Waarover gaat het?
Artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek vermeldt de plafonds van de beroepsinkomens of vervangende inkomens die men mag cederen of waarop men beslag mag doen.
Lid 2 voorziet dat de bedragen die in leden 1 en 1bis worden vastgelegd, ieder jaar worden aangepast door de Koning in functie van de spilindex van de consumptieprijzen van de maand november van ieder jaar.
Tarieven 2025
Inkomens uit arbeid
| Loon (netto per maand) | Voor beslag vatbare gedeelte |
| 0 tot 1.419 € | 0% |
| 1.419,01 tot 1.524 € | 20% van het bedrag tussen deze twee bedragen, d.w.z. maximaal € 21 |
| 1.524,01 tot 1.682 € | 30% van het bedrag tussen deze twee bedragen, d.w.z. maximaal € 47,40 |
| 1.682,01 tot 1.839 € | 40% van het bedrag tussen deze twee bedragen, d.w.z. maximaal € 62,80 |
| Vanaf 1.839 € | 100% |
Vervangende inkomens
| Maandelijks inkomen | Voor beslag vatbare gedeelte |
| 0 tot 1.419 € | 0% |
| 1.419,01 tot 1.524 € | 20% van het bedrag tussen deze twee bedragen, d.w.z. maximaal € 21 |
| 1.524,01 tot 1.839 € | 40% van dit deel, d.w.z. max. € 126 |
| Vanaf 1.839 € | 100% |
Het beslagbaar bedrag moet verminderd worden met 86 € per kind ten laste.
3 DECEMBER 2025. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 1409, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek: