betrad, leverde hij een essentiële bijdrage door op te treden als chauffeur. Hij handelde aldus met het vereiste deelnemingsopzet.
De rechtbank achtte ook de tenlasteleggingen van bendevorming en verboden wapendracht bewezen.
Beoordeling schuldvraag derde beklaagde
De derde beklaagde verklaarde dat hij TB niet opzettelijk had geraakt met het keukenmes en -ondergeschikt - dat hij handelde uit wettige zelfverdediging. Hij was immers het slachtoffer van een ‘home invasion’ waarbij hij tot bloedens toe werd geslagen door TB en de tweede beklaagde, die uit waren op zijn voorraad mephedrone en uiteindelijk zijn portefeuille stalen.
De rechtbank hecht geen geloof aan de verklaring van de derde beklaagde dat hij TB ‘per ongeluk’ raakte. Uit het strafdossier blijkt overduidelijk dat de derde beklaagde opzettelijk met zijn mes uithaalde naar TB en dat hij deze laatste hierbij dodelijk verwondde. De rechtbank verwijst hierbij in de eerste plaats naar het autopsieverslag waaruit blijkt dat de diepte van de opgelopen (dodelijke) steekwonde twaalf centimeter bedroeg. Bovendien verklaarde zijn vriendin – die aanwezig was bij de feiten – dat ze hem een stap vooruit zag zetten en zag bewegen in de richting van TB (zonder dat zij kon zien of het een steekbeweging betrof). Tot slot heeft de derde beklaagde tijdens het onderzoek zijn verklaringen diverse keren gewijzigd.
Hoewel de rechtbank van oordeel is dat de derde beklaagde opzettelijk uithaalde naar TB, kan niet met de vereiste zekerheid worden vastgesteld dat hij handelde met het oogmerk om te doden. De rechtbank verwijst naar de dynamiek waarin de steekbeweging werd gemaakt.
Er is volgens de rechtbank ook geen sprake van wettelijke zelfverdediging. Uit de verschillende verklaringen uit het strafdossier blijkt namelijk dat TB en de tweede beklaagde reeds terugdeinsden toen de derde beklaagde het keukenmes had genomen. De aanval op de derde beklaagde was op dat moment dus al afgelopen. Bovendien werd TB neergestoken in de hal, vlak aan de voordeur. Hij had de woning dus zo goed als verlaten, en er ging bijgevolg geen dreiging meer van hem uit. Het had dus volstaan te dreigen met het mes om TB te verjagen, in plaats van hem neer steken. In plaats van samen met zijn vriendin langs de keukendeur te vluchten – via de koer kon men naar de straat lopen – ging de derde beklaagde bewust de confrontatie aan met de overvallers.
Het lijdt ook geen twijfel dat de derde beklaagde met het keukenmes bedreigingen uitte ten aanzien van TB. Hij liep nadien met het mes omhoog in de straat. Hierdoor is hij ook schuldig aan bedreigingen door gebaren of zinnebeelden met aanslagen op personen of eigendommen waarop criminele straffen zijn gesteld.
Strafmaat
Eerste beklaagde
Een hoofdgevangenisstraf van 30 maanden met uitstel voor een periode van 5 jaar (uitgezonderd de ondergane voorlopige hechtenis), en een geldboete van 1.600 euro.
Tweede beklaagde
Een hoofdgevangenisstraf van 3 jaar met probatie-uitstel voor een periode van 5 jaar (uitgezonderd de ondergane voorlopige hechtenis), en een geldboete van 1.600 euro. Aan dit probatie-uitstel zijn strikte voorwaarden verbonden.
Derde beklaagde
Een hoofdgevangenisstraf van 30 maanden, waarvan 20 maanden met uitstel voor een periode van 5 jaar.
Aan de verschillende burgerlijke partijen moet de derde beklaagde in totaal een schadevergoeding van 60.762,50 euro en een totale rechtsplegingvergoeding van 6.593,02 euro betalen.
Motivering rechtbank
Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank rekening met volgende elementen:
-
Alle beklaagden gaven blijk van een gevaarlijke ingesteldheid, aangezien zij het gebruik van geweld niet schuwden en geen enkele bekommernis hadden omtrent de fysieke en psychische integriteit van hun slachtoffers.
-
De zware gevolgen van de daden van derde beklaagde, die hij evenwel niet voorzien noch gewild heeft.
-
Het strafverleden van de beklaagden.