26/06/2026

De correctionele rechtbank van Oost-Vlaanderen, afdeling Oudenaarde heeft WZC De Vlaamse Ardennen en de groep NV Korian Belgium veroordeeld wegens onopzettelijke doding. Twee bewoners van het woonzorgcentrum waren in 2023 en 2024 overleden na een val uit een raam en een val van de trap. Beide overlijdens waren het gevolg van ontoereikende veiligheidsmaatregelen binnen het woonzorgcentrum.

Feiten 25 oktober 2023

Op 25 oktober 2023 kregen de politiediensten de melding dat een bewoner van het woonzorgcentrum De Vlaamse Ardennen van de tweede verdieping naar beneden was gesprongen. Ter plaatse stelde de politie het overlijden van de 85-jarige bewoner vast. Het raam op de tweede verdieping – die wordt bewoond door mensen met dementie – stond open.

Volgens de gerechtsdeskundige moet het slot van het draaikipraam van kamer 89 (waaruit de man was gevallen) open geweest zijn in plaats van gesloten. Op deze afdeling waren alle ramen nochtans verondersteld op een veilige manier gesloten te zijn. 

Feiten 8 december 2024

Op 8 december 2024 verwittigde een dokter de politie naar aanleiding van een verdacht overlijden in WZC De Vlaamse Ardennen. Het 98-jarige slachtoffer werd onderaan een trap aangetroffen. Hij zou van de trap gevallen zijn, terwijl hij in zijn rolstoel zat met een buikriem/fixatiegordel rondom hem. Hij had een bloedende hoofdwonde en zijn rolstoel lag bovenop hem. De feiten vonden plaats tijdens een personeelswissel. 

De zoon van het slachtoffer verklaarde dat zijn vader de laatste 14 dagen een zeer verwarde indruk gaf en dat er moeilijk een gesprek met hem te voeren was.

Tenlasteleggingen 

WZC De Vlaamse Ardennen en de groep NV Korian Belgium moesten zich voor de correctionele rechtbank in Oudenaarde verantwoorden voor onopzettelijke doding.

Beoordeling rechtbank 

Het misdrijf onopzettelijk doden vereist het bestaan van een fout, die bestaat in een gebrek aan voorzichtigheid of voorzorg, die de dood van het slachtoffer tot gevolg heeft.

Beoordeling val door het raam

Voor de rechtbank was er wel degelijk sprake van een gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in hoofde van beide beklaagden, waarbij deze fout in oorzakelijk verband stond met het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank verwijst hiervoor naar volgende elementen uit het strafdossier:

  • De afwezigheid van eenduidige richtlijnen omtrent het gebruik van de ramen en de afwezigheid van een veiligheidsbeleid of controlesysteem in dit verband.
  • Gebrekkige/verouderde infrastructuur (zo konden slotvaste ramen toch met de nodige kracht worden geopend).
  • Het onvoldoende garanderen van de veiligheid van de bewoner. Omdat hier sprake was van zware dementie, psychoses, agressief gedrag en nachtelijk doolgedrag had het WZC moeten kunnen verzekeren dat de ramen op de gesloten afdeling slotvast waren. 

Beide beklaagden erkenden overigens deze tekortkomingen. Zo werden na de feiten verschillende acties ondernomen om een herhaling te vermijden (fixeren ramen, nieuwe sloten, geregistreerde controle van de ramen).

Beoordeling val van de trap

Voor de rechtbank was er ook bij dit overlijden wel degelijk sprake van een gebrek aan voorzorg of voorzichtigheid in hoofde van beide beklaagden, waarbij deze fout in oorzakelijk verband stond met het overlijden van het slachtoffer. De rechtbank verwijst hiervoor naar de hierna volgende elementen uit het strafdossier:

  • De medische toestand van het slachtoffer die in de dagen voor zijn overlijden achteruit ging. Er was sprake van toenemende verwardheid en een wens van het slachtoffer om uit het WZC te vertrekken. Bovendien had de man, die recent werd vastgebonden aan zijn rolstoel, een dag eerder de gordel van zijn rolstoel doorgeknipt. Ondanks zijn fixatie in de rolstoel bleek hij nog heel mobiel. 

  • De traphallen in de open afdelingen van het woonzorgcentrum waren niet beveiligd conform de geldende regelgeving. Beide beklaagden hebben jarenlang nagelaten om hiervoor de nodige aanpassingen door te voeren.
  • De beslissing om het slachtoffer – gelet op zijn psychische en medische toestand - toch nog te laten verblijven op een open afdeling met toegang tot deze niet-beveiligde traphal. Hierdoor werd de veiligheid en de fysieke integriteit van het slachtoffer door de beklaagden onvoldoende gegarandeerd, met diens overlijden tot gevolg.

Strafmaat

De rechtbank veroordeelde WZC De Vlaamse Ardennen tot een geldboete van 20.000 euro, waarvan 10.000 euro met uitstel voor een termijn van drie jaar. NV Korian Belgium werd veroordeeld tot een boete van 25.600 euro, waarvan 10.000 euro met uitstel voor een termijn van drie jaar.

Aan de burgerlijke partijen moeten beide beklaagden in solidum een totale schadevergoeding van 81.543,29 euro en een rechtsplegingvergoeding van 7.063,95 euro betalen.

Motivering rechtbank

Bij het bepalen van de strafmaat en de gevorderde schadevergoeding hield de rechtbank onder andere rekening met volgende elementen:

  • De ernst van de feiten, waarbij de beklaagden hebben aangetoond dat zij onvoldoende respect hadden voor de geldende rechtsregels.

    Het gebrek aan voorzorg en de nalatigheid om passende maatregelen van onderhoud en veiligheid te treffen (wat nochtans de verantwoordelijkheid van een WZC inhoudt), waardoor de fysieke integriteit van de slachtoffers op de meest ingrijpende wijze werd aangetast (namelijk met hun overlijden tot dramatisch gevolg). De veiligheidsrisico’s waren nochtans reeds herhaaldelijk gesignaleerd in eerdere inspectieverslagen. Integendeel was extra waakzaamheid net noodzakelijk.

  • De schrijnende omstandigheden waarbij de slachtoffers om het leven kwamen. 

  • Het gegeven dat de burgerlijke partijen er op hadden moeten kunnen vertrouwen dat hun dierbare in veilige omstandigheden en met de gepaste zorgen in het WZC verbleven, zeker gelet op hun hoge leeftijd en hun medische toestand.