20/10/2026

De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag zes beklaagden veroordeeld voor het bezit en de verkoop van verschillende soorten verdovende middelen, waaronder cannabis, cocaïne, ketamine, MDMA, XTC-pillen, 2C-B, 2-MMC en LSD. De spilfiguur (‘beklaagde 1’) kreeg een effectieve gevangenisstraf van vijf jaar. Hij stuurde de drugshandel aan, organiseerde de verdeling van de verdovende middelen en voorzag een ruime afzetmarkt van drugs. Volgens de rechtbank werden de feiten gepleegd met het oog op snel geldgewin, daarom besliste zij tot de verbeurdverklaring van de illegaal verkregen opbrengsten.

Feiten

Het onderzoek werd opgestart naar aanleiding van een verkeersongeval met vluchtmisdrijf op 14 december 2023. Het bij het ongeval achtergelaten voertuig stond ingeschreven op naam van 'beklaagde 1'. Toen de politiediensten zich in het kader van dit ongeval naar zijn woning te Leuven begaven en door zijn moeder werden binnengelaten, merkten zij in zijn slaapkamer drugs en munitie op. Deze vaststellingen vormden de aanleiding voor een huiszoeking bij heterdaad, waarbij in de woning onder meer aanzienlijke hoeveelheden drugs en cash geld werden aangetroffen.

Na de feiten van 14 december 2023 bleef 'beklaagde 1' gedurende ongeveer anderhalf jaar voortvluchtig. Op 31 augustus 2025 werd hij naar aanleiding van een tussenkomst in het kader van het drugsonderzoek gearresteerd.

In totaal moesten zes beklaagden zich voor de correctionele rechtbank verantwoorden voor het bezit en de verkoop van verschillende soorten verdovende middelen, waaronder cannabis, cocaïne, ketamine, MDMA, XTC-pillen, 2C-B, 2-MMC en LSD. Deze feiten werden gepleegd in het kader van een vereniging, waarin 'beklaagde 1' een leidinggevende rol zou hebben vervuld. 


Oordeel rechtbank

Met betrekking tot ‘beklaagde 1’:

De rechtbank acht bewezen dat 'beklaagde 1' het drugshandelnetwerk organiseerde, aanstuurde en controleerde. Deze feiten vonden plaats in de periode van 30 augustus 2023 tot en met 31 augustus 2025. Hij maakte daarbij gebruik van Telegram- en Signal-accounts voor de communicatie met klanten, leveranciers en medewerkers. Hij schakelde verschillende loopjongens in voor de levering van verdovende middelen, beschikte over meerdere stashplaatsen voor de opslag van drugs en contant geld, maakte gebruik van cryptovaluta en hield een boekhouding bij van de verrichte verkopen en betalingen.

Opvallend is ook dat ‘beklaagde 1’ als enige van de betrokkenen zelf geen drugsproblematiek heeft. 

Daarnaast is ‘beklaagde 1' ook schuldig aan het bezit van dopingproducten (tenlastelegging F). De rechtbank verwijst in dat verband naar de huiszoeking van 14 december 2023, waarbij verschillende dopingproducten werden aangetroffen, waaronder testosteron, Sustanon, Trenbolone, Nandrolon, Boldenone en Dianabol.

Voorts wordt 'beklaagde 1' veroordeeld voor inbreuken op de wapenwetgeving (tenlasteleggingen G en H). Tijdens huiszoekingen op 14 december 2023 en 31 augustus 2025 werden bij hem pepperspray, een halfautomatisch pistool met geluidsdemper en vergunningsplichtige munitie aangetroffen.

Tot slot acht de rechtbank bewezen dat 'beklaagde 1' zich schuldig heeft gemaakt aan witwassen (tenlastelegging I). Uit het bankonderzoek is onder meer gebleken dat hij op 10 oktober 2023, 8 november 2023 en 28 november 2023 telkens aanzienlijke bedragen van 5.000 euro of meer in contanten stortte op zijn bankrekeningen. Uit verder onderzoek bleek dat 'beklaagde 1' voor het laatst legaal tewerkgesteld was in de periode van 18 september 2022 tot en met 17 mei 2023. Volgens de rechtbank waren deze gelden afkomstig uit zijn drugshandel. 

Met betrekking tot de overige beklaagden:

De overige vijf beklaagden werkten volgens de rechtbank actief mee aan de georganiseerde drugshandel van 'beklaagde 1'. Zij werden schuldig bevonden aan het bezit en de verkoop van verschillende soorten verdovende middelen.

'Beklaagde 2', 'beklaagde 3', 'beklaagde 4' en 'beklaagde 5' verklaarden aanvankelijk klant te zijn van 'beklaagde 1'. Nadien gingen zij voor hem werken als runner of chauffeur.


Strafmaat

'Beklaagde 1' wordt voor zijn betrokkenheid bij de feiten veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van vijf jaar. Ten aanzien van deze beklaagde beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring van een bedrag van in totaal 325.000 euro. 

'Beklaagde 2' krijgt de gunst van de opschorting van de uitspraak gedurende een proeftijd van één jaar. De rechtbank stelt vast dat deze beklaagde reeds uit eigen beweging afstand heeft genomen van zowel het druggebruik als de drughandel, zelf passende hulp heeft gezocht en zijn leven opnieuw op positieve wijze heeft uitgebouwd.

'Beklaagde 3' wordt veroordeeld tot een werkstraf van 240 uur. Deze werkstraf stelt hem in staat verantwoordelijkheid op te nemen voor de gepleegde feiten en ondersteunt tegelijk zijn verdere maatschappelijke re-integratie en zijn streven naar een drugsvrij bestaan. Ten aanzien van deze beklaagde beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring bij equivalent van een bedrag van 5.000 euro.

'Beklaagde 4' krijgt de gunst van de opschorting van de uitspraak gedurende een proeftijd van vijf jaar, mits naleving van probatievoorwaarden. De rechtbank stelt bij hem een positieve evolutie vast en is van oordeel dat een probatieopschorting volstaat. Ten aanzien van deze beklaagde beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring bij equivalent van een bedrag van 7.150 euro.

'Beklaagde 5' krijgt de gunst van de opschorting van de uitspraak gedurende een proeftijd van twee jaar, mits naleving van probatievoorwaarden. De rechtbank stelt vast dat deze beklaagde belangrijke stappen heeft gezet richting herstel en maatschappelijke re-integratie. Ten aanzien van deze beklaagde beveelt de rechtbank de verbeurdverklaring bij equivalent van een bedrag van 2.000 euro.

'Beklaagde 6' wordt veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van één jaar. De rechtbank baseert zich daarbij op de staat van recidive, de aard van de feiten en het ontbreken van elementen die wijzen op een positieve evolutie. 'Beklaagde 6' was de enige beklaagde die afwezig bleef op de zitting van de rechtbank.

Motivering 

Volgens de rechtbank had de drugshandel een grootschalig, duurzaam en professioneel georganiseerd karakter. De verkoop beperkte zich daarbij niet tot één regio, maar strekte zich uit over verschillende regio's in Vlaanderen.

De feiten werden gepleegd met het oog op snel geldgewin. Beklaagden kunnen dan ook niet in het bezit blijven van de illegale opbrengsten die zij hebben bekomen door de gepleegde misdrijven. De rechtbank gaat daarom over tot de verbeurdverklaring van de verkregen vermogensvoordelen. 

'Beklaagde 1' was volgens de rechtbank de spilfiguur van de vereniging. De rechtbank houdt rekening met het feit dat 'beklaagde 1' nog geen dertig jaar oud is. Anderzijds blijkt uit zijn strafregister dat hij reeds meermaals werd veroordeeld. Op 18 december 2023 werd hij door de correctionele rechtbank Leuven veroordeeld wegens inbreuken op de drugswetgeving, gepleegd als leidende figuur binnen een vereniging, tot een gevangenisstraf van vier jaar met probatie-uitstel. Zelfs die veroordeling vormde voor hem geen aanleiding om zijn gedrag duurzaam bij te sturen. Bij de huiszoeking van 14 december 2023, enkele weken na zijn verschijning voor de rechtbank en slechts enkele dagen vóór de uitspraak van dat vonnis, werden immers opnieuw grote hoeveelheden verdovende middelen van uiteenlopende aard aangetroffen.

Uit het dossier blijkt bovendien dat ‘beklaagde 1’ nadien gedurende ongeveer anderhalf jaar uit handen van de politiediensten wist te blijven, terwijl hij zijn drugshandel verderzette. 

Gezien de ernst van de feiten, de omvang van de drugshandel, de leidinggevende rol van 'beklaagde 1' en zijn hardnekkige recidive, is de rechtbank van oordeel dat enkel een effectieve gevangenisstraf voor hem passend is. Het is aan 'beklaagde 1' om tijdens zijn detentie werk te maken van zijn maatschappelijke re-integratie en de onderliggende oorzaken van zijn gedrag aan te pakken.