De correctionele rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Dendermonde heeft 21 beklaagden veroordeeld wegens een poging tot en het effectief invoeren van cocaïne via de Antwerpse haven. Alle beklaagden maakten deel uit van een bijzonder goed gestructureerde organisatie, waarin iedereen een specifieke taak had en een belangrijke schakel vormde.
De rechtbank sprak gevangenisstraffen uit, zowel effectief als een deel met uitstel, gaande van 6 jaar tot 18 maanden. In totaal werd 1.997.465,40 euro verbeurd verklaard. Daarnaast kregen alle beklaagden ook een havenverbod van 15 jaar opgelegd.
Feiten
Op 30 oktober 2023 werd een container gestolen in de haven van Antwerpen. De container werd opgehaald door de zevende beklaagde. Hij had op frauduleuze manier de pincode van een alfapass bekomen die op naam stond van de firma N. De transporteur van de container was het transportbedrijf van de achtste beklaagde. De zevende beklaagde gebruikte een vrachtwagen DAF XF 440 FT die was gehuurd van de firma van de zesde beklaagde.
De gestolen container werd naar een loods in Temse gebracht. Omdat de politiediensten deze loods in het kader van een ander onderzoek reeds observeerden, konden verschillende beklaagden in beeld worden gebracht. De container werd op 2 november 2023 teruggebracht naar de haven, maar uit controle bleek dat er zeven zakken koffiebonen ontbraken.
Op 20 november 2023 merkten de speurders tijdens de observatie aan diezelfde loods in Temse een vrachtwagen met een zeecontainer op, die achterwaarts de loods binnenreed. De speurders gingen vervolgens over tot huiszoeking in de loods. Daar bleken de tweede, derde, vierde en vijfde beklaagde aanwezig te zijn. De container lag volgestapeld met zakken cacaobonen, al was het duidelijk dat reeds een aantal zakken waren weggenomen.
Op 17 januari 2024 werd de vrachtwagen DAF XF 440 FT opnieuw gebruikt voor het illegaal verplaatsen van twee containers op de terreinen van transportfirma V. Onder andere de negende, tiende, twaalfde en vijftiende beklaagde waren hierbij betrokken. Bij controle bleek dat een van de containers niet meer correct verzegeld was en er een groot deel van de lading ontbrak. Volgens de speurders werden er verdovende middelen uitgehaald.
Op 19 februari 2024 huurde de zesde beklaagde opnieuw een trekker. Bij observatie bleek de dertiende beklaagde de chauffeur te zijn. Die was betrokken bij het afhalen van containers, en dit met hulp van een vervalst alfapass nummer. In een van deze containers trof de douane 1.219 kg cocaïne aan. De containers bleken bestemd voor een firma waarvan de veertiende beklaagde zaakvoerder was.
De speurders gingen op 6 maart 2024 over tot simultane huiszoekingen bij diverse beklaagden. Die werden allen verhoord en van sommigen werd het gsm-toestel uitgelezen. Op basis van tapmaatregelen kwamen ook de andere beklaagden in beeld.
Tenlasteleggingen
In totaal moesten 22 beklaagden zich verantwoorden voor de correctionele rechtbank voor de invoer van verdovende middelen (minstens 1.709 kilo cocaïne), poging tot invoer van verdovende middelen (met name 917 kilo cocaïne) en lidmaatschap van een criminele organisatie. Voor alle beklaagden voorzag het openbaar ministerie de verzwarende omstandigheid ‘deelname aan de (hoofd)activiteiten van een vereniging’.
De veertiende en tweeëntwintigste beklaagde moesten zich bijkomend verantwoorden voor het opzetten van cocaïnetransporten vanuit Zuid-Amerika met als deklading hout, en het testtransport van drie containers met hout. Voor de tiende beklaagde was dit wegens het bezit van 15 kilogram cocaïne met het oog op verkoop.
Beoordeling schuldvraag
Het staat voor de rechtbank vast dat de beklaagden deel uitmaakten van een bijzonder goed gestructureerde organisatie die verdovende middelen wou invoeren via de Antwerpse haven. De beklaagden hadden daarbij elk een specifieke taak, en vormden elk op hun beurt een belangrijke schakel in het vooropgestelde doel.
Bijna alle beklaagden maakten overigens gebruik van verschillende apps waarmee beveiligde en versleutelde communicatie mogelijk was, wat voor de rechtbank bewijst dat ze betrokken waren bij illegale activiteiten.
Eerste beklaagde
Het staat het voor de rechtbank vast dat de eerste beklaagde duidelijk wist dat hij zich, samen met de zesde beklaagde, inliet met druggerelateerde zaken. Beiden waren onder andere betrokken bij het uithalen van diverse containers. De eerste beklaagde nam hierbij een actieve rol op als chauffeur en bij het zoeken naar mogelijke loodsen.
Tweede beklaagde
De tweede beklaagde gaf toe dat hij zich omwille van financiële problemen liet inschakelen om een container op te halen uit de haven. Uit zijn verklaring blijkt tevens dat hij wist of minstens vermoedde dat hij meewerkte aan de uithaling van een partij drugs. Ook op de zitting van 3 maart 2026 voerde hij hierover geen betwisting.
Derde – vierde - vijfde beklaagde
Het staat voor de rechtbank vast dat deze beklaagden werden aangezocht om drugs uit te halen uit de container die naar de loods in Temse werd gebracht. De derde beklaagde wist ook dat het om drugs ging. De vijfde beklaagde gaf op de zitting zelf toe dat hij in de loods aanwezig was om cocaïne te zoeken.
Zesde beklaagde
De zesde beklaagde huurde via zijn firma de trekker die bij de verschillende transporten van de containers werd gebruikt. Ook de vervalste alfapassen stonden op naam van zijn firma.
Zevende en achtste beklaagde
De zevende beklaagde stond als chauffeur in voor het overbrengen van een container vanuit de haven van Antwerpen naar de loods in Temse. Het staat ook vast dat hij wist dat deze container cocaïne bevatte.
De firma van de achtste beklaagde stond aangeduid als transporteur van deze container. Deze firma huurde ook de chassissen die bij de transporten werden gebruikt. Bovendien stond de achtste beklaagde in voor het aanmaken van de pincode die door de tweede beklaagde werd gebruikt om de container te kunnen afhalen.
Negende beklaagde
Uit het strafdossier blijkt dat de negende beklaagde de chauffeur was die op 17 januari 2024 een container ophaalde bij kaai 1742 en deze daarna naar de firma Van Moer bracht. De rechtbank twijfelt er niet aan dat hij wist dat de container verdovende middelen bevatte.
Tiende beklaagde
De tiende beklaagde was op 17 januari 2024 aan de slag als nachtstacker bij transportfirma V. Uit de beschikbare camerabeelden en de andere informatie bleek dat hij die nacht een container vanop de vrachtwagen van de negende beklaagde op de vrachtwagen van de zeventiende beklaagde plaatste. Daarna werd deze container weggebracht. De rechtbank twijfelt er niet aan dat hij heel goed wist dat hij een container met cocaïne verplaatste.
De tiende beklaagde bracht ook wijzigingen aan in het TMS-systeem: hij gaf aan dat de container al aanwezig was in het magazijn op het ogenblik dat deze nog niet gelost was. Bovendien hoorde dit niet tot zijn takenpakket.
In het voertuig van de tiende beklaagde werden vijftien pakken van 1 kilogram cocaïne aantroffen. Gelet op de omvang van de aangetroffen hoeveelheid staat het voor de rechtbank vast dat hij deze in zijn bezit had met het oog op verkoop. De beklaagde ontkende deze feiten ook niet op de zitting.
Elfde beklaagde
De elfde beklaagde had een sturende rol bij diverse activiteiten. Zo was hij betrokken bij het ophalen van de trekker. Hij fungeerde als een van de tussenpersonen tussen de eerste beklaagde en de zesde beklaagde en de rest van de organisatie, en stond ook in voor de betaling van hen.
Twaalfde beklaagde
De twaalfde beklaagde was op 17 januari 2024 als straddle carrier betrokken bij het verplaatsen van de container waaruit een deel van de lading nadien werd verwijderd. Bovendien lag er in die container een kniptang en een hamer.
Dertiende beklaagde
Het staat voor de rechtbank vast dat de dertiende beklaagde heel goed wist dat hij zich naar de haven begaf om er een container met cocaïne op te halen.
Veertiende beklaagde
De veertiende beklaagde werkte actief en doelbewust mee om via zijn firma cocaïne in te voeren. Hij voerde samen met de tweeëntwintigste beklaagde ook eerder drie testcontainers in, waarvoor ze zich lieten vergoeden.
Zestiende beklaagde
De zestiende beklaagde stuurde als planner bij firma D. foto’s met relevante informatie over een container door naar de Whatsapp-groep van de organisatie. Hij gaf op de zitting ook toe dat hij de nodige opzoekingen deed naar manieren om de container met verdovende middelen te kunnen uithalen.
Zeventiende beklaagde
De zeventiende beklaagde huurde een vrachtwagen en chassis om een container uit te halen. Hij ondertekende het contract en betaalde cash.
Achttiende beklaagde
De achttiende beklaagde had een sturende rol bij de invoer en de poging tot invoer van verdovende middelen. Onder de schuilnaam ‘Ray Van Mechelen’ vroeg de achttiende beklaagde via een whatsapp-groep aan de vierde beklaagde om te filmen en foto’s te nemen, en te laten weten wanneer ze het ‘spul’ hadden gevonden. Hij wist ook in welke plaats van de container de cocaïne zich bevond.
Negentiende beklaagde
Als huurder stelde de negentiende beklaagde de loods in Temse ter beschikking van een criminele organisatie. Op die manier verleende hij noodzakelijke hulp bij het invoeren en pogen tot invoeren van cocaïne.
Twintigste beklaagde
De twintigste beklaagde had regelmatig contact met de eerste, zesde en negentiende beklaagde. De dag voor de uithaling van een container was hij ook aanwezig in de loods in Temse.
Eenentwintigste beklaagde
Deze beklaagde trad op als tussenpersoon, waarbij hij aan de zevende beklaagde vroeg om een transport uit te voeren. Hij wist daarbij heel goed dat het een transport betrof in het kader van de invoer van cocaïne.
Tweeëntwintigste beklaagde
De tweeëntwintigste beklaagde fungeerde als contactpersoon tussen de veertiende beklaagde en de criminele organisatie. Samen met de veertiende beklaagde voerde hij eerder ook drie testcontainers in, waarvoor ze zich lieten vergoeden.
Vrijspraak vijftiende beklaagde
Er is voor de rechtbank onvoldoende zekerheid dat de vijftiende beklaagde op 17 januari 2024 effectief diegene was die de wijzigingen doorvoerde in het TMS-systeem om de container met verdovende middelen ongemerkt vanop het terrein van transportfirma V. naar een bedrijventerrein in Lint te brengen en daarna terug naar firma V. De beklaagde werd daarom vrijgesproken.
Strafmaat
De rechtbank sprak gevangenisstraffen uit, zowel effectief als een deel met uitstel, gaande van 6 jaar tot 18 maanden. In totaal werd 1.997.465,40 euro verbeurd verklaard. Daarnaast kregen alle beklaagden ook een havenverbod van 15 jaar opgelegd.
Een volledig overzicht van alle straffen en verbeurdverklaringen voor elke beklaagde vindt u in het addendum van dit persbericht (pagina 6).
Motivering rechtbank
Bij het bepalen van de strafmaat hield de rechtbank rekening met volgende elementen:
-
De feiten zijn bijzonder ernstig. De beklaagden hadden plannen om grote hoeveelheden verdovende middelen op de markt brengen ten koste van de gezondheid van de gebruikers. Druggebruikers veroorzaken grote maatschappelijke overlast, verliezen hun werk, moeten worden behandeld en raken in financiële moeilijkheden. Hierdoor worden ze tot criminaliteit verleid, wat de hele maatschappij benadeelt. Bovendien gaat deze grootschalige drughandel gepaard met aanzienlijke geldbedragen en zeer veel geweld, tot dodelijk geweld toe. De beklaagden stonden hier evenwel niet bij stil en hadden allen enkel oog voor hun eigen profijt.
-
De rechtbank ging niet mee met de stelling van de beklaagden dat de redelijke termijn was overschreden. Het onderzoek kende geen enkele onverantwoorde stilstand, en er werd op geen enkel moment getalmd. Bovendien was dit een dossier van een grootschalige criminele organisatie met tientallen leden en medewerkers.
-
Het strafrechtelijk verleden van de beklaagden en hun medewerking aan het onderzoek.
