19/05/2026

De rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent heeft het textielbedrijf Utexbel en haar gedelegeerd bestuurder schuldig bevonden aan diverse milieumisdrijven, en dit over een termijn van meerdere jaren. Beiden werden veroordeeld tot boetes van 400.000 euro en 80.000 euro. Er werd geen exploitatieverbod opgelegd. Volgens de rechtbank hebben de bewezen misdrijven onverantwoorde risico’s veroorzaakt en schade aan het milieu toegebracht.

Feiten

Utexbel is een textielbedrijf dat onder andere stoffen maakt voor legeruniformen. Het bedrijf heeft drie sites in Ronse. Onder andere op basis van verschillende meldingen, metingen en onderzoeken werden tegen Utexbel diverse klachten neergelegd wegens inbreuken op de milieuwetgeving en vervuiling (onder andere met PFAS). 68 mensen en verenigingen stelden zich burgerlijke partij, waaronder de Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen.

Tenlasteleggingen

Het bedrijf, haar gedelegeerd bestuurder en twee andere bestuurders moesten zich voor de rechtbank van eerste aanleg Oost-Vlaanderen, afdeling Gent, verantwoorden voor volgende tenlasteleggingen:

  • schending van de vergunningsplicht 
  • schending van de exploitatie- en vergunningsvoorwaarden
  • schending van de zorgplicht
  • lozen van bedrijfsafvalwater op oppervlaktewater
  • overschrijden van de normen van diverse parameters

Beoordeling rechtbank 

Bovenstaande tenlasteleggingen situeren zich in de periode van 1 maart 2018 tot en met 25 juli 2023, en betreffen deels de site in de Snoecklaan en deels de site in de Ninovestraat. De laatste tenlastelegging vond plaats in maart-juni-juli 2025.

Schending van de vergunningsplicht

De rechtbank achtte het onder andere bewezen dat in de periode van 1 maart 2018 tot en met 6 februari 2020 door Utexbel 150 kg giftige stoffen (Astrazon en Bleu Alpacryl) werden opgeslagen zonder omgevingsvergunning, en dat er 13,748 ton aan op lange termijn schadelijke gezondheidsstoffen (GHS07) werden opgeslagen terwijl de vergunning slechts 2,603 ton toeliet.

Wat betreft het lozen van bedrijfsafvalwater zonder vergunning in dezelfde periode (2018-2021) kan Utexbel zich volgens de rechtbank niet beroepen op een noodsituatie of een situatie van overmacht als rechtvaardiging. Het bedrijf had hierbij verwezen naar haar sociaaleconomische belangen om te overleven ten behoeve van de tewerkstelling. Volgens de rechtbank was hier alleen sprake van een economische keuze, en was het lozen zonder vergunning niet noodzakelijk voor het behoud van de tewerkstelling.

Schending van de exploitatie- en vergunningsvoorwaarden

De rechtbank achtte het bewezen dat Utexbel in de periode van 1 maart 2018 tot en met 15 april 2021 gevaarlijke stoffen (waterstofperoxide, mierenzuur,…) heeft opgeslagen. Daarbij werd de opslagplaats niet conform aangelegd, zodat bij grote lekken vloeistoffen buiten het magazijn konden vloeien. Het bedrijf bracht evenmin de toezichthouder onmiddellijk op de hoogte van de overschrijdingen van emissienormen, terwijl diverse parameters effectief werden overschreden (PFOA, PFPeA, PFHxA, MePFOSAA, MePFBSAA, PFBA, PFDA en EtPFOSAA).

Schending van de zorgplicht

Het textielbedrijf gaf zelf toe dat het de zorgplicht heeft geschonden door de beheerder van de waterzuiveringsinstallatie niet te hebben verwittigd en niet de nodige maatregelen te hebben genomen zodat toekomstige overschrijdingen konden vermeden worden. 

Lozen van bedrijfsafvalwater op oppervlaktewater

Het staat vast dat Utexbel op 6 december 2021 opzettelijk verontreinigde of verontreinigende vloeistoffen heeft geloosd in de Molenbeek. Daarbij werden de normen voor de parameters zwevende en bezinkbare stoffen, COD, barium en vanadium manifest overschreden (zoals vastgelegd bij sectorale of algemene normen).

Bovendien werden de werken bij het bufferbekken, waarin getracht werd slib via een filterpers te ontwateren en het lozen via een dompelpomp, op een bijzonder risicovolle manier uitgeoefend. Dit leidde tot meer bezinkbare en/of zwevende stoffen. Het bedrijf had dit bufferbekken ook nooit eerder geruimd, waardoor het slib al meer dan 25 jaar lag te koeken met het reële risico op stijgende concentratie van verschillende vervuilde stoffen.

Het verweer van Utexbel, dat de lozing een ongeluk was van een werknemer van een afvalverwerkend bedrijf, werd door de rechtbank afgewezen. Bovendien werden ook na dit vermeend ongeluk nog lozingen en overschrijdingen vastgesteld (op 9 december 2021).

Overschrijden van de normen van diverse parameters (maart-juni-juli 2025)

De rechtbank achtte de overschrijding van de normen bewezen voor de parameters fenol, ethylfenol, dimethylfenol, Som creosolen, trichloorfenol, Pentachloorfenol, Aluminium, o-cresol,  p-cresol, chloorfenol en nonylfenol.

Strafmaat

Eerste beklaagde

De eerste beklaagde – het bedrijf Utexbel – werd veroordeeld tot een boete van 400.000 euro.

Tweede beklaagde

Deze beklaagde had als gedelegeerd bestuurder duidelijk de eindverantwoordelijkheid over alle beslissingen inzake milieu en de controle daarop. Hij werd veroordeeld tot een boete van 80.000 euro.

Derde beklaagde

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de derde beklaagde is voor de rechtbank niet bewezen. De beklaagde werd vrijgesproken. 

Vierde beklaagde

Het strafdossier en de behandeling ter zitting hebben niet voldoende aangetoond dat de vierde beklaagde effectieve beslissingsbevoegdheid had inzake milieu en de controle daarop. Ook hij werd vrijgesproken.

De eerste en tweede beklaagde moeten aan diverse burgerlijke partijen elk een morele schadevergoeding van 1 euro en een gezamenlijke rechtsplegingsvergoeding van 235,47 euro betalen. 

 

Motivering rechtbank

De rechtbank hield bij het bepalen van de strafmaat en de burgerlijke belangen rekening met volgende elementen:

  • De bewezen misdrijven hebben onverantwoorde risico’s veroorzaakt en schade aan het milieu toegebracht. Het risico op schade voor mens en milieu werd hierbij vaak bewust aanvaard als collateral damage. Andere inbreuken getuigen van een laksheid en van een gebrek aan controle op de toepassing van de milieuwetgeving.
  • De rechtbank tilt er zwaar aan dat het bedrijf reeds in 2014 werd veroordeeld voor dergelijke misdrijven, en er toen dezelfde soort van omstandigheden werden ingeroepen om de ernst ervan te relativeren. Een beboetingsprocedure voor overschrijdingen van de milieuwetgeving in 2024 is blijkbaar nog lopende.

  • De bescherming van mens en milieu tegen verontreiniging is in casu een belang dat niet gelijkwaardig of lager is dan het belang van tewerkstelling, hoewel bij het voeren van milieubeleid rekening moet worden gehouden met sociaaleconomische belangen.
  • Een aantal burgerlijke partijen die effectief in Ronse wonen, hebben verhoogde PFAS/PFOS-waarden. Volgens de rechtbank is het oorzakelijk verband bewezen tussen de bewezen misdrijven en de angst van de omwonende burgerlijke partijen voor negatieve gevolgen voor hun gezondheid door blootstelling aan PFAS. Het feit dat het bedrijf zich niet hield aan de lozingsnormen en lozingsvergunningen, en de buurtbewoners er dus niet op konden vertrouwen dat de uitstoot van PFAS zich in hun directe nabijheid min of meer beperkte, zorgde voor een reële angst en een morele schade. Het bewijs van schade in hoofde van personen die niet in Ronse wonen, ligt thans niet voor.