Onderstaand opiniestuk werd geschreven door rechter Jeroen De Mets, in eigen naam. Het verscheen in De Standaard van 12 juni 2026.
In spraakmakende zaken krijgen rechters soms het verwijt te mild te zijn. Om publiek en rechtspraak dichter bij elkaar te krijgen, moet er beter gecommuniceerd worden. Maar rechters moeten ook ruimte krijgen om maatwerk te kunnen leveren, schrijft Jeroen De Mets.
Rechtszaken over zware misdrijven beroeren de gemoederen. De afgelopen maanden waren er opnieuw verschillende spraakmakende zaken, waarin strafrechters besloten om werkstraffen op te leggen of straffen die niet worden uitgevoerd als de daders zich laten begeleiden en geen nieuwe feiten plegen. Op sociale media lokken zulke zaken steevast heftige reacties uit, maar ook in het politieke debat worden uitspraken van rechters vaak opgepikt. Daar is op zich niets mis mee, rechters zijn niet boven alle kritiek verheven. Toch is de teneur vaak dezelfde: rechters spreken te lichte straffen uit. In de criminologie wordt dat fenomeen de 'punitiviteitskloof' genoemd, waarbij er een discrepantie is tussen de straffen die rechters opleggen en de perceptie van de maatschappij over de ernst van bepaalde misdrijven.
Terwijl rechters in het publieke debat vaak het verwijt krijgen dat ze te mild zijn, wijzen wetenschappers op een andere trend: Belgische rechters straffen relatief streng in vergelijking met hun collega's uit andere Europese landen. Onderzoek suggereert bovendien dat ze doorheen de jaren stelselmatig strengere straffen zijn gaan opleggen. Dat zie je ook in de statistieken: er zaten nog nooit zo veel mensen in de gevangenis als nu. In België waren er vorig jaar 106 gedetineerden per 100.000 inwoners. In Duitsland waren dat er 69, in Nederland zelfs maar 55. Maar er zijn daarnaast ook nog nooit zo veel mensen geweest die een werkstraf uitvoeren, een enkelband dragen of worden opgevolgd door het justitiehuis. Steeds meer stemmen uit de academische en de penitentiaire wereld roepen rechters daarom op om op een andere manier te gaan straffen. Dat leidt tot een vreemde tegenstelling: zoals Schrödingers kat tegelijkertijd dood en levend is, lijken rechters op hetzelfde moment te mild en te streng te zijn.
Maatschappelijke afkeuring
Rechters hebben geen eenvoudige taak. De wet zegt dat ze een aantal doelstellingen moeten nastreven als ze een straf bepalen. Zo moeten ze uiting geven aan de maatschappelijke afkeuring voor de feiten, maar ze moeten ook de maatschappelijke re-integratie van de dader bevorderen en de maatschappij beschermen. Als rechters die moeilijke afwegingen maken, doen ze dat op basis van een strafdossier en na een debat op de zitting. Ze oordelen niet alleen over de feiten, maar kijken ook naar de mens achter die feiten.
Strafdoelstellingen kunnen onderling tegenstrijdig zijn. Als je iemand die op straat leeft een geldboete geeft omdat hij een brood steelt, is dat misschien wel een duidelijke uiting van de maatschappelijke afkeuring, maar heb je iemand die het al financieel moeilijk had met extra schulden opgezadeld. Het risico dat die persoon opnieuw zulke feiten zal plegen, is dan net groter geworden. Ook voor gevangenisstraffen is dat trouwens zo. Het is verleidelijk om te denken dat bij zware feiten zware gevangenisstraffen horen, maar we weten ook dat iemand opsluiten allesbehalve de beste manier is om recidive te vermijden. Gevangenisstraffen zijn soms nodig, maar op lange termijn beschermen alternatieve maatregelen de maatschappij vaak beter. Daarom bepaalt de wet dat rechters alleen een gevangenisstraf mogen opleggen als er geen andere mogelijkheden zijn om de strafdoelstellingen te bereiken.
Rechters en burgers
Een eenvoudige uitweg uit de punitiviteitskloof bestaat niet. Gelukkig wijst wetenschappelijk onderzoek uit dat de visies van rechters en burgers dichter naar elkaar groeien als burgers over meer informatie beschikken. Justitie moet dus nog meer inzetten op communicatie. Die verantwoordelijkheid begint bij de rechters zelf. Hoewel ze helaas onder erg hoge tijdsdruk werken, moeten rechters zich er nog meer van bewust worden dat het bijna niet meer te voorspellen is of een bepaalde zaak tot controverse zal leiden. In een ideale wereld zijn beslissingen van rechters daarom zo geschreven dat niet alleen de betrokkenen, maar ook het publiek ze kan begrijpen. Justitie moet vervolgens op een snelle en toegankelijke manier over die beslissingen communiceren. Gelukkig zijn er al heel wat stappen in de goede richting gezet.
Maar de oplossing gaat verder dan communicatie alleen. Als we de maatschappij veiliger willen maken, moeten we rechters de ruimte geven om in elke zaak naar een gepaste beslissing te zoeken. Er is daarom een belangrijke taak weggelegd voor magistraten, advocaten, academici en beleidsmakers die met strafrecht te maken hebben: we moeten blijven benadrukken dat mildheid niet gelijkstaat aan straffeloosheid. Voorwaardelijke straffen, werkstraffen, elektronisch toezicht of begeleiding bij het justitiehuis zijn geen gunsten, maar volwaardige alternatieven voor gevangenisstraffen of geldboetes.