Het hof van beroep Gent heeft drie beklaagden veroordeeld tot gevangenisstraffen met uitstel wegens de aanmaak van synthetische drugs. De feiten vonden plaats in 2022 in een loods in Oostkamp, die was ingericht als een drugslabo. Bij het bepalen van de strafmaat hield het hof onder andere rekening met de schending van de redelijke termijn.
Feiten
Op 15 september 2022 verrichtte de politie een huiszoeking aan een woning en loods in Oostkamp. Naast cash geld werden in de loods verschillende stoffen aangetroffen die nodig waren bij de productie van synthetische drugs (onder andere formamide, zoutzuur, monomethylamine, waterstofgas, natriumhydroxide, formylamfetamine, methanol, caustische soda, aceton, MDMA-kristallen en amfetamine). In de loods bevonden zich ook twee drukreactieketels, een destillatieketel en een diepvriezer. Vermoedelijk werd er voordien voornamelijk amfetamine geproduceerd en was men nu bezig met de opstart van een MDMA-productie.
Tenlasteleggingen
Op basis van het onderzoek moesten verschillende beklaagden zich verantwoorden voor:
- Aanmaak van verdovende middelen zonder vergunning (namelijk minstens 425 liter amfetamine en minstens 13 liter MDMA) *
- Inbreuk op het vlak van de handel in drugsprecursoren (met name aanmaak van niet te bepalen hoeveelheden BMK en PMK) *
* Met de verzwarende omstandigheid dat het misdrijf een daad van deelneming is aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging.
Oordeel correctionele rechtbank van eerste aanleg
De rechtbank van eerste aanleg West-Vlaanderen, afdeling Brugge veroordeelde de eerste beklaagde als eigenaar van de loods tot een hoofdgevangenisstraf van 30 maanden met uitstel voor de duur van vijf jaar (met uitzondering van 15 maanden effectief), en een geldboete van 20.000 euro met uitstel voor de duur van drie jaar. Een bedrag van 25.000 euro werd verbeurd verklaard.
Een tweede beklaagde werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 20 maanden met uitstel voor de duur van vijf jaar (met uitzondering van 10 maanden effectief), en een geldboete van 20.000 euro.
Een derde beklaagde werd veroordeeld tot een effectieve hoofdgevangenisstraf van 30 maanden en een geldboete van 20.000 euro. Een bedrag van 15.000 euro werd verbeurd verklaard.
Deze drie beklaagden en het openbaar ministerie gingen tegen dit vonnis in beroep.
Verweer eerste beklaagde voor het hof van beroep Gent
De eerste beklaagde – de eigenaar van de loods - stelde dat hij niet deelnam aan de productie van de verdovende middelen en dus geen deel uitmaakte van de criminele structuur. Hij zou pas in februari 2022 ontdekt hebben dat zijn loods als drugslab werd gebruikt.
Hierna zou hij de andere beklaagden herhaaldelijk hebben aangemaand om zijn loods te verlaten en leeg te maken. Volgens de eerste beklaagde werden hij en zijn gezinsleden vervolgens bedreigd door leden van de criminele vereniging. Daarom durfde hij geen aangifte doen bij de politie. Zijn passieve houding was dan ook het gevolg van een toestand van dwang en intimidatie, waarin hij geen reële mogelijkheid had om zich aan de situatie te onttrekken. Hij wees ook naar de grote omvang van zijn straf, gelet op zijn persoonlijke situatie (waaronder zijn 73-jarige leeftijd, zijn medische problematiek en zijn gezinssituatie).
Beoordeling hof van beroep eerste beklaagde
Het hof van beroep Gent heeft het bovenstaande verweer van de eerste beklaagde weerlegd. Door zijn loods ter beschikking te stellen aan de criminele vereniging heeft de eerste beklaagde telkens zodanige hulp verleend dat zonder zijn bijstand de aanmaak van de BMK, PMK, amfetamine en MDMA-olie niet mogelijk was.
Overigens bleek uit de uitlezing van zijn gsm-toestel dat hij eveneens hand- en spandiensten leverde voor de vereniging (bijvoorbeeld het slot van de loods vervangen, personen die werkzaam waren in de loods bij hem thuis laten overnachten, zelf suggesties doen en hulp ter plaatse bieden). Hij vroeg ook meermaals geld aan leden van de vereniging, en gebruikte codetaal in zijn communicatie met hen.
Bovendien bleek hij reeds vanaf 1 januari 2022 op de hoogte te zijn van de feiten. Hiervoor verwijst het hof onder andere naar zijn contacten in de app Signal van november 2021, en naar de penetrante geurhinder die de productie van de synthetische drugs veroorzaakte (welke vanuit de woning van de eerste beklaagde nabij de loods absoluut waarneembaar moet zijn geweest). Alle activiteiten in de loods waren ook zichtbaar.
Zijn verklaring dat hij bedreigd werd door de vereniging is dan ook totaal ongeloofwaardig en wordt geenszins aannemelijk gemaakt. Ten overvloede benadrukt het hof dat uit het loutere feit dat zijn zoon ingeschreven werd bij zijn ex-partner niet kan afgeleid worden dat de eerste beklaagde werd bedreigd.
Beoordeling schuld andere beklaagden
Volgens het hof waren de twee andere beklaagden eveneens schuldig aan de tenlasteleggingen.
Strafmaat
Het hof van beroep veroordeelde de eerste beklaagde tot een hoofdgevangenisstraf van 30 maanden met uitstel voor de duur van vijf jaar (behoudens de reeds ondergane voorlopige hechtenis), en een geldboete van 20.000 euro. Een bedrag van 13.500 euro werd verbeurd verklaard.
De tweede beklaagde werd veroordeeld tot een hoofdgevangenisstraf van 20 maanden met uitstel voor de duur van vijf jaar (behoudens de reeds ondergane voorlopige hechtenis). De derde beklaagde werd veroordeeld tot een gevangenisstraf 30 maanden met uitstel voor de duur van vijf jaar.
Motivering hof van beroep
Bij het bepalen van de strafmaat hield het hof onder andere rekening met volgende elementen:
- De schending van de redelijke termijn. De procedure kende perioden van stilstand die niet aan de beklaagden of de complexiteit van het dossier te wijten waren. Er was wel geen sprake van een zwaarwichtige overschrijding van de redelijke termijn.
- Het feit dat de beklaagden kennelijk niet stilstonden bij de vaak vernietigende gevolgen van druggebruik voor de samenleving. Zij hadden slechts oog voor eigen geldgewin.
- Het gerechtelijke verleden van de beklaagden.