24/03/2026

De rechtbank van eerste aanleg Leuven heeft vandaag vijf leden van een criminele organisatie veroordeeld tot effectieve gevangenisstraffen voor hun betrokkenheid bij een reeks gewelddadige diefstallen. Op 2 augustus 2024 pleegde deze bende een bijzonder drieste home-invasion in een gezinswoning in Oud-Heverlee. Een van de beklaagden werd daarbij schuldig bevonden aan poging tot doodslag. In haar vonnis spreekt de rechtbank van uitermate ernstige feiten, die getuigen van een volledig gebrek aan normbesef en die blijvende sporen hebben nagelaten bij de slachtoffers.

Feiten 

Vijf beklaagden van Tunesische origine dienen zich, in wisselende samenstelling, voor de strafrechter te verantwoorden voor verschillende (gewelddadige) diefstallen, een poging doodslag en voor lidmaatschap aan een criminele organisatie. De feiten vonden onder meer plaats in Oud-Heverlee, Seraing en Vielsalm. 

Het onderzoek in deze zaak startte op vrijdag 2 augustus 2024 na een bijzonder gewelddadige overval, een zogenaamde home-invasion, in een gezinswoning in Oud-Heverlee. Vier daders (‘beklaagde 1’, ‘beklaagde 2’, ‘beklaagde 3’ en ‘beklaagde 4’) betraden via een stelling de eerste verdieping en verrasten de minderjarige zoon in zijn slaapkamer. De daders, gewapend met twee wapens en een mes, bedreigden de jongen en trokken hem onder dwang en met een mes tegen de keel uit bed. Vervolgens dwongen zij hem naar de slaapkamer van zijn ouders. Daar werden zowel de vader als de moeder met wapens bedreigd en werd hen gevraagd naar geld en waardevolle voorwerpen.

Tijdens hun daaropvolgende vlucht schoot één van de daders in de richting van de vader, die daarbij een hoofdwonde opliep. De daders vluchtten weg met een zwarte Volkswagen Polo, die later gestolen bleek te zijn en voorzien was van gestolen nummerplaten. In de slaapkamer van de zoon lieten de daders een nog actieve iPhone 6 achter, die nadien aan één van de beklaagden (‘beklaagde 4’) kon worden gelinkt.

In dezelfde nacht werden in dezelfde omgeving in Oud-Heverlee nog bijkomende feiten vastgesteld. Meerdere voertuigen werden doorzocht en er werden onder meer persoonlijke voorwerpen en een paspoort gestolen.

Het onderzoek naar de gebeurtenissen van 2 augustus 2024 leidde al snel tot de vaststelling dat de gebruikte Volkswagen Polo enkele weken eerder met geweld was ontvreemd in Seraing. Op 19 juli 2024 vond daar een carjacking plaats waarbij twee daders een vrouw, met wie zij eerder in het uitgaansmilieu contact hadden gelegd, onder bedreiging van een mes en met behulp van een verdovend middel uit haar voertuig zetten. Nadien reden de daders met haar auto en persoonlijke bezittingen weg.

Camerabeelden en verklaringen identificeerden ‘beklaagde 1’ en ‘beklaagde 5’ als mogelijke uitvoerders van deze feiten in Seraing. Diezelfde Volkswagen Polo werd op 2 augustus 2024 uitgerust met gestolen nummerplaten, die kort voordien in Saint-Nicolas van een geparkeerde wagen waren verwijderd door ‘beklaagde 3’.

Het onderzoek breidde zich verder uit toen bleek dat ‘beklaagde 1’, beklaagde 2’ en ‘beklaagde 3’, in de nacht van 3 op 4 augustus 2024 naar Vielsalm waren gereden, waar zij opnieuw een reeks (ernstige) feiten pleegden in woningen in de buurt. In meerdere woningen in de wijk Hébronval werden ruiten ingegooid en werd binnengedrongen. In één van die woningen bedreigden de daders de bewoonster met een (vuur)wapen en een mes. Ze sloegen haar, bonden haar vast aan een stoel, staken een voorwerp in haar mond en sloten haar daarna op in een kamer. Haar sieraden werden afgenomen en de hele woning werd doorzocht.

Werkwijze 

Uit het strafonderzoek blijkt volgens de rechtbank dat alle beklaagden deel uitmaakten van een duidelijk herkenbare en duurzame criminele organisatie. In een korte tijdspanne pleegden zij een uitgebreide reeks ernstige feiten in Oud-Heverlee en Vielsalm, voorafgegaan door een gewelddadige carjacking in Seraing.

De organisatie vertoonde volgens de rechtbank meerdere kenmerken van een gestructureerd samenwerkingsverband:

  • Duidelijke rolverdeling: elke beklaagde vervulde een eigen, herkenbare rol binnen de groep en was betrokken bij meerdere feiten die in een korte tijdspanne werden gepleegd.
  • Geografische zones: meerdere feiten vonden plaats binnen één nacht en in geografisch beperkte zones, wat wijst op planning en coördinatie.
  • Gebruik van geweld: bij verschillende feiten werd gebruik gemaakt van een mes of andere wapens, om slachtoffers te bedreigen of om hen daadwerkelijk te verwonden.
  • Weldoordachte technieken: de daders maakten gebruik van voertuigen met gestolen nummerplaten en van oproepnummers onder valse identiteiten. Deze werkwijze toont aan dat de feiten weldoordacht werden gepleegd.
  • Verdeling van de winst: verschillende beklaagden bevestigden dat de gestolen goederen systematisch in Luik werden verkocht en dat de opbrengsten onder de leden van de groep werden verdeeld.
Beoordeling per beklaagde

‘Beklaagde 1’:

De rechtbank veroordeelt ‘beklaagde 1’ voor zijn betrokkenheid bij de feiten tot een effectieve gevangenisstraf van 10 jaar. 

De rechtbank stelt vast dat ‘beklaagde 1’ één van de vaste uitvoerders binnen de dadergroepering is. Zijn rol bij de verschillende feiten kenmerkt zich door een voortdurende aanwezigheid, actieve deelname, wapenbezit en een vorm van operationele ondersteuning tijdens de uitvoering van de feiten.

De rechtbank verklaart hem schuldig aan diverse diefstallen met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden (carjacking te Seraing, home-invasion te Oud-Heverlee en de gewelddadige overval te Vielsalm). Voorts wordt ‘beklaagde 1’ veroordeeld voor een reeks andere diefstallen te Saint-Nicolas, Oud-Heverlee en Vielsalm én voor een poging daartoe (in Vielsalm). Tot slot is hij schuldig aan lidmaatschap van een criminele organisatie. 

‘Beklaagde 1’ heeft in België nog een blanco strafblad. 

‘Beklaagde 2’:

De rechtbank veroordeelt ‘beklaagde 2’  voor zijn rol in deze feiten tot een effectieve gevangenisstraf van 12 jaar. 

‘Beklaagde 2’ vervulde binnen de groep een uitgesproken dominante rol, gekenmerkt door aanzienlijk geweld en een doorslaggevende invloed op het groepsgebeuren. Hij werd ook door meerdere medeverdachten aangeduid als de persoon die het schot loste tijdens de gewelddadige overval in de gezinswoning te Oud-Heverlee. 

De rechtbank is van oordeel dat ‘beklaagde 2’ daarbij wel degelijk de bedoeling had om het slachtoffer te doden.  De rechtbank verwijst hiervoor onder meer naar het besluit van de wetsdokter, die vaststelde dat de hoofdwonde van het slachtoffer werd veroorzaakt door een “zeer gerichte impact (puntvormig) op het voorhoofd, mogelijk veroorzaakt door een ballistisch trauma”.

Ook ‘beklaagde 2’ zelf bevestigde op zitting op een zeer korte afstand van het slachtoffer te hebben gestaan op het ogenblik dat hij het schot loste.

Aangezien vaststaat dat ‘beklaagde 2’ tijdens zijn vlucht vanop zeer korte afstand zijn wapen op het hoofd van het slachtoffer richtte en afvuurde, waardoor het slachtoffer een ernstige hoofdwonde opliep, besluit de rechtbank dat hij de intentie had om te doden. Een dergelijk gericht schot op het meest kwetsbare deel van het menselijk lichaam laat volgens de rechtbank geen andere interpretatie toe. De rechtbank verklaart ‘beklaagde 2’ schuldig aan poging doodslag. 

De rechtbank verklaart hem daarnaast schuldig aan diefstallen met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden (home-invasion te Oud-Heverlee en de gewelddadige overval te Vielsalm). Voorts wordt ‘beklaagde 2’ ook veroordeeld voor een reeks andere diefstallen te Saint-Nicolas, Oud-Heverlee en Vielsalm én voor een poging daartoe (in Vielsalm). Tot slot is hij schuldig aan lidmaatschap van een criminele organisatie. 

‘Beklaagde 2’ werd in ons land een keer correctioneel veroordeeld voor feiten van afpersing met verzwarende omstandigheden, diefstal en inbreuken op de wapenwetgeving. Hij werd voor deze feiten in 2025 veroordeeld tot een effectieve gevangenisstraf van 20 maanden.

‘Beklaagde 3’:

De rechtbank veroordeelt ‘beklaagde 3’  voor zijn betrokkenheid tot een effectieve gevangenisstraf van 10 jaar. 

‘Beklaagde 3’ vervulde binnen de dadergroepering zijn rol vooral als chauffeur. Uit verschillende verklaringen en beelden blijkt dat hij regelmatig achter het stuur van de gestolen Volkswagen Polo zat en dat hij de groep naar Oud-Heverlee en Vielsalm vervoerde. Op die manier vervulde hij een cruciale rol bij het plegen van de feiten.

De rechtbank verklaart ‘beklaagde 3’ schuldig aan diefstallen met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden (home-invasion te Oud-Heverlee en de gewelddadige overval te Vielsalm). Voorts wordt ‘beklaagde 3’ ook veroordeeld voor een reeks andere diefstallen te Saint-Nicolas, Oud-Heverlee en Vielsalm én voor een poging daartoe (in Vielsalm). Tot slot is hij schuldig aan lidmaatschap van een criminele organisatie. 

‘Beklaagde 3’ werd in ons land reeds twee keer correctioneel veroordeeld. 

‘Beklaagde 4’:

De rechtbank veroordeelt ‘beklaagde 4’  tot een effectieve gevangenisstraf van 8 jaar. 

Hoewel ‘beklaagde 4’ bij meerdere feiten aanwezig was en hij ook actief deelnam aan de feiten in Oud-Heverlee, lijkt zijn rol binnen de groep toch van minder groot belang dan die van anderen. Hij nam zelf geen belangrijke beslissingen en had als mede-uitvoerder een ondergeschikte rol binnen de groep.

De rechtbank verklaart hem schuldig aan diefstal met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden (home-invasion te Oud-Heverlee). Voorts wordt ‘beklaagde 4’ ook veroordeeld voor zijn betrokkenheid bij andere diefstallen te Oud-Heverlee en Saint-Nicolas.  Tot slot is hij ook schuldig aan lidmaatschap van een criminele organisatie. 

‘Beklaagde 4’ werd zeer recent, in 2025, reeds twee keer veroordeeld voor gelijkaardige feiten. 

‘Beklaagde 5’:

De rechtbank veroordeelt ‘beklaagde 5’  voor zijn rol tot een effectieve gevangenisstraf van 8 jaar. 

‘Beklaagde 5’ was als enige beklaagde niet aanwezig bij de gewelddadige home-invasion te Oud-Heverlee. Hij is wel schuldig aan een diefstal met geweld of bedreiging met verzwarende omstandigheden (carjacking te Seraing) en aan lidmaatschap van een criminele organisatie. 

Daarnaast wordt hij ook veroordeeld voor weerspannigheid, smaad en het uiten van mondelinge bedreigingen. ‘Beklaagde 5’ pleegde deze feiten op 7 januari 2025 tegenover politieagenten, naar aanleiding van zijn overbrenging uit de gevangenis van Lantin (voor een verhoor in Leuven). 

‘Beklaagde 5’ werd in het verleden al vijf keer correctioneel veroordeeld. 

Uitspraak op burgerlijk gebied

Op burgerlijk vlak dienen ‘beklaagde 1’, ‘beklaagde 2’, ‘beklaagde 3’ en ‘beklaagde 4’ aan de slachtoffers van de home-invasion van 2 augustus 2024 in Oud-Heverlee hoofdelijk een schadevergoeding te betalen van in totaal 40.587,43 euro. 
Voorts stelt de rechtbank een geneesheer-deskundige aan vooraleer definitief uitspraak te doen over de burgerlijke vordering van het slachtoffer van poging doodslag. 

Het slachtoffer van de carjacking op 19 juli 2024 in Seraing krijgt een schadevergoeding van 18.197,99 euro. Dit bedrag moet hoofdelijk worden betaald door de uitvoerders,  ‘beklaagde 1’ en ‘beklaagde 5’.

De twee politieagenten die slachtoffer werden van mondelinge bedreigingen hebben elk recht op een schadevergoeding van 250 euro, te betalen door ‘beklaagde 5’.

De man van wie op 2 augustus 2024 in Saint-Nicolas de nummerplaten van zijn geparkeerde wagen werden gestolen, heeft recht op een schadevergoeding van 150 euro. Dit bedrag moet hoofdelijk worden betaald door ‘beklaagde 1’, ‘beklaagde 2’, ‘beklaagde 3’ en ‘beklaagde 4’.

 

Motivering rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de bewezen feiten uitermate ernstig zijn. Ze tonen een volledig gebrek aan normbesef én respect voor de slachtoffers en hun eigendom.

Uit verschillende gebeurtenissen blijkt dat de beklaagden niet aarzelden om zwaar geweld of wapens te tonen (en dit geweld ook daadwerkelijk in te zetten). Bovendien gebeurde dit alles binnen een georganiseerd samenwerkingsverband, wat de feiten nog laakbaarder maakt. De groep werkte gestructureerd en doelgericht, met een duidelijke taakverdeling, en handelde met het oog op persoonlijk financieel gewin van de betrokken leden. 

De gewelddadige manier waarop de misdrijven werden gepleegd, heeft bij de slachtoffers blijvende sporen nagelaten. De impact op hun verdere leven is onmiskenbaar.

Gezien de ernst van de feiten, en het brutale geweld dat daarbij werd gebruikt, acht de rechtbank een effectieve gevangenisstraf voor elk van de beklaagden noodzakelijk. Dit lijkt de enige mogelijkheid om de beklaagden tot inzicht te brengen én de samenleving te beschermen tegen het plegen van nieuwe ernstige feiten.